Spotlight Effect » Medium http://www.spotlighteffect.nl Online archief van het ter ziele blog Spotlight Effect Fri, 03 May 2013 11:40:30 +0000 nl-NL hourly 1 http://wordpress.org/?v=3.5.1 Van de buis naar de stembus http://www.spotlighteffect.nl/medium/van-de-buis-naar-de-stembus/ http://www.spotlighteffect.nl/medium/van-de-buis-naar-de-stembus/#comments Sat, 01 Mar 2008 16:58:26 +0000 Medium http://www.spotlighteffect.nl/?p=1477 Een onderzoek over Dr. Phil en de polarisering van de politiek

Tekst: Evelien Flink

Na een wachttijd van bijna vier jaar is de Amerikaanse verkiezingsstrijd opnieuw losgebarsten. Vanaf januari kunnen democraten en republikeinen weer naar de stembus om hun presidentskandidaat te kiezen. Oprah Winfrey, één van Amerika’s meest populaire presentatrices, veroorzaakte hierbij onlangs behoorlijk wat tumult door openlijk haar steun aan democraat Barack Obama te betuigen. Toch was dit niet de eerste keer dat een talkshowhost alle ogen op een verkiezingskandidaat richtte. Tijdens de verkiezingen van 2004 verschenen zowel president George Bush als toenmalig kandidaat John Kerry met hun vrouwen bij de Dr. Phil show. Eind vorig jaar werd hier, door een groep UvA researchmaster studenten en promovendi een onderzoek over uitgevoerd, onder begeleiding van afdelingsvoorzitter communicatiewetenschap Liesbet van Zoonen. Medium zette de hoofdlijnen van het artikel uiteen. Wat voor gevolgen heeft het verschijnen op een talkshow voor een potentiële president?In 2004 verschenen de twee Amerikaanse presidentskandidaten, president George W. Bush en zijn uitdager democraat John Kerry, met hun vrouwen in twee verschillende afleveringen van de Dr. Phil show. Hier vertelden zij Amerika’s populairste televisietherapeut over hoe ze hun gezinsleven combineerden met een politieke carrière. Er werd hierbij bewust niet over campagnevoeren of politieke kwesties gesproken.

Een analyse van de reacties die kijkers destijds online posten toont echter aan dat de politieke relevantie van het privé-leven van de kandidaten hevig werd betwist. Hun gezinsleven en persoonlijke waarden werden namelijk gezien als hoeksteen voor hun politieke positie. Het Dr. Phil forum functioneerde dus niet alleen als een plaats voor overdenking en dialoog, maar ook als een podium voor het uiten van politieke standpunten.

Het oorspronkelijke idee achter de interviews was dat Bush en Kerry uitsluitend over hun gezinsleven zouden praten. De shows werden dan ook bij de kandidaten thuis opgenomen. Op deze manier konden kijkers kennis maken met de ‘persoonlijke kant’ van hun presidentskandidaat, bijvoorbeeld door te zien hoe zij hun kinderen hebben opgevoed en waar ze zelf waarde aan hechten in hun levens. Ook werd hun gevraagd hoe ze thuis met alledaagse problemen zoals opvoeding, overgewicht en gezondheid omgingen. Kijkers hadden op het Dr. Phil online forum vervolgens de mogelijkheid om hun eigen ervaringen met deze kwesties te delen. Deze postings werden door Van Zoonen et al. gebruikt als onderzoeksmateriaal om een antwoord te vinden op de volgende vraag: Hoe gebruikt een publiek persoonlijke ervaringen van kandidaten, zoals gezien bij de Dr. Phil show, om de politiek beter te begrijpen?

Het onderzoek belicht verschillende onderwerpen waar hevig over gediscussieerd werd op het forum. De meeste mensen reageerden direct op de politieke agenda’s van de kandidaten (zoals of de oorlog in Irak wel of niet door moet gaan), maar anderen baseerden hun voorkeur op kwesties die ver van de politiek stonden. Zo waren er bijvoorbeeld zelfs mensen die de stoelen waar de kandidaten in zaten tijdens het interview (Bush en zijn vrouw zaten in harde stoelen, Kerry en zijn vrouw in fauteuils) verbonden met het politieke imago dat ze wilden uitstralen. Ook werd gepost dat Kerry een minder aantrekkelijke man was dan Bush. Dit resulteerde in de volgende sarcastische reactie: “Well, that’s it! I’m changing my vote. We can’t have a skinny man with sunken eyes running the nation. Wow, thanks for pointing that out – we could have been in real trouble!” De stijl en toon van de postings verschilden zowel per onderwerp als per persoon. Sommigen postings waren kalm van aard en droegen bij aan de discussie, terwijl anderen juist tot confrontaties leidden. Toch bleken veel mensen waarde te hechten aan de persoonlijke voorkeuren en ervaringen van de kandidaten als basis voor hun stemkeuze.

Wat betekent dit voor de volgende verkiezing? Heeft Obama met de populaire Oprah Winfrey aan zijn zijde een grotere kans om presidentskandidaat te worden? Voor een antwoord op deze vraag zullen we nog even geduld moeten hebben. Gelukkig zijn er tot die tijd voldoende talkshows om de tijd te doden.

]]>
http://www.spotlighteffect.nl/medium/van-de-buis-naar-de-stembus/feed/ 0
Benoemen en genadeloos afrekenen http://www.spotlighteffect.nl/medium/benoemen-en-genadeloos-afrekenen/ http://www.spotlighteffect.nl/medium/benoemen-en-genadeloos-afrekenen/#comments Sat, 01 Mar 2008 16:56:41 +0000 Medium http://www.spotlighteffect.nl/?p=1476 Alleen provocatie of toch grensoverschrijdend?

Tekst: Mirjam de Jong

Weinig gaat de weblog GeenStijl.nl te ver om een primeur te behalen, sarcastisch uit de hoek te komen, een mooie mediastunt te creëren of een daverende discussie op gang te brengen. Heeft een populaire weblog als GeenStijl geen publieke verantwoordelijkheid? Mag de weblog onder de noemer ‘zonder politiek correct gelul’ journalistieke grenzen overschrijden?

De in 2003 opgerichte weblog GeenStijl bestond aanvankelijk uit het bespotten van amateurisme van andere websites en het schrijven van opiniërende artikelen en comments over actualiteiten en personen. Het provocerende karakter was al vanaf het begin zichtbaar. De weblog is het visitekaartje geworden van de holding NewsMedia, gevestigd in Amsterdam. Sinds 2006 is deze holding voor 40% eigendom van de Telegraaf Media Groep. GeenStijl is zich steeds meer gaan richten op de actualiteiten en de Nederlandse politiek in plaats van op alleen trivia en humor. Zo heeft de weblog een onderscheidend semi-journalistiek karakter gekregen. Dit wordt door de redactie echter niet nagestreefd. Alle journalistieke principes, nuances en politieke correctheid worden gemeden en de artikelen worden nog steeds gekenmerkt door felheid, directheid en het nodige sarcasme. Volgens de statistieken van de weblog zelf bestaat het publiek voor 70% uit hoger opgeleide, jonge mannen en wordt de site maandelijks door 1,6 miljoen mensen bezocht.

Genadeloos afrekenen
Door het NOS Journaal werd het ‘de nieuws-weblog van rechtse signatuur’ genoemd en ook de nrc.next schaalt het in als rechts-populistisch. Directeur Dominique Weesie noemt de weblog zelf ook rechts van het midden. Maar volgens Weesie is het doel van GeenStijl om in Nederland de Britse tabloid ‘journalistiek’ te introduceren: genadeloos afrekenen. Dit lijkt aardig te lukken aangezien GeenStijl door verschillende traditionele media ook wel ‘de vertegenwoordiger van de onderbuik gevoelens’ en ‘shock-log’ genoemd wordt. Van vermeende criminelen wordt bijvoorbeeld de gehele achternaam genoemd en op de foto wordt over hun ogen geen zwarte balk geplaatst.

Onwaarheden

Soms gaat de weblog te ver en wagen rechtspersonen zich aan een juridische strijd met GeenStijl of zijn columnisten. Zo nam Ruud de Wild advocaat Bram Moszkowicz in de arm om hem te helpen Luuk Koelman tot de orde te roepen. Koelman, op zijn website ‘de journalist met een scherp in de huid krassend pennetje’ genoemd en columnist op de weblog, had een column gepubliceerd waarin de DJ/kunstenaar beledigd werd. Na een aantal sommaties van de topadvocaat tot verwijdering en rectificatie van het artikel, die daarna in hun geheel te lezen waren op de weblog, heeft de Wild zijn dreigementen niet waargemaakt: het is nooit tot een rechtszaak gekomen.

Accuraat?

Het verkondigen van onwaarheden tussen actualiteiten en nieuws is een vreemde kwestie en inderdaad vergelijkbaar met de Britse tabloids. Als men het nieuws op een leuke manier tot zich wil nemen en de zware, droge kost van de traditionele media wil mijden, zou GeenStijl een goede manier zijn. Maar hier en daar blijkt de weblog niet vies te zijn van een leugen. Bijvoorbeeld de melding in januari 2007 van het overlijden van Felix Meurders na een verkeersongeluk op de Plantage Kerklaan in Amsterdam. Een verzinsel van GeenStijl om Meurders terug te pakken. Hij had namelijk in het programma De Leugen Regeert een onderzoek gepresenteerd naar de geloofwaardigheid van nieuwssites waaronder ook GeenStijl. Je eigen dood terugvinden op het internet kan niet beschouwd worden als een grap, en gaat dan ook te ver. Maar de weblog laat ook zien wél met accuraat nieuws te kunnen komen. Zoals de primeur van de Nijmeegse mannelijke wethouder en een gemeenteraadslid die een seksueel avontuur beleefden in een fietsenhok. Dit is later opgepikt door andere media waardoor het vrouwelijke gemeenteraadslid uiteindelijk haar biezen heeft gepakt. Het bleek accuraat nieuws, maar ontketende wel een discussie over of men hier met een privé kwestie te maken had en het wel openbaar had mogen worden gemaakt.

Reaguurders
Op al deze artikelen mag volop gereageerd worden. Dit maakt de weblog volgens de redactie al jaren tot wat het is. Aan het reageren is tegenwoordig echter wel een aantal regels verbonden. Zo mag de zogenaamde ‘reaguurder’ geen racistische, antisemitische of extreem rechtse bedreigingen plaatsen, worden analfabeten geweerd en kunnen de ‘reaguurders’ met aanhoudende zeikreacties (‘vervelio’s’) een IP-ban verwachten. Daarnaast moeten vrouwen zich niet aanstellen als ze seksueel gefrustreerd raken door de comments van andere reaguurders, comments van hen worden tenslotte ook gewoon gerespecteerd. Tot slot is GeenStijl niet voor mietjes en geeft de redactie aan een gruwelijke hekel te hebben aan kleinzielig gedrag en politiek correct gejammer. Heel goed, dit soort regels. Dan blijft het voor iedereen leuk en acceptabel. Maar zowel de redactie (door sancties) als de reaguurders (door comments) lijken zich hier niet helemaal aan te houden.

Begin januari bijvoorbeeld, zet de weblog het idee van Doekle Terpstra voor 2008 uiteen: benoemen en bouwen. GeenStijl is niet positief over het initiatief van Terpstra om met elkaar de positieve dingen uit de samenleving te gaan benoemen en daar verder op te gaan bouwen, in plaats van alleen maar kritiek te leveren op alles wat er gebeurt in onze samenleving. Een reaguurder geeft hierover zijn mening: “Als Nederland Nederland zou zijn, hadden we dit gezeur niet gehad.” Verder geeft hij aan dat de problemen vooral worden veroorzaakt worden door allochtone jongeren. “Laat Nederland Nederland zijn en ROT OP!” is dan ook zijn slotzin. Uit deze reactie blijkt op te maken dat reaguurders zich niet aan alle gestelde regels houden.

