Vergroot je schrijfplezier
De meeste sprekers hebben last van plankenkoorts. Vlak voor hun toespraak neemt de spanning toe; dat hebben ze gemeen met iedereen die een prestatie moet leveren. Met hardlopers vlak voor het startschot, met zangers vlak voor het eerste nummer van hun optreden én met schrijvers. Spanning is op zich goed en zelfs noodzakelijk om tot een goede prestatie te komen, maar als de spanning te hoog oploopt, vormt die een belemmering. Ook schrijvers kennen dat gevoel: er moet wat uit hun handen komen, ze moeten op een creatieve manier knopen doorhakken en de deadline (de uitgever, de kritische lezer, de lege bankrekening) staat voor de deur. Het voorkomen dat de gebruikelijke en noodzakelijke spanning niet leidt tot overspanning – tot een writer’s block of het verliezen van je schrijfplezier – hoort bij het vakmanschap. Vorige week schreef ik een aantal tips voor als je even vastzit, vandaag een aantal tips om je schrijfplezier te vergroten:
- Kies een goede plaats om te schrijven. De een wil onder het schrijven muziek horen, de ander muzak en een derde slechts doodse stilte. Sommige mensen kunnen schrijven in een druk café of in een rumoerig redactielokaal. Als je niet bij deze groep hoort, zorg dan voor een kamer waarin je ongestoord zo lang kan werken als je voor één sessie hebt uitgetrokken. En zet eventueel het antwoordapparaat aan.
- Kies een goede tijd om te schrijven. Probeer te schrijven wanneer je de meeste energie hebt. Voor de een is dat ochtend, voor de ander de avond. Het hangt er ook van af, op welk moment in je schrijfproces je bevindt. Het schrijven van een eerste versie vergt het meest van je creativiteit en concentratie: doe dat dus in je beste tijd, en reserveer minder productieve momenten voor taken die minder aandacht vragen, zoals lezen, administratie, kopieerwerk, telefoneren of bibliotheekbezoek.
- Vind je het moeilijk om aan het werk te blijven? Stel jezelf dan kleine beloningen in het vooruitzicht: de eerste kop koffie, de volgende sigaret komt pas na een uur schrijven, een voltooide pagina is een telefoongesprek waard, de verzending van je artikel naar de redactie een dag aan het strand.
- Stel jezelf overzichtelijke, realistische taken. Schrijvers hebben vaak een goed ontwikkeld vermogen om de eigen productiviteit schromelijk te overschatten. Een pagina per dag lijkt misschien weinig, maar als je dat tempo volhoudt heb je aan het einde van het jaar een aardig boek vol.
- Houd op tijd op. Gaat het soepel, komen de woorden als vanzelf? Schrijf dan zo lang mogelijk door, maar houd op voordat die energie verdwenen is en niet nadat je bent vastgelopen. Zorg dat je nog wat mooi materiaal hebt liggen zodat de drempel om weer te beginnen lager is geworden. Maak van schrijven een soort feest: je bewaart betere herinneringen aan een avond wanneer je op het hoogtepunt weggaat dan om half vijf, als de laatste gasten verveeld en aangeschoten de laatste chips opeten.
- Noteer in je ‘vrije tijd’ ingevingen en ideeën. Deze geven je vliegende start als je de volgende dag weer wilt beginnen met schrijven.
- Probeer je fetisjisme in toom te houden. Maarten ‘t Hart vertelde eens dat er maar één pen bestond waarmee hij kon schrijven: “Mijn vele tegenstanders hoeven dus maar één ding te doen: mijn vulpen stelen. Zonder die pen zal ik zwijgen als het graf. Beangstigend, niet? Ik ben afhankelijk van dat kleine apparaat.” Simon Vestdijk zette in zijn werkkamer een stofzuiger aan om alle andere storende geluiden uit te schakelen. Heb je dit soort irrationele maar dwingende verlangens? Geef eraan toe en bewaar je zelfbeheersing en doorzettingsvermogen voor het schrijven zelf. Maar maak jezelf liever niet afhankelijk van die ene vulpen.
- Leg de criticus die in jou (en in elke schrijver) huist aan banden. Geef jezelf eerst de kans een idee over een onderwerp te krijgen en dat uit te denken, voordat je je criticus op het idee loslaat. Pas in de laatste fase van het herschrijven laat je de criticus geheel vrij om zijn goede werk te verrichten.
- Schrijf elke dag een stukje. Het maakt niet uit wat: een brief, een ansichtkaart, een memootje. Maar ook stukjes die voor niemand anders dan voor jezelf bestemd zijn: een bladzijde dagboek, een gedicht, een uittreksel van een studieboek of notitie van een lezing. Regelmatig ‘zo maar’ schrijven, zonder een kritisch publiek is niet alleen plezierig, het is ook noodzakelijk. Een musicus, zanger of cabaretier oefent toch ook?
Bronvermelding
Burger, P. & De Jong, J. (2006). Handboek stijl (6e druk). Den-Haag: Sdu Uitgevers.