Spotlight Effect » Featured http://www.spotlighteffect.nl Online archief van het ter ziele blog Spotlight Effect Fri, 03 May 2013 11:40:30 +0000 nl-NL hourly 1 http://wordpress.org/?v=3.5.1 Hoe begin je met datajournalistiek? http://www.spotlighteffect.nl/journalistiek/hoe-begin-je-met-datajournalistiek/ http://www.spotlighteffect.nl/journalistiek/hoe-begin-je-met-datajournalistiek/#comments Tue, 05 Jul 2011 20:27:38 +0000 Paul Vereijken http://www.spotlighteffect.nl/?p=9924

Voorlopers als The Guardian en The New York Times presenteren prachtige voorbeelden van datajournalistiek. In Nederland zien de eerste projecten het licht. Ruttes Rapport (RTL Nieuws) is een inspirerend project dat inzichtelijk maakt of de belangrijkste beloftes van het kabinet ook waargemaakt worden. Helaas heeft het gros van de journalisten niet de tijd of de (technische) kennis om zulke datajournalistiek te bedrijven. Maar misschien hoeft dat ook niet.

Om een start te maken met datajournalistiek is het volgens mij belangrijk om klein te beginnen. Tuig geen grote projecten op om te starten, maar houd het behapbaar en concreet.

Hoe dan precies? Daar heb ik wel ideeën over, maar ik ben ook slechts een beginneling ben op dit terrein. Dit artikel is in eerste instantie dan ook bedoeld als aanzet tot een discussie. Wat zijn goede onderwerpen om op te pakken? De juiste toepassingen om je te helpen? Wie kan je verder helpen? Het volledige antwoord op deze drie vragen heb ik niet. In dit artikel geef ik een aanzet en de discussie die hopelijk ontstaat onder dit artikel – in de reacties – en elders zorgt dan vanzelf voor een volledig(er) beeld.

Welke onderwerpen?

Klein beginnen vraagt om behapbare onderwerpen. Journalisten zouden dus kunnen kijken naar werk dat ze al doen en waar ze met een kleine moeite op termijn meer uit kunnen halen. Een paar maanden geleden spraken journalist Arjan Dasselaar en ik hierover. Snel hadden we een korte lijst met onderwerpen. Voor politieverslaggevers is het waarschijnlijk een kleine moeite om bij te houden waar wietplantages worden opgerold. Gemeenteraadsverslaggevers zouden gemakkelijk het stemgedrag van raadsleden kunnen turven. Na een paar maanden kunnen journalisten uit beide overzichten conclusies trekken die mogelijk weer nieuwe verhalen opleveren.

Welke toepassingen?

De eerste toepassing die in mij opkomt: Google Docs. Voor veel kleine projecten zullen spreadsheets als basis dienen om de data te ordenen. De mogelijkheden die Google Docs daarvoor biedt zijn meer dan voldoende. Natuurlijk kun je spreadsheets opzetten en vullen naar wens, maar met een paar keer klikken deel je ze ook met anderen – zij kunnen je weer helpen met vullen – of maak je een grafiek op basis van de verzamelde gegevens.

Wie kan je helpen?

Datajournalistiek is absoluut geen domein van journalisten alleen. De grootste actieve voorvechter van openbare (overheids)data is misschien niet eens de journalistiek, maar de  Open Data-beweging die in Nederland sterk groeit. Denk aan Hack de OverheidApps for Amsterdam en Het Nieuwe Stemmen.

Om met datajournalistiek in Nederland voet aan de grond te krijgen is het belangrijk samen te werken. Organisaties als Hack de Overheid en Het Nieuwe Stemmen hebben de technische kennis om data te ontsluiten, analyseren en presenteren. Journalisten beheersen de vertelkunst en de podia om het nieuws dat daaruit naar voren komt te verspreiden.

Vul aan

Dit zijn mijn eerste two cents. De aanvullingen die op deze aanzet die worden achtergelaten onder dit artikel en elders blijf ik verwerken in dit bericht.