Middeleeuwen
De journalistieke monocultuur is in Nederland aan het veranderen, vermoedelijk door het internet. De voornamelijk linkse traditionele media krijgen een steeds sterker tegengeluid. Dit is op zichzelf een goede ontwikkeling voor een vrije democratie als Nederland. In maart 2007 stelde de jury van ‘Dutch Bloggies’ vast dat GeenStijl de beste weblog van Nederland is. Volgens Boudewijn Geels, redacteur van HP de Tijd, is hetgeen wat GeenStijl zo uniek maakt het feit dat het fungeert als nationale schandpaal. Net als in de Middeleeuwen worden de rare individuen op het schavot gehesen en het volk krijgt de mogelijkheid om deze individuen uit te foeteren, de grond in te trappen en uit te lachen. Nu in de vorm van het plaatsen van anonieme reacties. En hier is, blijkens de vele comments, nog steeds veel behoefte aan. Maar niet alleen daarin is een grote mate van vrijheid te ontdekken. Zo is de site ook de enige ‘nieuwssite’ die de volledige achternaam van vermeende criminelen geeft en voor grove filmpjes niet terugdeinst. Kortom: de grenzen zijn ver te zoeken. De bezoekers van GeenStijl krijgen echter ongecensureerde, keiharde feiten en soms een vleugje leugens voorgeschoteld. En dat is waar ze voor komen. Voor de rest van de bevolking zijn er naast GeenStijl gelukkig nog veel meer mogelijkheden om jouw nieuws te vinden.

]]>
http://www.spotlighteffect.nl/medium/benoemen-en-genadeloos-afrekenen/feed/ 0
Reclame voor Religies http://www.spotlighteffect.nl/medium/reclame-voor-religies/ http://www.spotlighteffect.nl/medium/reclame-voor-religies/#comments Sat, 01 Mar 2008 16:54:50 +0000 Medium http://www.spotlighteffect.nl/?p=1475 De marketing van religieuze bewegingen

Tekst: Frank Siera

Sceptici noemen het sektes, aanhangers zien het liever als een religie. Sommigen schilderen het af als een hype, anderen noemen het een belangrijke beweging. Eén ding is zeker: religieuze bewegingen als Hare Krisjna, de Scientology kerk en Kabbala hebben populaire periodes gekend waarin ze regelmatig in het nieuws verschenen. Tijdens zo’n periode hebben ze een hoge nieuwswaarde en het zou te simpel zijn dit louter toe te schrijven aan de celebrity’s die zich erbij aansluiten. Jehova’s getuigen gaan nog ouderwets langs de deur, maar doen andere religies aan moderne marketing of is de groeiende populariteit een natuurlijk verschijnsel?

De oprichter van de Scientology kerk was Lafayette Ron Hubbard, een Amerikaanse schrijver. De beweging is dus ook gebaseerd op de werken van haar grondlegger. Dianetics, The Modern Science of Mental Health, zijn boek uit 1950 gaf het startschot voor de oprichting van de Scientology kerk. De filosofie van Hubbard is door hem vastgelegd in tientallen boeken en duizenden op geluidsband opgenomen lezingen. Volgens Julia Rijnvis, hoofd externe zaken van de Scientology kerk in Amsterdam, mag er worden gesteld dat zijn boeken en geschriften de belangrijkste informatiebronnen zijn van Scientology.

Celebrity’s
Scientology schenkt veel aandacht aan het welzijn van de beroemde volgelingen. Zo bestaan er in zes verschillende landen een aantal luxe, zogeheten Celebrity Centres. Deze zijn voor het welzijn van de celebrity’s en zijn specifiek gericht op de artiesten. Rijnvis legt uit: “De artiest is een schepper. De artiest schept de toekomst en mooie dingen. Hiervoor heeft L. Ron Hubbard speciale diensten achtergelaten.” Het gerucht doet de ronde dat de grondlegger van Scientology in de jaren ‘50 Project Celebrity heeft opgestart, wat inhield dat mensen die beroemde artiesten konden rekruteren om lid te worden van de Scientology kerk werden beloond. Deze beroemdheden zouden op hun beurt weer zorgen voor meer leden. Dit blijkt niet juist te zijn. “Het is natuurlijk leuk als mensen als Tom Cruise of John Travolta zich uitspreken voor Scientology, maar we zullen er geen gebruik van maken.”

Toch verklaart Julia Rijnvis de hoge media-aandacht van de laatste jaren mede door een aantal internationale beroemdheden die hun lof uitspraken over de kerk. “Door de uitspraken van Tom Cruise, zijn huwelijk met Katie Holmes en ook John Travolta die redelijk aanwezig is in de media, is er een soort waterval over ons heen gekomen. Natuurlijk is het controversieel om je uit te spreken tegen de psychiatrie, maar daar staat Scientology volledig achter.” De soms negatieve publiciteit heeft echter geen negatief effect gehad op het aantal leden van de kerk. “Integendeel, we hebben altijd een groeiend aantal leden gehad en de soms lasterlijke media-aandacht van de afgelopen jaren heeft zelfs gezorgd voor een nog grotere toename van het aantal scientologen.”

Nieuwe media
Naast de boeken van L. Ron Hubbard die de basis vormen voor de religieuze beweging, is vooral internet een belangrijke vorm van publiciteit. Een internationale website in vijftien verschillende talen en een online bookstore zijn voorbeelden van het nieuwe medium waar de beweging zich op richt. “Internet is heel handig, daar staat heel veel op. Onze opnieuw uitgegeven boeken zijn ook te bestellen via talloze bestelsites. Daarbij hebben we begin jaren ’90 veel bekendheid geworven door middel van billboards op treinstations. Dat was destijds erg effectief. Een tijdje terug hebben we getwijfeld om Scientology te promoten op de tv-schermpjes in de tram, maar daar hadden we toch niet genoeg vertrouwen in.” Rijnvis vertelt tevens dat een groot deel van de publiciteit uiteindelijk via mond-tot-mondreclame tot stand komt. “Veel nieuwe leden worden door iemand meegebracht. Ik ben destijds ook door iemand anders geïntroduceerd.”

Laagdrempelig
Ook het Kabbalah Centre maakt gretig gebruik van de snelle opkomst van het internet. De uitgebreide en informatieve website bevat weblogs en maakt het mogelijk om Kabbalalessen ook online te volgen. Dit maakt het volgen van de cursus laagdrempeliger voor potentiële volgelingen. Daarbij combineert de organisatie de verschillende media televisie, radio en internet op http://tv.Kabbalah.com. Hier kan men documentaires over Kabbala bekijken die inzicht geven in de religie en kan men zelfs podcasts downloaden waarin wijze Kabbalalessen te beluisteren zijn.

Het Kabbalah Centre heeft ook een eigen telefoonnummer, de zogeheten Student Support. Wie 1-800 KABBALAH belt, krijgt een instructeur aan de lijn die de beller zal aanraden om een cursus te volgen of bepaalde boeken te lezen, of zelfs onderwerpen die de ‘student’ aansnijdt zal bespreken. De instructeur zal de beller helpen met het uitstippelen van een plan om zo zorgvuldig mogelijk de beginselen van Kabbala onder de knie te krijgen. Al met al blijkt dat de organisatie het volgen van lessen voor wie dan ook, Joods of niet-Joods, zo laagdrempelig mogelijk probeert te houden.

Merchandising
Kabbala zelf wordt niet bekritiseerd, maar is juist de criticus. Vooraanstaande mensen van de religie vinden dat het Kabbalah Centre zich té laagdrempelig opstelt en daarmee de belangrijke beginselen van de religie tekort doet en zich teveel richt op het aantrekken van rijkdom. Het Kabbalah Centre doet zelfs aan zogenaamde merchandising, zoals de bekende rode touwtjes om de pols en Kabbalawater, dat de volgelingen voor negatieve energie schijnt te behoeden. De ophef over Kabbala in het nieuws richt zich dus alleen op deze organisatie en de sterren die het aantrekt.

Hare Krisjna
Hare Krisjna kent zeven doelstellingen. De eerste luidt “Het stelselmatig overdragen van geestelijke kennis onder alle lagen van de bevolking en het onderrichten van alle mensen in de technieken van het geestelijk leven met als doel de aantasting van de levenswaarden tegen te gaan en tot werkelijke eenheid en vrede in de wereld te komen”. De zevende luidt “Het uitgeven en verspreiden van tijdschriften, boeken en andere publicaties met als doel de zeven doelstellingen te verwezenlijken”. Hieruit blijkt dat het ISKCON de verspreiding en marketing van Hare Krisnja met veel aandacht probeert te bewerkstelligen. Zo is er Krishna Bhakti, het tweemaandelijkse tijdschrift van de beweging. Naast veel informatie, staat in dit tijdschrift onder andere de vaste rubriek “het Kinderhoekje”. Het ISKCON probeert zowel kinderen, jongeren als volwassenen aan te trekken. Zo is er naast een organisatie voor volwassenen ook een internationale jongerenorganisatie met een eigen website.

De website van Hare Krisjna zelf is duidelijk minder geavanceerd dan die van de Scientology kerk en Kabbalah Centre. Deze verschaft weliswaar genoeg inhoudelijke informatie over de religie, maar oogt minder modern en bevat geen digitale snufjes als bijvoorbeeld podcasts. Wel verwijst de website naar een online Krisjna Café, maar op het moment van bezoek was deze website offline vanwege technische problemen. Het ISKCON focust duidelijk meer op de ouderwetse manieren van marketing, zoals tijdschriften en verschillende suborganisaties. Dit valt wellicht te verklaren door de inmiddels redelijk gedaalde aandacht voor de beweging, die vooral in de jaren ’60 regelmatig in het nieuws voorkwam. Hare Krisjna’s hoogtijdagen lijken verleden tijd.

Publiciteit
Verleden tijd of toekomst, deze religies blijken veel aandacht te besteden aan de marketing en promotie van hun organisatie. De beroemde volgelingen zorgen regelmatig voor veel ophef in het nieuws, maar een veelgebruikt gezegde lijkt in dit geval gepast: slechte publiciteit is goede publiciteit. Daarnaast zorgen de religieuze bewegingen zelf ook voor veel reclame en gaan ze erg met hun tijd mee. Geavanceerde websites, billboards, podcasts en weblogs zorgen allemaal voor de toename in het aantal leden waar ze naar streven. Ze begrijpen heel goed hoe ze het publiek moeten bereiken, want zoals L. Ron Hubbard ooit zei, “communication is the universal solvent.”

Oorlog
Op 18 januari heeft een organisatie, toepasselijk genaamd Anonymous, alle internetsites van Scientology aangevallen. Hierdoor ligt het hele netwerk plat, waaronder ook de Nederlandse website. Alleen de internationale website, scientology.org, is nog bereikbaar dankzij speciale beveiligingssystemen. De organisatie heeft verscheidene aanvallen op Scientology gepland, zowel online als in de echte wereld. De leden zeggen geen geweld te willen gebruiken, maar wel protestacties, het hacken van computers en bijvoorbeeld eieren gooien. Aanleiding voor deze ‘oorlog’ was een filmpje waarin Tom Cruise vol lof over Scientology sprak. Het was nooit de bedoeling geweest dat dit op internet terecht zou komen en zodoende probeerde de religieuze beweging het alsnog offline te krijgen. Anonymous strijdt echter tegen censuur en voor vrijheid van het internet en accepteerde dit niet. Anonymous schijnt te bestaan uit duizenden leden over de hele wereld, die communiceren via verborgen boodschappen op internet. De organisatie zegt pas te stoppen met het aanvallen van Scientology als deze verdwijnt of als de politiek de ‘terreur’ van de vermeende sekte inziet.

