Nederland zoekt herkenning, regionaal drama als tegenhanger van globalisering
by MediumArtikel uit Medium #1 2007-2008
Tekst door Mirjam de Jong
Spektakel op TV trekt kijkers. Een nieuw huis, een nieuwe neus en nieuw leven: hoe meer, hoe beter. Maar leert de ‘gewone’ mens de wereld om zich heen door dit soort spektakel beter te begrijpen? Misschien is het voor dit doeleinde beter eens te gaan zitten voor een goed regionaal drama of een soap in eigen lokale taal.
Dr. Phil neemt ons mee op tournee in de psyche van de meest extreme persoonlijkheden. Idols laat ons lachen om vreemde karakters met engelenstemmetjes, en van Jerry weten we dat een buitenechtelijke relatie misschien best te doen valt. Grote drama’s worden aangesneden, de psyche wordt geanalyseerd en besproken, er wordt hard gelachen en verschrikkelijk gehuild. Maar kunnen boer Gerrit en zijn vrouw Trees zich wel met deze problemen identificeren? Leren de jongeren uit Amsterdam aan de hand van de vertoningen op televisie om te gaan met de dagelijkse problemen?
Geen grenzen
Vooral binnen de Europese Unie zijn er veel wet- en regelgevingen op het gebied van de programmering op televisie. De in 1989 door de Europese Commissie doorgevoerde richtlijn Televisie zonder grenzen stelt bijvoorbeeld dat grensoverschrijdende commerciële televisie niet langer door nationale wetgevingen tegen kan worden gehouden. Dit met het doel de markten van de Europese Unie convergerend te maken en zo de vrije handel te stimuleren. Dit zorgt echter voor een conflict met de culturele belangen die behartigd zouden moeten worden door de televisieprogrammering. Cultuur en taal worden vertegenwoordigd in nationale televisieprogramma’s en wellicht nog beter in regionale televisieprogramma’s.
Herkenbare televisie
Er lijkt een herwaardering van de regionale televisie gaande te zijn. Men zoekt herkenning in de weergave van het wel en wee van de regio op de ‘eigen’ omroep, naast het spektakel op de commerciële. Volgens dr. Piet Bakker, docent Communicatiewetenschap aan de UvA, hebben de regionale omroepen altijd een ouder publiek gehad en is dit ook de reden dat de omroepen moeilijk aan advertentiegelden kunnen komen. Reclames zijn dan ook vaak saaier en minder professioneel dan op de nationale omroepen. Decors lijken soms van een schooltoneelstuk afkomstig en de acteurs zouden wel wat bijscholing kunnen gebruiken. Tegenwoordig steken echter steeds meer programmamakers hun nek uit om herkenbare televisie voor de lokale bevolking te maken.
Soaps en drama
Neem de Friese soap Baas Boppe Baas, die van 2001 tot 2005 uitgezonden werd op Omrop Fryslân. Met een uitzonderlijk hoog budget voor een lokale productie heeft regisseur Steven de Jong een trend gezet voor andere regionale omroepen. Door thema’s als asielzoekers, biseksualiteit en cultuurverschillen aan de kaak te stellen heeft de regisseur een maatschappijkritisch drama opgezet. Met tot 170.000 kijkers per aflevering wist Omrop Fryslân haar publiek te verbreden en de lokale omroep meer op de kaart te zetten. De soap werd overgenomen door RTV Oost en zelfs door de KRO. Ook landelijk was er dus interesse naar het wel en wee op het Friese land. In 2006 werd Baas Boppe Baas opgevolgd door het drama Dankert en Dankert, gebaseerd op het Friese advocatenduo Anker en Anker. Volgens de informatie van Omrop Fryslân een combinatie tussen Baantjer, the Practice en Crime Scene Investigation. Ook deze dramaserie is in augustus 2007 voor het eerst uitgezonden door de KRO.
Baas boven baas
Na het succes van de Friezen betreedt RTV Oost ook zelf het terrein van drama en soaps. Hiervoor heeft het NL Film & TV van Johan Nijenhuis in de arm genomen. Het resultaat Van jonge leu en oale groond was in oktober 2005 een feit en werd door heel Overijssel omarmd, met een record van 375.000 kijkers. In een artikel in het NRC van 5 oktober 2006 werd geschreven dat deze regiosoap, naar idee van Herman Finkers, de meest succesvolle is. Ondernemers uit de regio als Wehkamp, Grolsch en Bolletje hebben de soap gesponsord. De advertentiegelden komen hier dus wel binnen en hierdoor heeft de omroep een vergroting van het budget kunnen realiseren. 12 november dit jaar is ook deze soap door de KRO uitgezonden en trok hij meteen 441.000 kijkers, waarmee de KRO een marktaandeel van 10.8 procent behaalde.
Nijenhuis is ook nog gevraagd voor onder andere de Limburgse soap De Hemelpoart, en heeft zich inmiddels ontwikkeld tot een ‘regiosoap koning’. Hiervoor is wederom een groot budget beschikbaar gesteld voor een maatschappelijk belang: het in leven houden van de Limburgse taal onder jongeren. RTV Utrecht roept ook de hulp in van Nijenhuis en stelt een budget beschikbaar tussen de 900.000 en 1,4 miljoen euro voor het produceren van een regionale soap. Gebaseerd op het idee van Henk Westbroek, wil de omroep de verscheidenheid van Utrecht uitdragen. Subsidies zijn voor deze regiosoap echter wel nodig.
West Side
Ook in Amsterdam wordt het wel en wee van de samenleving in beeld gebracht. Sinds 2006 is op AT5 de regiosoap West Side te zien, gemaakt en geregiseerd door Harm-Ydo Hilberdink en Chris Houtman. ‘Wij Amsterdammers’ luidt de leus op de website. Begrip voor elkaars cultuur staat centraal en de Turkse, Surinaamse, Nederlandse en Marokkaanse cultuur komen er onder andere in naar voren. De soap is gemaakt met steun van de gemeente Amsterdam en de provincie Noord-Holland.
Hulp
In tegenstelling tot de magere advertentie-inkomsten van voorheen, heeft RTV Oost nu een goede deal gesloten met de eerder genoemde topondernemingen als Wehkamp, Grolsch en Bolletje. De gemeente Amsterdam en provincie Noord-Holland steunen West Side. Ook in Limburg en Utrecht zijn er sponsors gevonden voor de regionale programma’s.
RTV Oost heeft Baas Boppe Baas en De Hemelpoart gekocht. KRO heeft beiden op de kop getikt, net als Van jonge leu en oale groond. Niet alleen voor de lokale bevolking zijn de soaps dus herkenbaar, ook voor de rest van Nederland. Dit lijkt niet onopgemerkt aan de nationale politiek voorbij te gaan. Ook minister Plasterk investeert graag in de ontwikkeling van regionale documentaires en regionaal drama. Hiervoor stelde hij 15 november jongstleden 500.000 euro beschikbaar, wat vanaf 2008 ingezet wordt door het Stimuleringsfonds Nederlandse Culturele Omroepproducties.
Booming business
Er valt niet te ontkennen dat de lokale soaps en drama’s booming zijn. Ze zijn duidelijk op de kaart gezet en het Nederlandse volk omarmt ze. Een volwaardige strijd tussen de globalisering van de televisie en de regionale omroepen zal waarschijnlijk nooit ontstaan, maar het kan een bijzonder onverwachte ontwikkeling van de Nederlandse televisiegeschiedenis genoemd worden.