Spotlight Effect

Online archief van het ter ziele blog Spotlight Effect

All posts by Medium

Civiele journalistiek: laatste redding voor de Nederlandse dagbladen?

09 januari 2008 by Medium

Artikel uit Medium #1 2007-2008
Tekst: Maud Jansen

Met de opkomst van nieuwe media verandert de positie van de krant in het medialandschap. Kranten zijn zoekende naar oplossingen om lezers te behouden. Civiele journalistiek, een vorm van journalistiek waarbij het medium zo dicht mogelijk bij ‘de burger’ staat, is wellicht een middel om lezers aan de krant te binden. Vier experts aan het woord over een duidelijke definitie van deze journalistieke stroming. En de vraag of deze werkwijze de krant kan redden.

De krant heeft van oudsher een informerende en opinievormende functie. Zij vertelt het volk wat er gaande is in het land en de rest van de wereld. Nederland kent een ruime keuze in het aanbod; van regionaal tot landelijk, en van puur informerend tot amuserend. Een aantal jaren geleden is echter een trend van de terugloop in oplage in gang gezet. Hier zijn verschillende verklaringen voor; de opkomst van het internet, gratis verspreide dagbladen en wellicht de neergaande conjunctuur van een aantal jaar geleden. De betaalde dagbladen zullen een manier moeten vinden om abonnees te behouden en nieuwe lezers te werven en binden. Civiele journalistiek zou een mogelijk redmiddel kunnen zijn.

Geschiedenis
In 1988 is in Amerika het concept civiele journalistiek geïntroduceerd, tijdens de verkiezingsstrijd tussen Bush en Dukakis. Gedurende deze verkiezingsstrijd werd door de media vooral bericht over incidenten die zich voordeden. De Amerikaanse journalistiek was niet tevreden over de rol die zij had aangenomen in de maatschappij. Zij vond dat de instelling moest veranderen, het belang van de burger diende weer centraal gesteld te worden in de berichtgeving.
Vlak daarna, in 1989 ontstond interesse in civiele journalistiek vanuit de academische wereld. Jay Rosen was de eerste wetenschapper die zich over deze nieuwe journalistiek stroming uitliet en een definitie formuleerde. In een vertaald citaat van Jay Rosen wordt het kerndoel van civiele journalistiek duidelijk: “[...]we moeten de lezers betrekken bij de publieke zaak en het maatschappelijk debat op een hoger niveau tillen” (Drok in Bardoel, Vos, van Vree en Wijfjes, 2002). Volgens de stroming van civiele journalistiek is het dus belangrijk de publieke taak van de journalistiek in acht te nemen en daadwerkelijk in de praktijk te brengen.

Definitie
De definitie van civiele journalistiek is echter niet eenduidig. Volgens Rosen (1995) bestaat civiele journalistiek uit tenminste drie onderdelen. Allereerst moeten journalisten doen wat ze kunnen om het publieke leven te steunen. De pers zou de burgers moeten helpen om te participeren in de samenleving. Journalisten moeten een sfeer creëren voor publiek debat, zodat burgers betrokken raken bij maatschappelijke onderwerpen en serieus genomen worden.
Ten tweede is civiele journalistiek een verzameling van praktijken die zich langzaam verspreiden in de Amerikaanse journalistiek. De vorming van groepen journalisten die politieke zaken vanuit een ‘publieke invalshoek’ benaderen is hier een voorbeeld van. Deze groepen benaderen gebeurtenissen die zich in de politieke sfeer afspelen vanuit het perspectief van de burger, oftewel ‘bottom-up’. Dit wordt ook wel het ‘public life team’ genoemd. Daarnaast vallen publieke forums, zoals weblogs en georganiseerde debatten, onder civiele journalistiek.
Ten derde is civiele journalistiek een beweging van mensen en instituties. Deze beweging probeert de journalistiek terug te brengen naar het primaire doel: journalistiek als dienst voor het publiek. Daarnaast probeert de stroming van de civiele journalistiek binnen de professie een discussie uit te lokken over de praktijk van journalisten. Volgens Rosen (1995) is dit echter een lang proces van culturele veranderingen binnen de journalistiek. Het is geen switch die van de ene op de andere dag te maken is.

Amerika
In Amerika zijn al veelvuldig praktijken van civiele journalistiek bekend, waarbij ook onderzoeken naar het effect verricht is. In het onderzoek “Examining the Effects of Public Journalism on Civil Society from 1994 to 2002” (Nichols, Friedland, Rojas, Cho & Shah, 2006) zijn 651 cases geanalyseerd met behulp van een meervoudige regressie analyse. Civiele journalistiek werd opgesplitst in een aantal begrippen; organisatorische factoren, kenmerken van het betreffende project, story frames, betrokkenheid van het publiek en publieke waarde. Vervolgens werd onderzocht hoeveel invloed civiele journalistiek heeft op drie factoren; verbetering van burgerschap, verbetering van het politieke proces en verbetering van de mate van vrijwillig deelnemen van de burger. De belangrijkste conclusie uit dit onderzoek was dat civiele journalistiek een positieve invloed heeft op burgerschap. Zoals al vermeld, vond het bovenstaande onderzoek plaats in Amerika, het is van belang dat deze resultaten met inachtneming van de context worden benaderd.