Scientology
Opgericht in: 1952

Beroemde aanhangers:
Tom Cruise, Katie Holmes, John Travolta

Beleefde nieuwswaardig hoogtepunt in: jaren ‘90 en jaren ‘00, nieuw hoogtepunt in 2005 en 2006

Scientology is opgericht door L. Ron Hubbard. Het is ontstaan uit dianetica, een door Hubbard ontwikkelde techniek waarmee het negatieve effect van ongewenste mentale processen uitgeschakeld kan worden. Een scientoloog wordt opgeleid tot auditor, iemand die door middel van sessies andere mensen helpt met het verbeteren van zichzelf en daarmee de maatschappij. Dit wordt religious counselling genoemd. De organisatie bestrijdt de psychiatrische tak van wetenschap omdat zij deze als onjuist beschouwt en beschuldigt van het schenden van mensenrechten. Vanwege deze opvatting wordt Scientology vaak bekritiseerd.

Kabbala
Opgericht in: vermoedelijk 1300 BC (Kabbalah Centre in 1965)

Beroemde aanhangers:
Madonna, Britney Spears, Lindsay Lohan, Demi Moore

Beleefde nieuwswaardig hoogtepunt in: 2004 en 2005

Kabbala is onderdeel van de joodse religie en geeft inzicht in de goddelijke natuur. De Kabbalah Centre is een organisatie, opgericht in Los Angeles door Karen en Philip Berg, met meer dan vijftig vestigingen wereldwijd en geeft Kabbalalessen aan mensen van niet-Joodse afkomst. De theorie van de oprichters is dat Kabbala niet alleen bestemd is voor de Joodse elite, maar voor iedereen. Dit instituut trekt veel beroemdheden aan, maar wordt bekritiseerd en beschuldigd van verloochening en onjuiste interpretatie van de religie en het aantrekken van rijkdom.

Hare Krisjna
Opgericht in: 1966

Beroemde aanhangers:
de Beatles

Beleefde nieuwswaardig hoogtepunt in: jaren ‘60 en jaren ‘70

De Hare Krisjna-beweging, officieel de International Society for Krisjna Consciousness (ISKCON) genaamd, is opgericht door A.C. Bhaktivedanta Swami Prabhupada. Het is een beweging afgeleid van het vaishnavisme, wat weer een beweging binnen het hindoeïsme is. De God in deze religie noemt men Krisjna of ook wel de Hoogste Persoonlijkheid Gods. Elke ziel is een deeltje van Krisjna. Het ISKCON heeft zeven doelstellingen, waaronder het systematisch verspreiden van de ideologie. Op een aantal punten verschilt het ISKCON duidelijk van het vaishnavisme en dit is voor veel gelovigen een kritiekpunt. Veel Nederlandse volgelingen zijn verhuisd naar een kasteel in de Ardennen en worden aldaar regelmatig afgeschilderd als sekteleden.

]]>
http://www.spotlighteffect.nl/medium/reclame-voor-religies/feed/ 3
Nieuwe buurtbewoner gezocht (m/v) http://www.spotlighteffect.nl/medium/nieuwe-buurtbewoner-gezocht-mv/ http://www.spotlighteffect.nl/medium/nieuwe-buurtbewoner-gezocht-mv/#comments Sat, 01 Mar 2008 16:53:02 +0000 Medium http://www.spotlighteffect.nl/?p=1474 Wijkpromotie voor probleemwijken

Citymarketing en tegenwoordig wijkmarketing zijn de nieuwe wapens van gemeenten om mensen te porren voor de drie W’s: wonen, werken en winkelen. Wat te doen als een wijk negatief belicht wordt in de media en promotie dient voor zelfbehoud? Drie studenten uit Utrecht hebben het antwoord.

Het valt tegenwoordig niet mee om producten aan de man te brengen, zeker niet als het te verkopen product een stad betreft. Beeld je maar eens in waar je in dit organisch geheel van mensen, voertuigen en infrastructuur je als stad zijnde het accent op moet leggen om de aandacht te trekken van de consument. Wordt aantrekkelijkheid gekenmerkt door cultuur en ontspanning in de omgeving? Of juist leefbaarheid en natuur? Een aantal voorbeelden van stadsmarketing zijn de thema’s “I Amsterdam”, “Er gaat niets boven Groningen” en “’t Kan in Almere”. Over de grens wordt er in sommige gevallen overdreven met bestaande slogans: zo verscheen er in Parijs, de stad van de liefde, een poster van een groep zoenende rugbyers.

Probleemwijken

Nu blijken niet alleen stedelijke bestuurders gebaat te zijn bij allerhande promotie om het nog aantrekkelijker te maken om juist in hun stad te gaan wonen, winkelen of werken. Tegenwoordig zijn ook wijken zeer pro-actief bezig met de media en op welke manier deze van hun kant moeten worden ingezet om mensen enthousiast te maken voor hun wijk. Hieronder wordt aan de hand van een uniek initiatief van drie studenten belicht hoe media zodanig kunnen worden ingezet om wijken aan te prijzen in tijden van negatieve publiciteit (en de daaropvolgende leegloop) of de aanwas van inwoners te consolideren in tijden van herstructurering.

Maart 2007 was het zo ver: PvdA-minister Ella Vogelaar voor Wonen, Wijken en Integratie presenteerde haar plan om probleemwijken aan te pakken. Dit deed zij aan de hand van een door haar departement opgestelde top-40 probleemwijken. De overheid is voornemens hier de komende vier jaar 400 miljoen euro extra aan te besteden om zaken als leefbaarheid en integratie van verschillende bevolkingsgroepen te bevorderen. Zo schreef Elsevier recentelijk een artikel over de probleemwijken van Amsterdam waarin minutieus werd beschreven welke onlusten er het afgelopen decennium de media haalden. In de weken na de publicatie van deze wijkenlijst verschenen er een aantal kritische artikelen over verschillende wijken. De Volkskrant schreef ondermeer dat “mensen altijd chagrijnig zijn in Overvecht”.

Landmarks
Het behoeft geen uitleg dat de bewoners van deze wijken niet blij waren met dit oordeel van de media. Henk Verhagen, Ivo Tanis en Klaas Schotanus, studenten stedelijke vormgeving aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht (HKU) besloten, naar aanleiding van opgedane ervaringen in Sri Lanka los van hun studie, een project op te zetten in de Utrechtse flatwijk Overvecht. Onder de naam stichting HIK gingen zij de wijk in om inzichten op te doen over de aard van de aanwezige problemen: “Overvecht is een overblijfsel van de systeembouw uit de jaren ‘60. Dat was toentertijd het ideaal want alles was aanwezig in die flats: gas, water, elektra. Dit was het zogenaamde idee van licht, lucht en ruimte” betoogt Henk. Vervolgens zijn zij gaan kijken naar zogenaamde landmarks om de inwoners van Overvecht te bereiken. Landmarks zijn in de regel hoge punten in een wijk of stad (bijvoorbeeld de Eiffeltoren in Parijs), maar in het algemeen zijn het punten die een versterking van de oriëntatie verschaffen. “Het is erg persoonlijk wat mensen als landmark zien, dit kan van alles in het straatbeeld zijn, van de bakker op de hoek tot een stukje kauwgom op een stoeptegel” aldus Henk. “Maar het is ook belangrijk dat je praat met de bewoners om er achter te komen wat daadwerkelijk de landmarks zijn in een wijk”, meent Klaas.

Fotografie
Tegelijkertijd met hun wijkoriëntering speelde de discussie over SWANKS. Deze steigerdoeken zouden volgens sommige belanghebbenden een té grote uitwerking hebben op het straatbeeld. De blinde gevelwanden van de flats in Overvecht in combinatie met de onherkenbaarheid van deze flats leverden het idee op SWANKS in te zetten. Zodoende krijgen de flats een positiever én een herkenbaarder aanzicht. Stichting HIK bedacht voor de invulling van deze SWANKS dat de wijk zelf hier het meest over te zeggen zou hebben. Zodoende benaderden zij begin 2007 een basisschool, een middelbare school en een buurtcentrum. Met deze drie groepen ging de stichting aan de slag om de mooie kanten van hun wijk beter in beeld te brengen. Er is voor deze drie categorieën gekozen vanwege het feit dat leeftijd wellicht een doorslaggevende factor kan spelen bij de zoektocht naar mooie plekjes in de wijk. “We hebben gekozen om fotografie te gebruiken, vanwege het feit dat dit een heel simpel en pakkend medium is. Door aan deze groepen een cursus fotografie te geven konden de buurtbewoners hun buurt gemakkelijk vastleggen”, stelt Ivo. “Met afdelingen van deze verschillende leeftijdsgroepen zijn wij vervolgens de wijk ingetrokken om met name positieve beelden van de wijk te fotograferen.”

Succes
In de tussentijd benaderde stichting HIK in eerste instantie de gemeente en later de twee grootste woningbouwverenigingen die actief zijn in Overvecht voor een subsidie. Na lang aandringen werd er één woningbouwvereniging bereid gevonden geld te geven om de wijk op te kunnen fleuren. Na een aantal maanden met buurtbewoners te hebben opgetrokken begon het project zijn vruchten af te werpen. Zo kregen de heren een verzoek van een andere wijk uit Utrecht (Kanaleneiland) om eenzelfde soort project daar op te zetten. Henk vond echter een significant verschil tussen beide wijken: “Wat wij nu gedaan hebben in Overvecht zou bijvoorbeeld nog niet mogelijk zijn in Kanaleneiland, tenminste niet op dezelfde manier. In Overvecht hebben wij alleen maar heel erg positieve ervaringen opgedaan, terwijl als je in Kanaleneiland rondloopt je camera praktisch wordt afgepakt.”
Hierna volgde de wijk Slotervaart die wel oren had naar het project. De stichting is echter voornemens eerst haar project in Overvecht af te sluiten, bij wijze van referentiepunt, om vervolgens te gaan nadenken over eventuele vervolgen. Klaas: “Dit project kan op grote schaal worden geïmplementeerd in een aantal wijken. Er moet dan wel een partij boven de teams die aan de slag gaan in de wijken, aanwezig zijn om de projecten te coördineren.” Naast Slotervaart meent de stichting dat de Bijlmer, vanwege het feit dat deze wijk in dezelfde ideologie is opgebouwd als Overvecht, ook een geschikte wijk is om zo’n project te op te starten.

Andere wijkpromotie?
Naast het initiatief van stichting HIK in de Utrechtse wijk Overvecht, zijn er ook een aantal andere voorbeelden te noemen op het gebied van wijkpromotie. Volgens de marketingblog Molblog is er op dit moment naar aanleiding van een ingrijpende herstructurering van de Rotterdamse wijk Crooswijk een campagne opgezet. Deze heeft de intentie de sympathie van betrokkenen (wijkbewoners, omwonenden en Rotterdammers in het algemeen) voor het herstructureringsproces te winnen en informatie te geven over de positieve veranderingen die deze opknapbeurt teweeg zou gaan brengen. Door middel van een website, advertenties en posters op billboards en trams met als motto “Een beetje vroeger, maar dan nu” wil de gemeente eenieder die tegen deze herstructurering is de mond snoeren.