Illustratie door bionicteaching.

Paul Vereijken

Paul Vereijken is journalist en houdt zich dagelijks bezig met de verandering van zijn vak.

More Posts - Website - Twitter

]]>
http://www.spotlighteffect.nl/journalistiek/hoe-begin-je-met-datajournalistiek/feed/ 5
Mediawijze leraren hoeven niet te twitteren http://www.spotlighteffect.nl/featured/mediawijze-leraren-hoeven-niet-te-twitteren/ http://www.spotlighteffect.nl/featured/mediawijze-leraren-hoeven-niet-te-twitteren/#comments Tue, 07 Jun 2011 06:30:24 +0000 Pim ten Thije http://www.spotlighteffect.nl/?p=9874

Er is de laatste tijd veel te doen om social media in het onderwijs. We worden doodgegooid met de gevaren en succesverhalen. Maar wat is wijsheid, en hebben wel het echt wel nodig? Ik zit zelf in gymnasium 3 en denk van niet. Social media zal geen baanbrekende bijdrage leveren aan het onderwijs van nu of morgen. Maar de opkomende technologieën zeker wel.

Ik zie het niet voor me, mijn geschiedenislerares van in de vijftig, die even op Twitter zet wat de opdracht voor morgen is. Waarschijnlijk vindt ze Twitter onzin; als ze er al aan zou beginnen dan weet ze nog niet wat een mention is.

Sociale media in het onderwijs, ik zie er geen toepassing voor. Er bestaat voor mij een ongeschreven wet die stelt dat je ons jongeren niet moet proberen te bereiken over kanalen die wij normaal ergens anders voor gebruiken. School bereikt ons via schoolmail en ELO (elektronische leeromgeving) en niet via Facebook of Twitter. Ik durf zelf te beweren dat mijn klasgenoten zich anders gestalkt zouden voelen.

Maak leraren mediawijs

Waar zeker veel meer tijd en geld ingestoken moet worden, is de mediawijsheid  van onze leraren. Elke dag maak ik weer mee hoe de leraar een bereidwillige leerling naar voren roept om een DVD te starten of een site op full screen te krijgen. Is die leerling er niet, dan staat de docent met zijn mond vol tanden en neemt hij de smartphone in van de ongelukkige leerling die net voorin de klas zat te Whatsapp’en.

Want dat doen leraren wel, in plaats van nieuwe technologieën te omarmen zijn ze vaak nog te bang voor het onbekende. Het innemen van een smartphone is immers veel makkelijker dan je te verdiepen in de mogelijkheden. Onze telefoon kunnen we onder begeleiding van een mediawijze leraar ook echt nuttig inzetten. Denk bijvoorbeeld aan het opzoeken van het Wikipedia-artikel over het onderwerp waarmee we bezig zijn. In eerste instantie zal de leraar het voor zijn eigen gemoedsrust moeten toestaan, maar later kan het misschien ook uit onszelf.

Leraren weten zich helaas nog maar al te vaak geen raad met technologie. Op mijn school heeft iedereen een laptop, maar die staat meer in mijn kluisje dan dat ‘ie aanstaat in de les.  Daarnaast heeft ook mijn school een eerder genoemde ELO. Elk vak heeft zijn eigen pagina waar leraren – als ze daar zin in hebben – opdrachten kunnen plaatsen, informatie kunnen verzamelen en extra opdrachten kunnen stallen voor later.

Potentieel van een digitale leeromgeving

Een goede ELO heeft naar mijn idee een enorm potentieel. Nu staan nog veel van de digitale klaslokalen leeg. Maar denk aan de interactie die zou kunnen ontstaan als leraren live feedback zouden kunnen geven op een opdracht of online toetsen in je agenda zouden kunnen schrijven. Ik zie meer voor- dan nadelen.