Nederland
De Amerikaanse cultuur verschilt dermate van de Nederlandse, dat beiden moeilijk met elkaar te vergelijken zijn. Waarschijnlijk werkt de Amerikaanse journalistiek dan ook niet op eenzelfde wijze als in Nederland. Het is dus wat kort door de bocht om te concluderen dat civiele journalistiek ook in Nederland zo’n grote impact heeft. Zo meent ook Molenaar (2005), algemeen directeur Ilse Media Groep en COO Online en Media Innovatie Sanoma Uitgevers. Op zijn website schrijft hij dat civiele journalistiek geen kans van slagen heeft in Nederland; civiele journalistiek is in Amerika ontstaan en volgens Molenaar verschillen de Nederlandse media te veel van de Amerikaanse op het gebied van informatieaanbod en alliantiecultuur om daadwerkelijk te rebelleren tegen de gevestigde media.
Een krant die geprobeerd heeft civiele journalistiek in de praktijk te brengen is het Limburgs Dagblad. In Heerlen is in 2005 het Parkstadproject gestart, gefinancierd door het mediaconcern De Telegraaf, waar het Limburgs Dagblad onderdeel van uitmaakt. Daarnaast werd het project ondersteund door het Bedrijfsfonds voor de Pers.
Frans Blok, de hoofdredacteur in die tijd, stelt dat de huidige samenleving nieuwe eisen stelt aan de journalistiek. Ten eerste moet zij proberen om een hechte binding met de gemeenschap te creëren. Ten tweede moe er dieper worden doorgedrongen in alle lagen van de geïndividualiseerde samenleving. Ten derde diende de krant het voortouw te nemen in het maatschappelijk proces.
Ten behoeve van het experiment breidde men de redactie uit, verhuisde terug naar de binnenstad en werd de krant actief in het organiseren van lezersavonden en lunchcafés met debatten over onder andere geweld op scholen, herstructurering van het stationsgebied en opvang van verslaafden. Er is veel tijd gestoken in het opzoeken van verenigingen, buurten en bedrijven. Er werd tijdens dit project gewerkt met laagdrempelige rubrieken en maximale mogelijkheden om te reageren. In de loop van het project bleken de ingezonden brieven verdrievoudigd te zijn, de lezerswaardering te zijn gegroeid, de neergaande lijn in de oplage te zijn gestopt en de betrokkenheid bij maatschappelijke en politieke debatten vergroot. Het leek er dus op dat de negatieve trend tot een halt was geroepen en dat in Limburg democratie en journalistiek hand in hand uit het dal klommen. Maar dit waren slechts de tussentijdse resultaten van het project. Aan het einde van de rit bleek het project niet de gewenste stijging in oplage ten gevolge te hebben gehad, waardoor het Limburgs Dagblad civiele journalistiek niet heeft doorgezet. De commerciële doelen wogen uiteindelijk zwaarder dan het verhogen van de betrokkenheid van de lezers bij maatschappelijke onderwerpen.

Kritiek
Civiele journalistiek, zoals het in de theorie gepresenteerd wordt, is bij uitstek in het voordeel van het publiek. Nieuws wordt op een begrijpelijke, toegankelijke en aantrekkelijke wijze aangeboden. Dit brengt echter wel enkele nadelen met zich mee. Het is de vraag of deze manier van berichtgeving wenselijk is. Het overgrote deel van de lezers van kranten is relatief hoog opgeleid (Poort, 2000). Zitten deze mensen wel te wachten op een dergelijke betutteling in de vorm van civiele journalistiek? Daarnaast is één van de uitgangspunten van civiele journalistiek dat er vanuit het perspectief van de burger bericht dient te worden, om nieuws aantrekkelijker en begrijpelijker te maken. Maar wordt de mening van een expert dan niet steeds minder in acht genomen? Als betrokken wereldburger lijkt mij dat het publiek wellicht juist behoefte heeft aan een informatief artikel waarbij experts geraadpleegd worden. Zeker nu het internet steeds meer als bron van informatie gebruikt wordt, terwijl de herkomst van deze informatie vaak moeilijk te achterhalen is.
Voor kranten die als doel hebben de lezer te amuseren in plaats van daadwerkelijk te informeren over belangrijke maatschappelijke zaken, is civiele journalistiek wellicht een geschikt middel om lezers te werven en te binden. Maar voor kwaliteitskranten lijkt civiele journalistiek mij niet wenselijk. Kortom, elke krant moet in zoverre civiel journalistiek bezig zijn, dat zij nagaat wat juist haar lezer wenst.