Van de zomer is er in de Amsterdamse stadsdelen Slotervaart, Geuzenveld-Slotermeer, Osdorp en Bos en Lommer een actie gestart om het aanzicht van deze wijken te verbeteren. Een aantal buurten binnen deze wijken worden verfoeid vanwege het feit dat overal waar je kijkt schotelantennes aanwezig zijn. Kunstenaar Peter Doeswijk heeft met behulp van een aantal basisscholen in de desbetreffende buurten tekeningen gemaakt, deze vervolgens ingescand en laten bevestigen op de schotelantennes. Naast deze actie met schotelantennes heeft de gemeente Amsterdam te kennen gegeven geld beschikbaar te stellen voor ideeën die sociale cohesie in, en algemene promotie van probleemwijken ten goede komen.

Initiatief
Molblog weet te vermelden dat zogenaamde wijkmarketing of wijkpromotie vaak in het leven wordt geroepen om nieuwe bewoners naar de wijk te trekken of een wijk die wordt gerestaureerd in een beter daglicht te zetten. De heren van de stichting HIK zijn in deze algemene trend een wat vreemde eend in de bijt om twee redenen. Ten eerste betreft het drie studenten die eigenlijk alleen vanwege de relatie met de studie met dit project zijn begonnen en hier langzaamaan steeds meer affiniteit mee zijn gaan krijgen: “Vanwege de rechtsvorm die wij hebben aangenomen, een stichting, is het paradoxaal genoeg ook zo dat we ons niet mogen laten betalen voor alle moeite die we in het project steken. We moeten dan ook naast dit project ook gewoon werken en studeren. Ik vraag me dan ook ten zeerste af of dit project op deze manier door te voeren is naar andere wijken,” stelt Ivo. Ten tweede lijkt het zo te zijn dat (lokale) overheden pas na het initiatief van de stichting warm liepen voor wijkpromotie die niet gericht is op het lokken van nieuwe bewoners, maar juist op het bestrijden van een in de media ontsproten naargeestige reputatie. Misschien dat met de oproep van de Amsterdamse gemeente om als burger met ideeën te komen voor het oplappen van wijken, het startsein is gegeven niet meer reactief te handelen wanneer een wijk door het slijk wordt gehaald.

]]>
http://www.spotlighteffect.nl/medium/nieuwe-buurtbewoner-gezocht-mv/feed/ 0
Kogels en krantenkoppen http://www.spotlighteffect.nl/medium/kogels-en-krantenkoppen/ http://www.spotlighteffect.nl/medium/kogels-en-krantenkoppen/#comments Sat, 01 Mar 2008 16:50:59 +0000 Medium http://www.spotlighteffect.nl/?p=1473 De invloed van de media op het verschijnsel van schietpartijen

Tekst: Sam de Voogt

Zo rondom het middaguur op Sinterklaasdag 2007 loop een negentien-jarige jongen een winkelcentrum in de buurt van Omaha, Nebraska binnen. Hij neemt de lift naar de derde verdieping, haalt daar een semi-automatisch geweer onder zijn trui vandaan en begint te schieten. Zes minuten later schiet hij zichzelf door zijn hoofd. In de tussentijd zijn er zes mensen overleden; twee bezwijken later nog aan hun verwondingen.

Sinds de zomer van 2006 hebben er elf zogenaamde spree shootings zoals hierboven in de Verenigde Staten plaatsgevonden, telkens gevolgd door een intensieve verslaggeving van de gebeurtenissen en de nasleep ervan. Nu is het makkelijk om dit verschijnsel toe te schrijven aan de wapenwetten in Amerika. Loop een supermarkt in en je kunt binnen tien minuten weer buiten staan, alleen dit keer met een shotgun in de hand. Maar hoewel de wapenwetten hoogstwaarschijnlijk een (grote) rol spelen, is er ook nog een andere belangrijke factor die deze toename tot gevolg kan hebben gehad: de media.

Een uur voordat de schutter het winkelcentrum is binnengelopen, was zijn moeder met een gevonden zelfmoordbrief naar de politie gegaan. In niet mis te verstane taal beschrijft de jongen, Robert Hawkins genaamd, zijn laatste bedoelingen: “I just want to take a few pieces of shit with me… I’m gonna be fuckin famous.” Hawkins had eerder dat jaar gelezen en gehoord over Seung-Hui Cho die 32 mensen neerschoot bij het bloedbad op het universiteitsterrein van Virginia Tech University. Cho had, voordat hij begon met schieten, een envelop vol met tapes, brieven en foto’s naar een nationale televisiezender gestuurd. Zodoende stond hij de volgende dag met zijn kop op de voorbladen van alle belangrijke kranten in de wereld. Cho werd op deze manier wereldberoemd door het doodschieten van anderen. Blijkbaar wilde Hawkins dat ook, en probeerde hij dat via dezelfde weg. En aangezien het in dit artikel over hem gaat, is het hem gelukt ook.

Als sinds de Griekse Oudheid zijn er mensen die door middel van een misdaad beroemd willen worden. Tweeduizend jaar geleden in Ephesus, het tegenwoordige Turkije, liet een man genaamd Herostratos de beroemde tempel van Artemis, één van de klassieke wereldwonderen, afbranden om zodoende zijn naam te vereeuwigen. Ondanks een verbod van de plaatselijke autoriteiten op het noemen van zijn naam, is hij tot op de dag van vandaag bekend. Gelukkig zijn er niet veel mensen die op deze manier beroemd willen worden. Degenen die dat wel willen, zijn een gevaar voor de mensheid, en moeten tegengehouden worden. Maar zoals de situatie er nu uitziet, kan dat alleen door ook de berichtgeving over dergelijke incidenten stop te zetten. Kan dat en, nog belangrijker, heeft het zin?

In Nederland worden criminelen vanwege privacywetten in bescherming genomen. De crimineel moet een kans krijgen om opnieuw in de samenleving opgenomen te kunnen worden. Een balkje voor de ogen en alleen de eerste letter van de achternaam en woonplaats tijdens een publicatie is het gevolg. Heel Nederland was geschokt toen er foto’s van Mohammed B. (daar heb je het al) zonder enige vorm van censuur in de kranten verscheen. Maar Cho, en later ook Hawkins, verschenen vol met hun hoofden op de voorpagina, en er was niemand die je erover hoorde. Was dit omdat ze al dood waren? Dr. Michael McClelland, voormalig journalist en assistant professor of English op Wittenberg University in Springfield, Ohio vermoedt dat het iets met de ernst van de situatie te maken heeft: “Ik kan niet goed beoordelen waarom de redacties in Nederland deze foto’s zonder censuur plaatsten, maar het lijkt mij dat als er genoeg doden vallen er een uitzondering gemaakt wordt.”

In de Verenigde Staten gelden zulke wetten niet. Criminelen moeten daar met de billen bloot. Mensen die een ernstige fout begaan, horen geen tweede kans te krijgen; het is belangrijker dat de samenleving weet dat diegene een monster is, die geen respect verdient. Zo krijgt de crimineel de volle verantwoordelijkheid voor zijn daden.. Dr. McClelland weet waarom het Amerikaanse systeem zo werkt: “Informatie achterhouden kan veel meer last veroorzaken. Stel dat er een crimineel is die in de Nederlandse krant verschijnt onder de naam Michael M.. Mensen zullen misschien denken dat ik het ben en daar heb ik dan last van.” Klaus Schönbach, hoogleraar Algemene Communicatiewetenschap aan de Universiteit van Amsterdam, prefereert ook het Amerikaanse systeem, hoewel hij vindt dat het Nederlandse systeem criminelen wel een kans biedt op resocialisatie. Maar het voorkomen van censuur is volgens hem belangrijker: “Het verbieden van publicatie in de media van bepaalde criminelen zou echte censuur zijn. Dat zou namelijk een ingreep in de persvrijheid zijn, en een kenmerk van de persvrijheid is het feit dat zulke beslissingen worden overgelaten aan de media, er vanuit gaande dat die het probleem professioneel hanteren.”

De vraag is of het de verantwoordelijkheid van de journalist, of de redactie, of zelfs de overheid is om hier iets aan te doen. De privacywetten in Nederland gaan blijkbaar op een dergelijk moment niet op. Op die manier krijgt de theorie van priming een kans. Doordat er veel geweld waar te nemen is in de media, denken mensen er sneller aan als ze twijfelen over wat te doen in een bepaalde situatie. De recente ervaringen met geweld op televisie, de priming, leiden dan tot meer en sneller agressief gedrag. Zou een verbod op het plaatsen van dergelijke schietpartijen op de voorpagina misschien helpen priming tegen te gaan en zodoende helpen het geweld te doen afnemen? Dr. McClelland denkt van niet: “Ik denk niet dat mensen die zoiets verschrikkelijks doen rationeel zijn of denken. Dus zal het ontbreken van publiciteit ze niet weerhouden. Bovendien zou een dergelijk verbod de eerste stap zijn richting censuur, en zelfs tirannie. De verantwoordelijkheid ligt absoluut bij de journalist, dat is een onderdeel van zijn vak.”

Dus de journalist heeft die verantwoordelijkheid, maar kan daarmee nog wel altijd beslissen of hij een dergelijk nieuwsitem aanpakt of, vanwege de mogelijke consequenties, laat liggen. Dr. Schönbach: “Het recht op publiceren brengt nu eenmaal gevaren met zich mee.” Het ligt echter voor de hand dat er een publicatie volgt, omdat het de taak van een journalist is om nieuws volledig en onbevooroordeeld te brengen. Dr. McClelland: “Journalisten kunnen zichzelf niet toestaan om na te gaan zitten denken over de impact die elk verhaal dat ze schrijven, heeft. Ik denk niet dat er iemand op deze wereld is die gekwalificeerd is van elk apart nieuwsitem te bepalen of het gedrukt mag worden of niet. Dit zou leiden tot bevooroordeelde journalisten, die proberen andere mensen zich te laten gedragen zoals zij dat willen. Nogmaals, het is de ethische taak van de journalist om de lezers fair and square van informatie te voorzien.”

Zowel de gedrukte als de visuele media spelen een belangrijke rol. Er zijn vele onderzoeken gedaan naar het effect van het belangrijkste visuele medium, de televisie, op agressief gedrag. Sigmund Freud opperde ooit het Catharsis-model, dat suggereert dat het kijken naar een agressieve film een ontladende werking heeft en dat de behoefte aan agressief gedrag zo verdwijnt. Modern onderzoek heeft echter het omgekeerde aangetoond. Tegenwoordig gaat men er vanuit dat kijken naar geweld op de televisie in beperkte mate effect heeft op gedrag en de agressiviteit die daarin voorkomt.

Het effect van de publiciteit die Cho kreeg op Hawkins wordt ook beschreven in de Social learning theory. Deze theorie van Akers en Burgess, die dit toepasten in een onderzoek naar het effect bij criminaliteit, gaat er van uit dat mensen gedrag observeren. Als het geobserveerde gedrag ertoe leidt dat de persoon die dit gedrag vertoonde er op vooruitgaat (de gain), dan heeft dit een effect op de mate waarin de observatoren dat gedrag gaan na-apen, ook al is het vertoonde gedrag agressief of crimineel. De gain in dit geval was dat Cho wereldberoemd werd, en Hawkins, die blijkbaar zichzelf van het leven wilde beroven, had dit opgeslagen in zijn hoofd en probeerde hetzelfde via dezelfde weg te bereiken.