Uit een ELO zou meer gehaald kunnen worden als leraren een serieuze training zouden krijgen over het hoe en wat. Desnoods van leerlingen, want veel van mijn klasgenoten weten beter hoe hun computer werkt, dan hun ouders. De ‘generation-gap’ begint het onderwijs van nu parten te spelen. Waar technologie eerst nog makkelijk in het hoekje gedrukt kon worden, blijkt dat nu steeds moeilijker.

Dan kan ik weer bijna in huilen uitbarsten als er weer een fijn onderzoekje opduikt over het gebruik van mobieltjes in de klas, waarin toch vooral de negatieve kanten van het gebruik van mobiele technologie worden benadrukt. Leesstof die menig schooldirecteur gretig zal verslinden en de smartphoneban in zijn reglement nog eens dubbel zal doen onderstrepen. Waarom dat niet klopt zou ik Ken Robinson hem willen laten uitleggen.

Smartphones, laptops en een goede ELO kunnen een grote stap voorwaart betekenen voor het onderwijs van nu en morgen, mits ze goed worden toegepast door een mediawijze leraar. Het is niet dat mijn leraar Grieks het niet wil, maar meer dat hij het nog niet kan.

Gastblogger Pim ten Thije is 15 en zit in 3 Gymnasium. Hij schrijft voor Scholieren.com en op zijn eigen blog over de internetgeneratie. Onderwerpen als onderwijs, marketing, innovatie en social media komen telkens terug. Daarnaast is hij panellid van de 21st Learners of the 21st Century, een Kennisnet denktank over vernieuwing in het onderwijs.

Foto door Jeff Filman.

]]>
http://www.spotlighteffect.nl/featured/mediawijze-leraren-hoeven-niet-te-twitteren/feed/ 26
Hyves versus Facebook: waar moet je op letten? http://www.spotlighteffect.nl/featured/hyves-versus-facebook-waar-moet-je-op-letten/ http://www.spotlighteffect.nl/featured/hyves-versus-facebook-waar-moet-je-op-letten/#comments Wed, 25 May 2011 15:32:55 +0000 Paul Vereijken http://www.spotlighteffect.nl/?p=9826

Hyves versus Facebook‘ levert meer dan 2 miljoen resultaten op Google op. Een schijntje vergeleken met ‘Twitter vs Facebook‘.  Die zoekopdracht is goed voor meer dan 400 miljoen resultaten. Het aantal onderzoeken naar sociale media is letterlijk niet meer te tellen. Logisch, iedereen wil weten welke sociale media je moet inzetten.

Het antwoord op die vraag krijg je in dit artikel niet. Het onderzoek dat voor het ene bedrijf namelijk erg nuttig is, kan voor een ander nutteloos blijken. Algemene uitspraken doen over welke sociale media nuttig zijn en welke niet, heeft weinig zin. Veel belangrijker is het om onderzoeken te kunnen doorgronden en ze in perspectief plaatsen.

Welke gegevens zijn voor jou van belang?

Dat het ene sociale netwerk drie keer zoveel gebruikers heeft dan een ander zegt op zich niet zoveel. Vaak wil je hele andere zaken weten dan de globale cijfers. Voorbeeld: je zoekt naar het juiste sociale netwerk dat je in kunt zetten voor co-creatie en crowdsourcing rondom nieuwe producten. Welk netwerk het meeste bereik heeft, is dat zeker niet irrelevant, maar veel relevanter is bij welk netwerk gebruikers veel actie ondernemen.

Stort je niet blind op die talloze onderzoeken, maar zorg dat je weet wat je wilt weten en welke gegevens je kunnen helpen bij het zoeken naar je antwoord. Dat klinkt logisch, in de praktijk is het vaak erg lastig om goed te formuleren waar je naar op zoek bent. Maar wie dat eenmaal scherp heeft, bespaart zichzelf veel tijd.

Hoe is er gemeten?

De uitkomsten in onderzoeken over sociale media kunnen sterk verschillen. Een belangrijke oorzaak van die grote verschillen is de meetmethode. Het ene onderzoek is gebaseerd op een steekproef onder 1.000 willekeurige internetgebruikers. Een ander baseert zich op een panel met vaste leden en weer een andere werkt aan de hand van cookies.