Meningen van professionals:

Piet Bakker:
“In de meest cynische zin is civiele journalistiek gewoon goede journalistiek, en als iemand het niet doet is dat eerder een tekortkoming dan een normale situatie. Maar de professie heeft zich ontwikkeld. En als gevolg van teruglopend vertrouwen en daarmee teruglopende verkoopcijfers, heeft men zich bezonnen. Zo’n bezinning kan geen kwaad. Het grootste probleem lijkt te zijn dat zo’n benadering niet echt de resultaten op lijkt te leveren die men ervan verwacht, wat de zin ervan niet weerspreekt maar het enthousiasme van de deelnemers wel kan temperen.”
Piet Bakker is hoofddocent aan de UvA, afdeling communicatiewetenschap.

Frans Blok:
“Ik denk dat je in de regionale journalistiek gewoon de burger aan het woord moet laten. Regionale dagbladen, zoals Limburgs Dagblad/Dagblad De Limburger, moeten zichzelf de vraag stellen hoe diep ze nog in de samenleving moeten doordringen. Ik denk dat een regionale krant niet diep genoeg kan gaan. Anders kun je net zo goed een Limburgse versie van de Volkskrant of de Telegraaf uitgeven. Als je zegt een Limburgs dagblad te zijn, moet je heel diep in de Limburgse samenleving wortelen. Het is mijn vaste overtuiging dat deze instelling zich uiteindelijk uitbetaalt. Al heb ik dat niet kunnen bewijzen met het project. Had me vijf jaar gegeven dan was dat gelukt. Toch snapte ik de keuze van de uitgever wel om het project te stoppen, het was immers zeer kostbaar en bleek niet genoeg financiële voordelen met zich mee te brengen”.
Frans Blok was hoofdredacteur van het Limburgs Dagblad ten tijde van het ‘Project Parkstad’ waarbij civiele journalistiek in de praktijk gebracht werd.

Nico Drok:
“De sterke betrokkenheid bij de burger vergroot het risico van een té sterke identificatie met een bepaald deelbelang. De oplossingsgerichtheid houdt het gevaar in dat maatschappelijke tegenstellingen en conflicten veronachtzaamd worden. De bottum-up benadering kan ontaarden in populisme of provincialisme, in sensatiezucht of het volstrekt negeren van de rest van de wereld”.
Nico Drok is Hogeschoolhoofddocent Opleiding Journalistiek Christelijke Hogeschool Windesheim.

Peter Wiegman:
“In Nederland doet NRC Handelsblad sinds kort een eerste poging om deel te nemen aan de ‘blogosphere’. De krant opende drie weblogs (Internet, Amerika en Haagse Politiek), maar het ontbreekt de weblogs aan essentials voor een succesvolle operatie. De interactie met lezers is uiterst beperkt. Alleen via e-mail. Of er überhaupt reacties binnenkomen is niet te zien. Ook is het niet mogelijk direct te linken naar de verschillende artikelen en een RSS-feed hebben we vooralsnog niet kunnen ontdekken. De weblogs hebben door deze tekortkomingen een erg eenzijdig karakter in termen van interactie.”
Peter Wiegman is , projectcoördinator Stichting Internetreclame (STIR), oprichter van Het Media Loket en blogger op mediaonderzoek.nl.

Literatuur
Drok, N. Civiele journalistiek, het belang van de professie voor het publieke domein. In: Bardoel, J., Vos, C., van Vree, F. & Wijfjes, H. (2002). Journalistieke cultuur in Nederland. (pp. 373-389) Amsterdam: Amsterdam University Press.

Nichols, S., Friedland, L., Rojas, H., Cho, J. & Shah, D. (2006). Examining the Effects of Public Journalism on Civil Society from 1994 to 2002: Organizational Factors, Project Features, Story Frames, and Citizen Engagement. Journal & Mass Communication Quarterly, 83 (1).

Rosen, J. (1995). A case of public scholarship (Based on a speech presented at the 1995 AAHE National Conferance). New York: Heldref Publications

Overige Bronnen
Drok, N. (2005). Het nieuws wordt duur betaald.
www.vupodium.nl

Molenaar, P. (2005). Jonge honden aan de macht.
paulmolenaar.web-log.nl

Poort, A. (2000). Toon mij uw auto en ik ken uw krant
http://www.nrc.nl/W2/Lab/Profiel/Krant/lezers.html

Wiegman, P. (2005. Wat moeten uitgevers met civiele journalistiek?
www.upstream.nl

Leeronderzoek ‘Media accountability’, Civiele journalistiek.
Door: Christel van den Berg Vedrana Halepovic, Noortje Jacobs, Maud Janssen en Jesse Verdonk. (2007).

1 comment | Categories: Medium | Tags:

← Older posts

Newer posts →