Het is moeilijk om vast te stellen hoeveel invloed de verschillende media hebben op dit soort weerzinwekkende incidenten. Al duizenden jaren lang bezondigen mensen zich aan deze manier van bekendheid verwerven. Hoewel er voldoende theorieën en onderzoeken bestaan die een verband tussen media en geweld aantonen, hebben de mensen die een dergelijke schietpartij op hun geweten hebben vaak psychische problemen en zijn er meestal op uit zichzelf te doden.
Dr. McClelland: “Ik denk dat een dergelijke connectie klein is. De media-aandacht zou een extra aanmoediging kunnen zijn om de trekker over te halen, maar iemand met problemen laat zich niet zo makkelijk weerhouden.” De mindere media-aandacht zal deze mensen dus niet tegenhouden, maar het kan niet de bedoeling zijn dat dit soort mensen beroemdheden worden. Hoe klein de connectie ook is, het blijft op die manier gevaarlijk voor de samenleving. Dr. Schönbach vindt dat journalisten daarop voorbereid moeten worden, want een journalist moet hier toch over berichten. Dr. Schönbach: “Het is een grote verantwoordelijkheid die journalisten hebben. Daar moeten zij ook verantwoordelijk mee omgaan. Hieraan kun je werken, bijvoorbeeld door middel van een betere opleiding voor journalisten, en de mogelijkheid om het beroep zo professioneel mogelijk uit te oefenen.” Want het is en blijft de taak van de journalist het publiek te laten weten wat er gebeurt in de wereld. Deze verantwoordelijkheid kan, zoals Cho deed, misbruikt worden, maar ondanks alles kan niet worden verwacht van journalisten dat zij bepalen wat publiceerbaar is. Wat misschien wel zou kunnen, is dat redacties het nieuws wat meer discreet presenteren. Zodat als er iemand weer een pistool in zijn hand heeft, hij alleen zichzelf neerschiet.

]]>
http://www.spotlighteffect.nl/medium/kogels-en-krantenkoppen/feed/ 0
Wat te doen in het zomerseizoen? http://www.spotlighteffect.nl/medium/wat-te-doen-in-het-zomerseizoen-de-zomerprogrammering-van-de-vara/ http://www.spotlighteffect.nl/medium/wat-te-doen-in-het-zomerseizoen-de-zomerprogrammering-van-de-vara/#comments Wed, 09 Jan 2008 17:21:13 +0000 Medium http://www.spotlighteffect.nl/?p=1173 Artikel uit Medium #1 2007-2008
Tekst door Femke van Oorsouw

De zomerprogrammering van de VARA

De start van een nieuw studiejaar betekent dat het ‘normale’ leven weer is begonnen. Nagenietend van een lange vakantie hebben veel studenten moeite met het oppakken van de draad. Ook de start van een nieuw televisieseizoen is typerend voor het einde van de zomer. Onze vertrouwde programma’s worden, in tegenstelling tot studeren, vrijwel meteen geïntegreerd in onze dagelijkse routine.

In Hilversum ging op 14 mei, twee weken eerder dan gebruikelijk, de zomerprogrammering van start. De Wereld Draait Door neemt in één keer al haar vakantiedagen op, voor de VARA is het zoeken naar een passende invulling voor de leegte die het ‘paradepaardje’ achterlaat. Dat dit niet eenvoudig is, bleek uit de ontwikkelingen die de omroep deze zomer doormaakte. Wat Heet! werd het programma dat verder ging waar DWDD stopte. Het ‘zomerse’ actualiteiten programma sloeg echter niet aan en werd na twee maanden stop gezet. Wat Nu?! was een tweede poging om het tijdslot van DWDD op te vullen. Over de kwaliteit van de zomerprogrammering zullen de meningen verschillen, maar gedurende zeventien weken gebeurde er veel op Nederland 3. De veranderingen die op dit net werden doorgevoerd staan model voor de mogelijkheden en beperkingen van de zomer. Ook dit jaar bleek het voor de VARA lastig een antwoord te vinden op de vraag: Wat te doen in het zomerseizoen?

Zomerse beperkingen
Over het succes van DWDD valt bijna niet meer te twisten. Met 45 procent van de stemmen won het programma, waarin het nieuws op eigenzinnige, toegankelijke en humoristische wijze wordt besproken, de gouden Televizier-ring. Het is lastig voor te stellen dat ook DWDD de eerste maanden niet wilde aanslaan. In geval van DWDD is inmiddels gebleken dat een succesvolle formule tijd nodig heeft. Pas sinds de huidige opzet van DWDD is deze succesvol. Eenduidigheid in vorm, stijl en presentatie creëert herkenbaarheid en verhoogt de kwaliteit. Dit is dan ook een van de eerste beperkingen van het zomerseizoen. Door de korte looptijd raakt de kijker niet vertrouwd met het programma. Het programma wordt geen onderdeel van onze dagelijkse routine terwijl veel programma’s, na een eerste blik, een tweede kans verdienen. Daarnaast worden de zomerprogramma’s snel vergeleken met de vertrouwde succesvolle programma’s. Een ander nadeel voor televisieprogramma’s in de zomer is de nieuwsluwte. DWDD wordt uitgezonden in het hoogseizoen, waarin zowel het nieuws als nieuwswaardige gasten voor het oprapen liggen. Nu hebben we echter te maken met actualiteit in de komkommertijd; inmiddels een begrip in medialand. Daarnaast wordt het welslagen van actualiteitenprogramma’s in de zomer ook bemoeilijkt door de fysieke afwezigheid van ‘interessante’ mensen. Actualiteitenprogramma’s zoals DWDD worden ‘gedragen’ door de gasten die zijn uitgenodigd. In de zomerperiode worden vele uitnodigingen echter afgeslagen, aangezien veel mogelijke gasten met vakantie zijn.

Wat heet!
Op 14 mei startte de VARA met Wat Heet!, omschreven als een ‘zomeravondprogramma met veel gasten, het gesprek van de dag, verrassende rubrieken en optredens’. Het maken van een eigentijds, opiniërend, zinderend en zomers programma was de pretentie van een eindredactie die buiten het zomerseizoen verantwoordelijk is voor DWDD. Het programma, dat dagelijks live werd uitgezonden vanuit de muziektent in Artis, leek de juiste invulling van de leegte die DWDD had achtergelaten. Al snel bleek echter dat zowel de gasten als de presentatoren zich geen raad weten met het programma en het quizonderdeel (Hoe Heet!) in het bijzonder. De veelal druilerige achtergrond waartegen het programma werd gepresenteerd bewees dat de zomer van 2007 ons geen warmte heeft gebracht, en leek ook symbool te staan voor het succes van Wat Heet! Gebrek aan enthousiasme bij zowel de programmamakers als het publiek zorgde ervoor dat het programma na twee maanden, vroegtijdig, wordt stopgezet.

Volgens de VARA voldeed Wat Heet! niet aan de programma-inhoudelijke eisen. De omroep wilde, naar eigen zeggen, meer experimenteren en innoveren tijdens de zomermaanden. “In het hoogseizoen is daarvoor te weinig ruimte”, aldus programmadirecteur Frans Klein. Een dapper besluit omdat de figuurlijke leegte van DWDD nu ook letterlijk moet worden opgevuld.

Stilzwijgende afspraak
Lange tijd waren omroepen zelf verantwoordelijk voor de programmering, maar tegenwoordig heeft ook de netcoördinatie een ‘vinger in de pap’. Volgens Roek Lips, netcoördinator van de Publieke Omroep, hebben ook de lage kijkcijfers een rol gespeeld bij het besluit het programma stop te zetten. “Wat Heet! voldeed niet aan de verwachtingen en doelstellingen. Dat betreft uiteraard de kijkcijfers, maar er zijn meer doelstellingen. De stilzwijgende afspraak tussen de kijker en DWDD was, dat er dagelijks ruimte en aandacht zou zijn voor de actualiteit. Dat deed Wat Heet! veel te weinig.”

Ook de zomerprogrammering is kijkcijferafhankelijk. Wanneer een programma niet goed wordt ontvangen, wordt er gezocht naar een alternatief. “Ondanks de traditioneel nieuwsluwe zomertijd moet er een actueler en dwingender programma worden ontwikkeld ter vervanging van Wat Heet!”, stelde Roek Lips. Hiervoor werd de hulp ingeroepen van de oude VARA coryfee Ger Ackermans. Hem werd gevraagd in korte tijd, met beperkte (financiële) middelen en mogelijkheden, een vervangend programma te bedenken. Ger Ackermans, die inmiddels geniet van zijn welverdiende rust, is jarenlang werkzaam geweest voor de VARA. Van het radioprogramma In de Rooie Haan tot talkshows als: De Ronde van Witteman en B&W. Hij sloot zijn carrière af als hoofd informatie van de VARA-radio en -televisie.

Wat Nu?!
In augustus kwam de VARA met Wat Nu?! Ger Ackermans, die in eerste instantie alleen het programma zou helpen bedenken, wordt als eindredacteur ook verantwoordelijk voor de productie ervan. In Wat Nu?! wordt wederom het nieuws van de dag besproken, maar de vergelijking met DWDD is volgens Ger Ackermans geen juiste. “DWDD is showbizz, kunst en cultuur. In Wat Nu?! daarentegen wordt het nieuws van de afgelopen 24 uur op de voet gevolgd”. Het grote en kleine nieuws wordt uitsluitend aan de hand van internetfilmpjes en fragmenten geïllustreerd, een aspect dat dit programma onderscheidt van andere soortgelijke formats.

Het nieuws van de dag wordt aan de hand van het internet op een vernieuwende en vlotte wijze gebracht en besproken. Beelden, fragmenten en filmpjes worden gebruikt om acht à twaalf onderwerpen aan te snijden die het nieuws van de afgelopen 24 uur weergeven. Het gesprek van die dag wordt gevoerd door een panel, bestaande uit deskundigen op het gebied van sport, politiek, technologie, amusement, rechtspraak, cabaret, journalistiek en cultuur.

Een vergelijking die, volgens Ger Ackermans, wel kan worden gemaakt is die met Barend & Witteman. Ondanks dat in dat programma maar één onderwerp werd besproken en er geen gebruik werd gemaakt van het internet, hanteerde het een overeenkomstige methodiek. In DWDD komen gasten om hun mening, boek of cd te promoten en weten daardoor een persoonlijk voordeel te behalen. “In B&W waren het de mensen die het gesprek droegen, niet de onderwerpen”. Ook in Wat Nu?! stonden de mensen centraal en hing het succes van een uitzending af van de mate waarin zij deelnamen aan de discussie omtrent het nieuws dat zich de afgelopen 24 uur had voorgedaan.

Om de discussie vorm te geven stelde Wat Nu?! iedere dag een panel samen met minder bekende Nederlanders. Daarin zaten twee vaste ingrediënten; één jurist en één politicus. “In Wat Nu?! word afstand genomen van de het gebruikelijke concept, bestaande uit prominenten die in veel actualiteitenprogramma’s aan het woord worden gelaten”.

Zomerse mogelijkheden
In het geval van Wat Heet! blijkt dat gebrek aan innovatie leidt tot een slechte imitatie. Wat Nu?! voerde, ondanks enkele programma-inhoudelijke overeenkomsten, haar eigen koers en ook de kijkcijfers vielen Ger Ackermans niet tegen. “Kijkcijfers dienen, tijdens de zomer, in een ander perspectief te worden geplaatst. Deze cijfers zeggen niet meteen iets over de kwaliteit, wanneer een programma wordt uitgezonden in een periode waarin minder televisie wordt gekeken”. Desalniettemin kan er veel worden verbeterd. De presentatiecarrousel die voor Wat Heet! werd ingezet werd bij Wat nu?! reeds terug gebracht tot twee relatief nieuwe gezichten: Leon Verdonschot en Isolde Hallensleben. Over hun kwaliteiten waren de critici verdeeld, maar ook Matthijs van Nieuwkerk leert nog steeds.