Alexa.com meet bijvoorbeeld met een toolbar die bijhoudt welke websites je bezoekt. Volgens hen bezoeken meer Nederlanders Facebook dan Hyves. Google Ad Planner maakt schattingen op basis van cookies. Google stelt dat in Nederland Hyves nog net iets populairder is dan Facebook.

Wie heeft er gelijk? Volgens de gehanteerde meetmethoden hebben ze allebei gelijk. Uit de resultaten van de meting van Alexa.com blijkt dat Facebook populairder is dan Hyves, onder mensen die de Alexa.com toolbar gebruiken. Schat je op basis van cookies, zoals Google doet, dan zal vast wel blijken dat Hyves het nog net iets beter doet. Bij het doorspitten van onderzoeken is het belangrijker om deze mits en maren in je achterhoofd te hebben, dan te weten welke onderzoek aan het juiste eind trekt.

Wat is er eigenlijk gemeten?

Dat de conclusie van het ene onderzoek nogal kan verschillen van het andere, hoeft niet alleen aan de meetmethode te liggen. Bij het vergelijken van onderzoeken moet je erg opletten of je wel dezelfde eenheden met elkaar vergelijkt. Voorbeeld: je wilt meer weten over de Hyves versus Facebook. De cijfers van Hyves zoek je op via STIR. Maandelijks brengen zij cijfers uit. Aan de hand van een groot panel meten zij van zo’n 300 grotere websites het bereik, bezoekers, bezoeken, pageviews, enzovoort.  Facebook-cijfers haal je van CheckFacebook.com. Maar die website meet geen bereik, bezoekers, bezoeken en pageviews. Zij meten gebruikers.

Gebruikers zijn niet zomaar te vergelijken met bereik of bezoekers. Wie zegt dat al die mensen die Hyves bezoeken ook een gebruiker van Hyves zijn? Dit wil niet zeggen dat je niets aan deze cijfers hebt voor een vergelijking. Het is vaak erg lastig om hetzelfde type cijfers bij elkaar te krijgen voor een vergelijking. Maar als je deze kanttekeningen meeneemt in je vergelijking kun je toch een heel eind komen.

Ga zelf op onderzoek uit

Wat je ook tegenkomt: een onderzoek blijft een grote reeks aan cijfers en conclusies waar je zelf de praktische vertaling van moet maken. Test altijd je bevindingen in de praktijk. Komt het beeld dat het onderzoek wekt overeen met jouw waarnemingen? Of dat wel of niet zo is, maakt op zich nog niet zoveel uit. Waarom dat wel of niet zo is, is belangrijker.

Ga, als je de mogelijkheden hebt, na het lezen van al die onderzoeken de diepte in. Blijkt dat jouw doelgroep meer op het ene sociale netwerk zit dan het andere? Ga met hen in gesprek over waarom dat zo is. Maak je die vertaalslag niet, ben je nog steeds half blind.

Foto door Steve Harris.

Paul Vereijken

Paul Vereijken is journalist en houdt zich dagelijks bezig met de verandering van zijn vak.

More Posts - Website - Twitter

]]>
http://www.spotlighteffect.nl/featured/hyves-versus-facebook-waar-moet-je-op-letten/feed/ 4
De offline fashion wereld die online doorbreekt http://www.spotlighteffect.nl/marketing/de-offline-fashion-wereld-die-online-doorbreekt/ http://www.spotlighteffect.nl/marketing/de-offline-fashion-wereld-die-online-doorbreekt/#comments Thu, 19 May 2011 06:48:51 +0000 Tim van Letht http://www.spotlighteffect.nl/?p=9796 De fashion markt heeft in korte tijd een revolutie doorgemaakt, online welteverstaan. Gfk becijferde vorig jaar opnieuw een flinke groei van online aankopen van kleding, het gaat nog maar om 7 procent van de markt maar dat aandeel neemt wel ieder jaar met 15 tot 20 procent toe. Als je naar de huidige ontwikkelingen kijkt zal dat percentage nog flink stijgen, de New York Fashion week was dankzij online nog nooit zo toegankelijk.