Inhoudelijk lag, volgens Ger Ackermans, het tempo te hoog. “Meer aandacht voor minder onderwerpen maakt het programma overzichtelijker”. Daarnaast zal er in de toekomst meer aandacht worden besteed aan de selectie van het panel. Door tijdgebrek waren de programmamakers daar dit jaar niet toe in staat. “Het samenstellen van een panel dat over een brede maatschappelijk kennis beschikt is al moeilijk, maar het vinden van écht interessante mensen tijdens de zomer is nog moeilijker”. In tegenstelling tot de politicus is een jurist aan tafel succesvol gebleken. “Politici waren stoorzenders, doordat zij enkel in termen van het partijprogramma praten”. De maatschappelijke en politieke betrokkenheid zal meer worden gezocht in kunstenaars, schrijvers of journalisten. Daarnaast dient, ten behoeve van het gesprek, een tegenstelling te worden gecreëerd aan tafel. Ook hiervoor zullen panelleden bewust worden geselecteerd.

Het moge duidelijk zijn dat de VARA lering heeft getrokken uit haar zomerprogrammering van afgelopen jaar. Ze gaat een verzoek indienen om het programma, in vernieuwde vorm, terug te laten komen op televisie. “Het blijft een zomerprogramma, doordat Wat Nu?! niet naast actualiteitenprogramma’s als DWDD en Pauw & Witteman kan worden geplaatst”. Is er gewoonweg geen ruimte of hebben de programma’s, ondanks de verschillen, ook overeenkomsten? Indirect wordt de vergelijking met DWDD, die het publiek volgens Ger Ackermans niet mocht maken, door de netcoördinatie dan toch gemaakt. Persoonlijk zou ik dat als een groot compliment beschouwen.

]]>
http://www.spotlighteffect.nl/medium/wat-te-doen-in-het-zomerseizoen-de-zomerprogrammering-van-de-vara/feed/ 0
Nederland zoekt herkenning, regionaal drama als tegenhanger van globalisering http://www.spotlighteffect.nl/medium/nederland-zoekt-herkenning-regionaal-drama-als-tegenhanger-van-globalisering/ http://www.spotlighteffect.nl/medium/nederland-zoekt-herkenning-regionaal-drama-als-tegenhanger-van-globalisering/#comments Wed, 09 Jan 2008 17:17:03 +0000 Medium http://www.spotlighteffect.nl/?p=1172 Artikel uit Medium #1 2007-2008
Tekst door Mirjam de Jong

Spektakel op TV trekt kijkers. Een nieuw huis, een nieuwe neus en nieuw leven: hoe meer, hoe beter. Maar leert de ‘gewone’ mens de wereld om zich heen door dit soort spektakel beter te begrijpen? Misschien is het voor dit doeleinde beter eens te gaan zitten voor een goed regionaal drama of een soap in eigen lokale taal.

Dr. Phil neemt ons mee op tournee in de psyche van de meest extreme persoonlijkheden. Idols laat ons lachen om vreemde karakters met engelenstemmetjes, en van Jerry weten we dat een buitenechtelijke relatie misschien best te doen valt. Grote drama’s worden aangesneden, de psyche wordt geanalyseerd en besproken, er wordt hard gelachen en verschrikkelijk gehuild. Maar kunnen boer Gerrit en zijn vrouw Trees zich wel met deze problemen identificeren? Leren de jongeren uit Amsterdam aan de hand van de vertoningen op televisie om te gaan met de dagelijkse problemen?

Geen grenzen
Vooral binnen de Europese Unie zijn er veel wet- en regelgevingen op het gebied van de programmering op televisie. De in 1989 door de Europese Commissie doorgevoerde richtlijn Televisie zonder grenzen stelt bijvoorbeeld dat grensoverschrijdende commerciële televisie niet langer door nationale wetgevingen tegen kan worden gehouden. Dit met het doel de markten van de Europese Unie convergerend te maken en zo de vrije handel te stimuleren. Dit zorgt echter voor een conflict met de culturele belangen die behartigd zouden moeten worden door de televisieprogrammering. Cultuur en taal worden vertegenwoordigd in nationale televisieprogramma’s en wellicht nog beter in regionale televisieprogramma’s.

Herkenbare televisie
Er lijkt een herwaardering van de regionale televisie gaande te zijn. Men zoekt herkenning in de weergave van het wel en wee van de regio op de ‘eigen’ omroep, naast het spektakel op de commerciële. Volgens dr. Piet Bakker, docent Communicatiewetenschap aan de UvA, hebben de regionale omroepen altijd een ouder publiek gehad en is dit ook de reden dat de omroepen moeilijk aan advertentiegelden kunnen komen. Reclames zijn dan ook vaak saaier en minder professioneel dan op de nationale omroepen. Decors lijken soms van een schooltoneelstuk afkomstig en de acteurs zouden wel wat bijscholing kunnen gebruiken. Tegenwoordig steken echter steeds meer programmamakers hun nek uit om herkenbare televisie voor de lokale bevolking te maken.

Soaps en drama
Neem de Friese soap Baas Boppe Baas, die van 2001 tot 2005 uitgezonden werd op Omrop Fryslân. Met een uitzonderlijk hoog budget voor een lokale productie heeft regisseur Steven de Jong een trend gezet voor andere regionale omroepen. Door thema’s als asielzoekers, biseksualiteit en cultuurverschillen aan de kaak te stellen heeft de regisseur een maatschappijkritisch drama opgezet. Met tot 170.000 kijkers per aflevering wist Omrop Fryslân haar publiek te verbreden en de lokale omroep meer op de kaart te zetten. De soap werd overgenomen door RTV Oost en zelfs door de KRO. Ook landelijk was er dus interesse naar het wel en wee op het Friese land. In 2006 werd Baas Boppe Baas opgevolgd door het drama Dankert en Dankert, gebaseerd op het Friese advocatenduo Anker en Anker. Volgens de informatie van Omrop Fryslân een combinatie tussen Baantjer, the Practice en Crime Scene Investigation. Ook deze dramaserie is in augustus 2007 voor het eerst uitgezonden door de KRO.

Baas boven baas
Na het succes van de Friezen betreedt RTV Oost ook zelf het terrein van drama en soaps. Hiervoor heeft het NL Film & TV van Johan Nijenhuis in de arm genomen. Het resultaat Van jonge leu en oale groond was in oktober 2005 een feit en werd door heel Overijssel omarmd, met een record van 375.000 kijkers. In een artikel in het NRC van 5 oktober 2006 werd geschreven dat deze regiosoap, naar idee van Herman Finkers, de meest succesvolle is. Ondernemers uit de regio als Wehkamp, Grolsch en Bolletje hebben de soap gesponsord. De advertentiegelden komen hier dus wel binnen en hierdoor heeft de omroep een vergroting van het budget kunnen realiseren. 12 november dit jaar is ook deze soap door de KRO uitgezonden en trok hij meteen 441.000 kijkers, waarmee de KRO een marktaandeel van 10.8 procent behaalde.

Nijenhuis is ook nog gevraagd voor onder andere de Limburgse soap De Hemelpoart, en heeft zich inmiddels ontwikkeld tot een ‘regiosoap koning’. Hiervoor is wederom een groot budget beschikbaar gesteld voor een maatschappelijk belang: het in leven houden van de Limburgse taal onder jongeren. RTV Utrecht roept ook de hulp in van Nijenhuis en stelt een budget beschikbaar tussen de 900.000 en 1,4 miljoen euro voor het produceren van een regionale soap. Gebaseerd op het idee van Henk Westbroek, wil de omroep de verscheidenheid van Utrecht uitdragen. Subsidies zijn voor deze regiosoap echter wel nodig.

West Side
Ook in Amsterdam wordt het wel en wee van de samenleving in beeld gebracht. Sinds 2006 is op AT5 de regiosoap West Side te zien, gemaakt en geregiseerd door Harm-Ydo Hilberdink en Chris Houtman. ‘Wij Amsterdammers’ luidt de leus op de website. Begrip voor elkaars cultuur staat centraal en de Turkse, Surinaamse, Nederlandse en Marokkaanse cultuur komen er onder andere in naar voren. De soap is gemaakt met steun van de gemeente Amsterdam en de provincie Noord-Holland.

Hulp
In tegenstelling tot de magere advertentie-inkomsten van voorheen, heeft RTV Oost nu een goede deal gesloten met de eerder genoemde topondernemingen als Wehkamp, Grolsch en Bolletje. De gemeente Amsterdam en provincie Noord-Holland steunen West Side. Ook in Limburg en Utrecht zijn er sponsors gevonden voor de regionale programma’s.
RTV Oost heeft Baas Boppe Baas en De Hemelpoart gekocht. KRO heeft beiden op de kop getikt, net als Van jonge leu en oale groond. Niet alleen voor de lokale bevolking zijn de soaps dus herkenbaar, ook voor de rest van Nederland. Dit lijkt niet onopgemerkt aan de nationale politiek voorbij te gaan. Ook minister Plasterk investeert graag in de ontwikkeling van regionale documentaires en regionaal drama. Hiervoor stelde hij 15 november jongstleden 500.000 euro beschikbaar, wat vanaf 2008 ingezet wordt door het Stimuleringsfonds Nederlandse Culturele Omroepproducties.

Booming business
Er valt niet te ontkennen dat de lokale soaps en drama’s booming zijn. Ze zijn duidelijk op de kaart gezet en het Nederlandse volk omarmt ze. Een volwaardige strijd tussen de globalisering van de televisie en de regionale omroepen zal waarschijnlijk nooit ontstaan, maar het kan een bijzonder onverwachte ontwikkeling van de Nederlandse televisiegeschiedenis genoemd worden.

]]>
http://www.spotlighteffect.nl/medium/nederland-zoekt-herkenning-regionaal-drama-als-tegenhanger-van-globalisering/feed/ 0
Mayhem in Mokum: Monkey Murder Mystery maakt zijn opwachting! http://www.spotlighteffect.nl/medium/mayhem-in-mokum-monkey-murder-mystery-maakt-zijn-opwachting/ http://www.spotlighteffect.nl/medium/mayhem-in-mokum-monkey-murder-mystery-maakt-zijn-opwachting/#comments Wed, 09 Jan 2008 17:13:38 +0000 Medium http://www.spotlighteffect.nl/?p=1171 Artikel uit Medium #1 2007-2008
Tekst door Jesse Verdonk

Dag: 1. Tijd: 13.00 uur. Locatie: thuis. Status: nerveus en nieuwsgierig. Aangekomen bij Monkey headquarters log ik in op de site van Monkey Murder Mystery, het eerste real-life spel dat gespeeld wordt via de MMS-functie van je mobiele telefoon. De komende twee maanden zal ik overal in de stad op mijn hoede moeten zijn voor willekeurige vreemden. Immers, iedereen met een beetje up to date mobieltje is een potentiële vijand! Wat beweegt mensen om zich aan deze vorm van self-entertainment over te geven? En welke onderbouwing kan gegeven worden om als bedrijf juist voor deze vorm van media-inzet te kiezen om bekendheid te genereren bij mogelijke klanten? Een speurtocht naar motivatie, marketing…. en uiteraard Monkey.

Misschien is het je niet zo één, twee, drie opgevallen, maar afgelopen weken hebben bijna 1000 mensen in vier steden een waar bloedbad onder elkaar aangericht. Met de mobiele telefoon wel te verstaan. Het gaat hier over een initiatief van crossmediaal bureau ON in samenwerking met telefoonprovider Hi en het telefoonmerk LG Mobile. Zij introduceren het eerste real-life spel dat gebruik maakt van de functie MMS op de mobiele telefoon en Internet en dat buiten gespeeld wordt; weg dus van die suffe computer en terug naar de spelletjes op straat! Het is weer net als vanouds, lekker stoepen, tikkertje en verstoppertje spelen, maar dan met je mobiele telefoon. Maar niet helemaal: de bedoeling van het spel is dat iedereen een ‘target’ krijgt toegeschreven die vermoord dient te worden. Dit doe je door een foto te maken met je mobiele telefoon en deze vervolgens naar een centraal nummer op te sturen. Dit lijkt wellicht gemakkelijk, maar moet niet onderschat worden. Hoe vind je een bepaald persoon, in het bezit van een mobieltje, in een stad waar zich om en nabij 700.000 GSM-bezitters ophouden? Gelukkig kun je door raadsels en puzzels op te lossen, die je via de internetsite van MMM krijgt, stukje bij beetje achter de identiteit van je tegenstander komen.

Dag: 7. Tijd: 21.00 uur. Locatie: voor het politiebureau. Status: een klein beetje aangeschoten (twee alcoholhoudende drankjes waren hier debet aan), maar desondanks niet heel dapper.
Het is de bedoeling om de komende twee weken te trainen. Iedereen moet voor zichzelf een aantal proeven doorstaan om toegelaten te worden tot het echte spel. De eerste opdracht was gemakkelijk: zoek naar een filmpje genaamd ‘banaan’ op de site van mijnnl. De tweede opdracht is anders van aard. “Flits een agent” luidde deze. Oftewel: maak een foto van een agent in functie. Op naar het politiebureau dus! Gelukkig blijkt de dienstdoende schout-bij-nacht gemakkelijk overhaalbaar te zijn. Geen wonder overigens; dit was zijn vierde nachtdienst op rij.

In conceptvorm is het natuurlijk een fantastisch idee om op deze manier je merk kenbaar te maken aan het grote publiek. Maar werkt het ook zo? Is er wetenschappelijke onderbouwing voor deze vorm van marketing? En wat zouden de doelen van Hi en LG Mobile kunnen zijn? Eva van Reijmersdal, doctor in de communicatiewetenschap en verbonden aan de Amsterdam School of Communications Research, heeft  onderzoek gedaan op het gebied van subtiele reclame formats. Zij meent dat in deze campagne sprake is van zogenaamde buzz-marketing, een vorm van marketing waarbij de bedoeling is dat een kleine groep mensen die aan het spel meedoet zich positief uitlaat over het spel in zijn of haar directe omgeving. Hierdoor, zo is het idee, zal er een community rond het merk, Hi in dit geval, ontstaan van mensen die in eerste instantie interesse hebben in het spel, zich vervolgens informeren op de website en tot slot een positieve attitude overhouden aan het merk zelf.
Vanwege het feit dat real-life gaming voorheen slechts te spelen was op een computer, ziet zij ook de mogelijkheid dat deze campagne van Hi jongemannen en vrouwen in de leeftijdscategorie 18 tot 26 kan bereiken. Dit segment is op dit moment dé moeilijk te bereiken doelgroep voor adverteerders en een dergelijke extensie van computergames zou wellicht het verschil kunnen maken. Overigens wordt er ook door Hi geadverteerd met het feit dat dit de eerste real-life game is die zich afspeelt in het echte leven en niet op een computerscherm.

Eva van Reijmersdal sluit niet uit dat er, naast Amsterdam, Groningen, Nijmegen en Rotterdam in de toekomst meer van dit soort spellen gespeeld gaan worden. Je zou zelfs kunnen denken aan een versie van dit spel waarbij de exacte locatie van spelers te bepalen is door middel van GPRS. Van Reijmersdal stelt echter voor Monkey Murder; “het is afhankelijk van de doelstellingen die Hi heeft met dit spel. Er wordt vaker gebruik gemaakt van massamedia om mensen er toe te bewegen zich in te schrijven voor zoiets op een website. Op deze manier zou Hi zo veel mogelijk mensen mee willen laten doen. Het is echter ook goed mogelijk dat Hi het toch beperkt wil houden; het karakter van het spel moet guerrilla-achtig zijn.” Al met al blijft het voor de buitenstaander een raadsel wat de precieze intenties zijn van Hi of bureau ON.

Dag: 14. Tijd: 17.00 uur. Locatie: op de fiets. Status: lichtelijk in paniek en met stressvlekken in de nek. Net klaar van college, ik bekijk mijn telefoon en jawel hoor, een berichtje van Monkey: “Tot 18.30 uur is je trainingstarget te vinden in de Kalverstraat! Kenmerken: donkere kleding, bijzonder opvallend voorkomen. Maak die kill en bewaar de foto op je mobiel! MM.” En dan te bedenken dat ik over een half uur op mijn werk moet zijn. Toch maar de hele Kalverstraat doorgesjeesd om die target te fotograferen. Bij het Spui zie ik hem, een man in een apenpak. Beleefd vraag ik hem of ik een foto mag maken. Als antwoord zegt hij dat ik de eerste ben die hij gezien heeft, maar dat betekent natuurlijk niks….

Wat is nu eigenlijk de bedoeling van de bedenkers van dit spel? Op deze vraag kan alleen het crossmediale bureau ON antwoord geven. Dit bureau is tegelijkertijd een reclamebureau én een productiehuis, wat ertoe heeft bijgedragen dat MMM het interactieve spel is geworden dat het nu is. Naar aanleiding van een spel Gotcha!, een soortgelijk idee, maar dan met waterpistooltjes, is MMM ontwikkeld. En zijn de waterpistooltjes verruild voor mobiele telefoons als wapens: “Naar aanleiding van een brainstormsessie van onze afdeling twee jaar geleden zijn we op dit idee gekomen voor een nieuw concept voor een merk van KPN.” Zo betoogt Martijn Szepezi, account manager bij ON. “Dit concept van KPN ging echter niet door. Wij zijn toen zelfstandig verder gegaan met het ontwikkelen van Monkey Murder. Toen Hi later een campagne wilde voeren voor jonge mannen en vrouwen tussen de 18 en 26 jaar oud hebben we besloten dit idee van Monkey Murder te lanceren. Samen met Hi zijn we vervolgens aan de slag gegaan om Monkey Murder op te zetten. Om het spel te testen hebben we een try-out gehouden in Leiden. Na verwijdering van wat kinderziektes bleek Monkey Murder in de praktijk goed te werken. Nu, anderhalf jaar later, zijn we hier aangeland.” Omdat er tot nu toe slechts gegist kon worden over de doelstellingen van Hi wordt door ON het volgende geformuleerd: “Primair is MMM in het leven geroepen de belevingswereld van jongeren te betreden en zodoende binding te creëren met het merk Hi. Daarnaast moet MMM een branding-rol vervullen, niet alleen voor Hi maar ook voor LG. Het is de bedoeling dat via een aantal intern aangestuurde uitingen de boodschap wordt verspreid dat je het spel het beste kunt spelen met de LG Shine, vanwege het feit dat je met deze nieuwe telefoon de scherpste foto’s kan maken.”

Overigens wordt er een hoop werk gemaakt van alle media-aandacht die aan het spel besteedt moet worden. De grondredenering achter het geheel is dat er met name gebruik moet worden gemaakt van locale media zoals AT5, Rotterdam TV, Mijnnl en het Dagblad van het Noorden om de doelgroep ervan te doordringen dat het spel zeker op hen van toepassing is. Daarnaast wordt er ook via MTV en TMF (in het programma ‘reaction’) verslag gedaan van het wel en wee van één van de deelnemers, door middel van kleine filmpjes. Ten slotte wordt er via een aantal landelijke kranten gezorgd voor meer bekendheid.

De bedoeling is dat in de aanloop naar de finale dusdanig veel media-aandacht gegenereerd is, dat de media deels op oproep en deels uit eigen beweging bij deze finale aanwezig zullen zijn. We wachten af en zullen zien: als deze Medium te perse gaat zal er waarschijnlijk net een winnaar bekend zijn, maar de grote vraag is of Hi en LG de commerciële winnaars worden.

Dag: 21 Tijd: 18.00 uur. Locatie: met vierkante ogen uit het Bushuis lopend. Status: een hoofd vol opdrachten, papers en deadlines. Ook op het gebied van buitenschoolse activiteiten is het halen van deadlines prioriteit. Er zijn nu al negen dagen verstreken waarin ik target uit had kunnen schakelen. De meeste puzzels heb ik opgelost. Ik weet dat mijn target Bas heet en in de Spinhuissteeg woont! Voor de derde keer deze week posteer ik mij een paar minuten voor zijn deur…je weet nooit, misschien komt hij net van zijn werk. Net als ik van plan ben mijn fiets van het slot te halen loopt er een man de steeg in. Hij pakt zijn sleutels en loopt duidelijk op de deur naast mij af. Voorzichtig pak ik mijn mobiel. Hij is aan het bellen, dus hij heeft niet door dat ik mijn telefoon richt en een foto van hem neem. Dan draait hij zich om en zegt: “Ik weet niet waar dit over gaat, maar Bas woont hiernaast hoor!” Beteuterd fiets ik naar huis, morgen weer een dag.

]]>
http://www.spotlighteffect.nl/medium/mayhem-in-mokum-monkey-murder-mystery-maakt-zijn-opwachting/feed/ 0
Roken is dodelijk; hoe laat je mensen stoppen met roken? http://www.spotlighteffect.nl/medium/roken-is-dodelijk-hoe-laat-je-mensen-stoppen-met-roken/ http://www.spotlighteffect.nl/medium/roken-is-dodelijk-hoe-laat-je-mensen-stoppen-met-roken/#comments Wed, 09 Jan 2008 17:10:00 +0000 Medium http://www.spotlighteffect.nl/?p=1170 Artikel uit Medium #1 2007-2008
Tekst door Niels Appelo

We weten dat het niet goed voor de gezondheid is. We weten ook dat veel mensen roken lekker vinden. We weten ook dat veel mensen verslaafd zijn en we weten óók dat er veel wordt gedaan om mensen te laten stoppen. Maar het lijkt niet te lukken. Waarom niet?

Na wat navraag te hebben gedaan en de ogen goed de kost te hebben gegeven, blijkt dat mensen roken lekker vinden. En dat ze over het algemeen helemaal niet van plan zijn om te stoppen, uitzonderingen daargelaten. De waarschuwingen op de pakjes sigaretten lijken niet veel uit te halen. Komt het niet overtuigend genoeg over? Moeten mensen er om lachen en schenken ze er geen aandacht aan? Schrikt het niet genoeg af? Zo niet, wat moet er dan op staan? Heeft het überhaupt wel zin om zoiets op een pakje sigaretten te zetten? Als het pakje gekocht is, is het immers al te laat. Mensen gooien namelijk de steeds duurder wordende sigaretten echt niet zomaar in de prullenbak.