Alles over Fashion

Blogs, nieuws sites, communities, allerhande websites over kleding, make-up en andere fashion gerelateerde onderwerpen zijn de afgelopen jaren als paddestoelen uit de grond geschoten. Zo weet de Nederlandse Miss Lipgloss al enige tijd haar brood te verdienen met een eigen website over make-up. Ooit begon ze met het plaatsen van video’s over make-up op YouTube, vandaag de dag is ze bepalend voor het uiterlijk van veel Nederlandse jonge vrouwen. Wehkamp probeert de klant ook via YouTube te bereiken met Fashion in Focus, een online kanaal waar Dyanne Beekman de laatste trends op modegebied laat zien. Oók voor mannen. Het kanaal is overigens afgekeken van het franse YouTique. Flair in België is op verkenningstocht gegaan op Facebook en komt daar met een speciale applicatie waarin je kledingstukken aan vrienden kunt taggen wat ook weer gelinkt is aan het papieren magazine.

Klik hier om de video te bekijken

En in de offline retail is ook duidelijk zichtbaar dat het internet de voordeur van de fysieke winkel is geworden. De All inclusive store for men LokalHeroz is daar een voorbeeld van. Eigenaar Joël Fernandez zet zijn website, met blog, en Twitteraccount actief in om zijn winkel in de spotlight te plaatsen. En met succes, regelmatig haalt hij de media en dit jaar ontving hij de Ketelbinkieprijs voor zijn ondernemerschap.

Modeshows in een online wereld

Burberry kwam vorig jaar met de eerste modeshow livestream in 3D. Filmzalen werden afgehuurd en het grootste publiek ooit keek met een bril op de neus mee. Deze veranderingen brengen de modewereld naar het grotere publiek, en zo is dat ook online terug te zien. Het Mobypicture platform, waar je foto’s upload vanaf je mobiel en verspreid via je social media, richt al complete pagina’s in met beeld rondom de Amsterdam Fashion Week. De content wordt geleverd door het aanwezige twitterende en fotograferende publiek, en daarmee is het dus beschikbaar voor de hele wereld. Die ontwikkeling is ook terug te zien bij de New York Fasion week, zo zijn veel shows te zien via Livestream.com. Het verslag is uiteraard later te lezen in magazines of op blogs en websites, maar live laten de bekendste fashion watchers hun al mening horen via Twitter.

Techniek stimuleert verandering

De snelle ontwikkeling van de online fashion industrie is deels ook te wijten aan de snelle technologische ontwikkelingen. Het is de afgelopen jaren super eenvoudig geworden om een website te bouwen, een blog te openen of via Twitter een grote schare volgers te verzamelen. Hiermee is de stap om je offline winkel ook online beschikbaar te maken een stuk kleiner geworden. Bovendien is het idee dat je kleding eerst fysiek moet passen ook al vrij snel naar het land der fabelen verwezen: H&M boekt een nog altijd groeiend succes met haar webwinkel.

Maar het gaat verder: zo kun je je nieuwe zonnebril gewoon online passen en zijn er app’s die advies geven als het gaat om kleurencombinaties voor kleding. De Nederlandse start-up Fashiolista bedacht een concept waarmee je continu een wishlist bij kunt houden van fashion items die je interesse hebben. Door online aan te geven welke schoenen, jurkjes of tassen je leuk vindt verschijnt er een lijst met items op je Facebook profiel zodat ook vrienden en vriendinnen mee kunnen kijken en beoordelen. Daarnaast is de lijst altijd up-to-date in de iPhone App zodat je tijdens het shoppen het lijstje ook bij de hand hebt. Fashiolista haalde onlangs een investering binnen van 400.000 euro wat het marktpotentieel van dit soort ideeën maar weer eens bevestigd.

De fashionista kiest uiteindelijk

Wat gaat uiteindelijk de doorslag geven? De markt is nog volop in beweging, zo lijken de merken op dit moment goed op de ontwikkelingen in te kunnen spelen maar is dat over een paar jaar nog steeds zo? Naast online fashion shows duiken ook de bloggers op die vanaf hun zolderkamer menig modejournalist voorbij gaan in lezersbereik, of de communities waar klanten steeds vaker inspiratie halen uit hun sociale netwerk.

Wie het beste weet in te spelen op de nieuwe opinie leiders, door weet te dringen in de sociale netwerken en met nuttige App’s in de handtas terecht komt zal op de catwalk blijven staan. De vraag is alleen: wie gaat het, van de ontelbare nieuwe initiatieven, worden?

Foto door mandiberg.

Tim van Letht

Tim is mede-eigenaar van Spotlight Effect. Werkzaam bij Interpolis op het gebied van Online Strategie & Innovatie. Adviseert daarnaast één dag per week organisaties, spreekt op congressen en geeft colleges aan studenten.

More Posts - Website - Twitter

]]>
http://www.spotlighteffect.nl/marketing/de-offline-fashion-wereld-die-online-doorbreekt/feed/ 0
Professionaliseer het Twitter account van je organisatie http://www.spotlighteffect.nl/featured/professionaliseer-het-twitter-account-van-je-organisatie/ http://www.spotlighteffect.nl/featured/professionaliseer-het-twitter-account-van-je-organisatie/#comments Tue, 03 May 2011 17:23:40 +0000 Tim van Letht http://www.spotlighteffect.nl/?p=9652
Twee jaar geleden waren we nog druk met het verkennen van Twitter als communicatiemiddel voor bedrijven, vandaag de dag is een bedrijf dat twittert de normaalste zaak van de wereld. Tijd om het account van je bedrijf gelijk te trekken met andere communicatiemiddelen die worden ingezet: op een professionele manier dus. Want waarom zou je wel hele belscripts voor het callcenter en schrijfstijlen voor brieven bedenken maar geen eenduidig beleid voeren op Twitter? Zeker als klanten daar ook al dagelijks contact zoeken.

Spreek ik met *bedrijfsnaam*?

Het is wel zo makkelijk als een klant gelijk weet dat hij met de juiste persoon spreekt, als hij opbelt verwacht hij immers ook de bedrijfsnaam te horen voordat er andere vragen worden gesteld. Kijk dus goed of de naam van het account voldoende de lading dekt, Vodafone was te laat voor registratie op Twitter en koos voor @VFWebRelations waar de naam Vodafone niet heel herkenbaar in is. KPN is wel geregistreerd maar staat klanten te woord via @KPNwebcare, wel een duidelijk account waarvan een klant gelijk weet waar het voor is. Het is overigens mogelijk om een merknaam terug te claimen via Twitter zelf als deze door iemand anders is geregistreerd. Om klanten zeker te laten zijn dat ze met het officiële account te maken hebben kun je een link opnemen naar een pagina op de website waar uit wordt gelegd welke social media kanalen worden ingezet. Bij het Interpolis Twitter account staat bijvoorbeeld een link naar deze pagina waardoor er altijd duidelijkheid is over het juiste Twitter account.

En spreek ik met *bedrijfsnaam* of *voornaam*?

Heb ik te doen met Jan van KLM of KLM? Een merknaam brengt veel anonimiteit met zich mee, iets wat in sociale media niet gangbaar is. Sterker nog, het hele internet is vergaand gepersonaliseerd waardoor je eigenlijk altijd met een ander persoon praat in plaats van een merknaam. Je kunt dit oplossen door specifiek een persoon te laten tweeten voor je organisatie, maar vaak is dit minder gewenst omdat zakelijk en privé al snel door elkaar loopt. Een klant zal blij zijn met de tweets die informatie bieden over het gekochte product, maar niet met vakantiefoto’s van de medewerker die in het weekend ook andere dingen doet. Een oplossing die nu veel wordt gebruikt is in de tweet zelf initialen te gebruiken. Als ik, Tim van Letht, zou tweeten voor een bedrijf zou een tweet dan afgesloten worden met ^TvL of (TvL). Op de Twitterpagina kun je dan vervolgens toelichten dan die initialen voor Tim staan, daarmee heeft de klant al iets meer het idee met een persoon te praten dan wanneer er niets bij staat. Als er dan ook nog ergens een foto van de tweetende medewerker staat wordt het geheel al helemaal persoonlijk!