Afschrikwekkend
Van de Nederlandse bevolking rookt ongeveer een derde weleens een sigaret. Sommigen omdat ze het lekker vinden, anderen omdat ze inmiddels verslaafd zijn. Daarnaast zijn er mensen, vooral de jongeren, die roken om erbij te horen. Dat roken slecht is voor de gezondheid weten verschillende overheden en andere organisaties uiteraard ook. Al jarenlang zijn ze bezig met campagnes om massaal mensen te laten stoppen met roken. Een belangrijk onderdeel van deze campagne is het plaatsen van de – bedoelde – afschrikwekkende teksten op sigarettenpakjes. Sinds 1 mei staan ze erop, bedacht door de EU. De EU-landen moeten deze teksten verplicht op de pakjes sigaretten, shag en sigaren zetten. Er zijn in totaal veertien verschillende waarschuwingsteksten. Van minder tot meer choquerend; van minder tot meer behulpzaam.

STIVORO
STIVORO is binnen Nederland de meest bekende en belangrijkste anti-rookorganisatie. Ze zijn bekend van een groot aantal antirookcampagnes. De bekendste die nu loopt is de campagne “Rokers verdienen een beloning”, bekend van de grote posters in bushokjes. Wat hieraan opvalt is dat het niet lijkt te gaan om een uitspraak tégen het roken. Waar het uiteindelijk om gaat is dat rokers worden overgehaald om 24 uur of langer te stoppen met roken, waarmee ze een grote breedbeeld tv kunnen winnen. STIVORO is echter nog veel bekender door de jaarlijkse campagne rond nieuwjaarsdag. Deze is erop gericht om te zorgen dat mensen aan het begin van het jaar stoppen met roken; als onderdeel van de goede voornemens. De populaire campagne is zelfs een keer door een televisiezender gebruikt voor een uitzending.

Mooi meisje
De eerst genoemde campagne van STIVORO bevat een belangrijk aspect: de opvallende manier waarop het publiek met de tekst wordt benaderd. Carl Simons, hoofd van het Adviescentrum binnen STIVORO, zegt dat het erom gaat om rokers te prikkelen om te stoppen. “Na onderzoek door en ervaring van STIVORO is gebleken dat het geen zin heeft om mensen af te schrikken, of te zorgen dat zij angst krijgen voor de gevolgen. Mensen prikkelen is de beste poging om ze proberen te laten stoppen”, aldus Simons. Het is wel ‘in’ geweest om mensen af te schrikken. Om mensen een gevoel van angst te geven, maar blijkbaar zijn mensen daar ongevoelig voor. Ook STIVORO heeft hieraan meegedaan. Een tijd geleden had STIVORO nog een reclamespotje op tv dat als enigszins schokkend kan worden ervaren. Het beeld dat werd getoond, was een mooi meisje dat even naar het toilet ging in een uitgaansgelegenheid en voor de spiegel verschrompelde en vergrijsde van een mooi meisje naar een lelijke oude heks. Hierbij werd op een duidelijke manier gesuggereerd dat dit door het roken kwam. Afgezien van die uitzondering kan worden gesteld dat in de laatste twintig jaar, in Nederland althans, een trend is ontstaan van een minimaal gebruik van angstoproepende beelden en teksten.

Levende sigaret
Er zijn talloze voorbeelden van zeer schokkende reclamespotjes in het buitenland. Een voorbeeld hiervan is een spotje uit Australië en Nieuw-Zeeland. In dit spotje wordt het ziekbed van een moeder getoond met haar gezin eromheen. De scène is bijzonder aangrijpend door allerlei indringende beelden, zoals deze ook in droevige films voorkomen. Terwijl de kinderen en de man van de vrouw huilen, bedroefd kijken en angst uitdragen over het feit dat moeder bijna overlijdt, wordt gesuggereerd dat dit leed is toe te schrijven aan het roken. Naast dit soort angstaanjagende spotjes zijn er ook campagnes die humor gebruiken om mensen van het roken af te houden. In Engeland was bijvoorbeeld een spotje op tv waarin was te zien hoe een ‘levende’ brandende sigaret in het dagelijks leven functioneert. Na verloop van tijd ging deze sigaret slap hangen in de vorm van een penis. De uiteindelijke boodschap was dat roken impotentie veroorzaakt. De twee genoemde voorbeelden zijn volgens Simons wisselend succesvol. Het schokkende spotje wordt door hem bestempeld als een niet zo goed voorbeeld, terwijl humor weer wel werkt. “We moeten zo’n schrikeffect vermijden. De schadelijke gevolgen van roken zijn inmiddels wel bekend. Daar gaat het niet meer om. We moeten mensen erop wijzen dat roken niet goed voor je is. Maar onze primaire taak is dat wij hulp moeten aanbieden.”

Dodelijk
Simons vertelt dat hij en de organisatie STIVORO de ‘ideologie’ van het prikkelen van mensen aanhangen. STIVORO is daarom ook niet helemaal te spreken over de teksten die op sommige pakjes staan. De simpele en meest voorkomende tekst ‘Roken is dodelijk’ is eigenlijk al een verkeerde, net als ‘Roken veroorzaakt hart- en vaatziekten’. Simons: “Deze teksten verwijzen naar de toekomst, en over de toekomst denkt men al snel wat gemakkelijker.” Volgens Simons zijn de teksten niet overtuigend genoeg en eigenlijk nietszeggend. Wat volgens Simons beter werkt zijn plaatjes op de pakjes; de EU is hier dan ook mee bezig. Hoe dit precies vorm gaat krijgen is onbekend. Wel bekend is dat de teksten op de pakjes, naar de maatstaven van STIVORO althans, niet voldoende werken. Simons hoopt dat STIVORO steeds meer en meer mensen van het roken af krijgt. “Roken is namelijk zéker wel dodelijk”.

]]>
http://www.spotlighteffect.nl/medium/roken-is-dodelijk-hoe-laat-je-mensen-stoppen-met-roken/feed/ 5
Reclamebriefing, invuloefening of creatieve motor? http://www.spotlighteffect.nl/medium/reclamebriefing-invuloefening-of-creatieve-motor/ http://www.spotlighteffect.nl/medium/reclamebriefing-invuloefening-of-creatieve-motor/#comments Wed, 09 Jan 2008 17:05:00 +0000 Medium http://www.spotlighteffect.nl/?p=1169 Artikel uit Medium #1 2007-2008
Door: Tamara van der Peet

De creative brief; misschien wel het belangrijkste, maar zeker het meest besproken document in reclameland. Het wordt omringd met hevige discussies. Want hoe schrijf je nu de perfecte creative brief? Wat is het ideale briefingsformat? En wat is eigenlijk het belang van de briefing voor het eindproduct: effectieve, relevante communicatie? Met name adverteerders worden nogal eens beschuldigd van slechte briefkwaliteiten.

SWOCC deed onderzoek naar het onderwerp reclamebriefing en bracht het gehele proces – van opdrachtbrief tot creatief concept – in kaart vanuit vier invalshoeken: adverteerder, account manager, strateeg en creatief. In het onderzoek is onder andere ingegaan op wat nu precies het strategische belang is van de creative brief. Hoe belangrijk is de brief voor het eindproduct? Hoe wordt er in de praktijk omgegaan met het document? Welke valkuilen en knelpunten doen zich voor tijdens het briefingsproces? En hoe schrijf je een goede creative brief?

Bij briefing gaat het in essentie om informatieoverdracht en opdrachtformulering. Het is het moment waarop een opdrachtgever de stand van zaken rondom een bepaald project doorgeeft aan de volgende partij en deze daarbij een concrete opdracht meegeeft. Briefing is een belangrijk, maar lastig onderdeel in het proces van campagneontwikkeling. Het briefingsdocument is de spil in het proces van reclameontwikkeling en wanneer er iets mis gaat in het briefingsproces, kan dat grote gevolgen hebben voor het uiteindelijke product: garbage in, garbage out. Je kan het zien als het fluisterspelletje, dat we vroeger allemaal wel eens hebben gespeeld in de kring op school. Je fluistert een verhaaltje in het oor van je buurman, die fluistert het weer door naar zijn buurman, enzovoorts. Als het verhaaltje de hele kring is rondgegaan, mag de laatste in de kring het verhaaltje hardop vertellen en wat blijkt? Het verhaaltje lijkt nog maar weinig op jouw oorspronkelijke verzinsel. In campagneontwikkeling komt het dan ook regelmatig voor dat het uiteindelijk verhaaltje (de reclame) in weinig meer overeenstemt met het oorspronkelijke idee (de briefing).

In het briefingsproces gaat het niet alleen om informatieoverdracht, maar ook om het afstemmen van wensen en verwachtingen. Bij een slechte briefing zit het bureau niet op dezelfde golflengte als de klant, waardoor de kans toeneemt dat gepresenteerde concepten worden afgekeurd. Bijvoorbeeld omdat de ontwikkelde communicatie niet aansluit bij de identiteit en persoonlijkheid van het merk, het geen oplossing is voor het probleem of simpelweg geen aansluiting vindt bij de smaak van de klant. Een slechte briefing kan kostbaar (creatief) werk verspillen, resulterend in een moeizame samenwerking, verslechtering van verhoudingen tussen adverteerder en bureau en een slecht eindproduct.

In de praktijk blijkt er veel mis te gaan in het briefingsproces; met name in de stap tussen klant en bureau. Bureaus beschuldigen adverteerders nogal eens van slechte briefkwaliteiten. Briefs worden over de mail gestuurd, zonder mondelinge toelichting. Of juist alleen even doorgebeld, zonder schriftelijke ondersteuning. Ze zijn vaak niet gebaseerd op een duidelijke communicatiestrategie, waardoor het creatieve proces wordt gebruikt om de strategie op te helderen. Briefs zijn vaak veel te lang, bevatten teveel informatie en zijn geschreven in wollig taalgebruik en marketingjargon.

De belangrijkste klacht van bureaus ten aanzien van de briefings van klanten, is dat deze niet sturend genoeg zijn. Ze bevatten geen heldere keuze van wat nu het allerbelangrijkste boodschap is die de te ontwikkelen communicatie moet overbrengen. Dit terwijl juist die keuze zo belangrijk is. Impactvolle communicatie is eenduidige communicatie. Hoe meer je tegelijk probeert te vertellen, hoe minder er bij de consument blijft hangen. Een klassiek voorbeeld: wanneer ik vier ballen in de lucht gooi met het doel ze allemaal op te vangen, is de kans dat ik er eentje vang kleiner, dan wanneer ik er eentje gooi. Het schrijven van een goede opdrachtbrief kan dus alleen als de adverteerder vantevoren heel goed heeft nagedacht, wat nu het allerbelangrijkste is dat hij over de buhne wil krijgen.

Alhoewel er in het briefingsproces allerhande valkuilen en knelpunten op de loer liggen en het schrijven van een goede brief een lastige klus is, is de discussie rondom het document niet alleen te wijten aan slechte briefkwaliteiten van adverteerders. De brief wordt vaak gebruikt als zondebok, waarbij alles wat fout gaat wordt afgeschoven op ‘de slechte brief’. Bovendien is discussie inherrent aan het briefingsproces. Het is van belang dat klant en bureau in een vroeg stadium overeenstemming bereiken over de te volgen route en verwachtingen op elkaar worden afgestemd. Discussie is hierbij onvermijdelijk; het schept duidelijkheid en brengt partijen dichter bij elkaar. En liever discussie aan het het begin van het briefingsproces, dan bij de presentatie van de creatieve concepten.

Meer weten over dit onderwerp? Eind dit jaar worden de resultaten van dit onderzoek bij SWOCC gepubliceerd. Publicaties zijn exclusief verkrijgbaar voor SWOCC-begunstigers.Voor meer informatie over het SWOCC-begunstigerschap of over dit onderzoek, zie www.swocc.nl

]]>
http://www.spotlighteffect.nl/medium/reclamebriefing-invuloefening-of-creatieve-motor/feed/ 0