Regel je aanspreekpunten intern

Een bericht bereikt online direct zijn bestemming, dat vraagt ook om een snel antwoord. En die antwoorden moeten natuurlijk wel klaar liggen. Een aantal simpele oplossingen kunnen ervoor zorgen dat zelfs lastige vragen binnen een paar uur een goed antwoord kunnen krijgen. Natuurlijk kun je kijken naar vragen die regelmatig voorkomen, stel een interne FAQ op en toets die met de betreffende afdelingen. Deze FAQ is handig voor medewerkers die de vragen daarmee eenduidig kunnen beantwoorden, een antwoord wordt namelijk door meer mensen gelezen dan alleen de klant die een vraag heeft gesteld. Naast een vraag en antwoord lijstje is het ook goed om collega’s op te zoeken met verschillende functies die je snel aan ontbrekende antwoorden kunnen helpen. Sluit bijvoorbeeld je product managers aan om gebruikerservaringen te gebruiken voor ontwikkeling van nieuwe producten en diensten, of zorg voor een goed contact met de communicatie afdeling om reputatie gevoelige kwesties te toetsen. UPC heeft dat goed ingericht en maakte onderstaande plaat om te laten zien hoe hun webcare team in de organisatie functioneert.

Bij het inschakelen van interne medewerkers om berichten die van Twitter af komen te beantwoorden is het belangrijk ook een goede kanaalswitch in te regelen. Twitter is niet altijd geschikt voor de volledige conversatie, vaak start het gesprek op Twitter en gaat het verder via een ander kanaal. Zeker als er privacy gevoelige informatie uitgewisseld gaat worden, zoals NAW gegevens of klantnummer, is het verstandig voor een 1-op-1 kanaal te kiezen. Probeer dit soort informatie ook niet via een Direct Message te sturen, bij T-Mobile ging dit al eens verkeerd.

Intern beginnen, extern winnen

Deze communicatie vuistregel stamt al uit een tijd ver voor Twitter maar is daardoor niet minder actueel. Zorg altijd dat de interne organisatie wordt meegenomen in wat je naar de buitenwereld toe communiceert, en dat geldt ook voor berichten van minder dan 140 tekens. Door intern te vertellen wat je extern doet creëer je zelfs ambassadeurs voor je activiteiten in de organisatie. Immers, de informatie die van Twitter af komt is enorm waardevol. Een klant die de moeite heeft genomen om te klagen is beter dan een klant die stilzwijgend opzegt, en de ervaringen met jouw producten uit eerste hand overtreffen ieder onderzoekspanel. Begin dus met het opengooien van de social media poorten op de computers van medewerkers, voor zover dat nog niet is gebeurd, en laat ze zien wat er in de buitenwereld afspeelt.

Met deze lijst aan tips voor het goed organiseren van een Twitter account kom je al een heel eind, maar waarschijnlijk liggen de beste tips nog op ons te wachten. Wie vult aan met eigen ervaring?

Tim van Letht

Tim is mede-eigenaar van Spotlight Effect. Werkzaam bij Interpolis op het gebied van Online Strategie & Innovatie. Adviseert daarnaast één dag per week organisaties, spreekt op congressen en geeft colleges aan studenten.

More Posts - Website - Twitter

]]>
http://www.spotlighteffect.nl/featured/professionaliseer-het-twitter-account-van-je-organisatie/feed/ 0