Tot nu toe één leuke wedstrijd per dag op EK
De Nederlandse analytici wisten het vooraf zeker. EURO 2008 zou een doelpuntrijk en spectaculair toernooi worden. Tot nu toe scoorden Europa’s beste voetballers zestien doelpunten in acht wedstrijden, een gemiddelde van exact twee goals per duel. In 2006 lag het gemiddelde nog op 2,30 doelpunten per wedstrijd en twee jaar eerder op het EK in Portugal bolde het net gemiddeld zelfs 2,48 keer in negentig minuten. Elke speeldag kende tot nu toe zijn hoogtepunten, maar twee goede wedstrijden op één dag is vooralsnog een utopie voor het toernooi in Oostenrijk en Zwitserland. Waar Spanje, Portugal en vooral Nederland ‘on a roll’ zijn, moeten teams als Frankrijk, Tsjechië en Griekenland naar eigen zeggen de handrem er nog afhalen.
Ook in de speelsteden verschillen de situaties. Waar in Bern, de speelstad van Nederland, de biervaten niet aan zijn te slepen, klagen de kroegbazen in Wenen dat ze slechts tien procent van hun geplande omzet halen. De Oostenrijkse supporters hebben duidelijk nog geen trek in bier. De Polen zijn inmiddels ook in Wenen neergestreken voor de wedstrijd tegen het gastland. Maar het eerdere verlies tegen aartsrivaal Duitsland heeft de landgenoten van Ebi Smolarek nog niet dorstig gemaakt. En daarmee kom ik terug op mijn artikel van zaterdag. Het gebrek aan voetbalcultuur in Oostenrijk en Zwitserland brengt voor de toernooiorganisatie zulke risico’s met zich mee. Dat is ook meteen de betrekkelijkheid van voetbal. Wint Zwitserland vanavond van Turkije, dan loopt heel Basel opeens over van de feestende Zwitsers. En stunt Oostenrijk tegen Polen met een gelijkspel, dan zijn de cafés van Wenen plotseling te klein.
Sterren zijn er op EURO 2008 al genoeg. De Portugese verdediger Pepe stal m
et aanvallend ingesteld voetbal op de eerste speeldag onze voetbalharten. Cristiano Ronaldo, de beoogde superster van dit kampioenschap, kon nóg niet aan de verwachtingen voldoen. De Portugees wilde met elke bal die hij kreeg, meteen iets fantastisch doen. De Duitse aanvallers Lukas Podolski en Miroslav Klose lieten in de wedstrijd tegen Polen zien dat je ook met eenvoudig aanvalsspel de show kunt stelen. Met korte passes en veel loopacties uit de rug van de Poolse verdedigers rolden zij tezamen de ploeg van Leo Beenhakker op. De rechtshalf van de Duitsers, Clemens Fritz, viel mij eveneens in positieve zin op. Fritz speelt normaal gesproken rechtsback bij zijn club Werder Bremen, maar liet keer op keer zien te beschikken over een sterke en snelle dribbelactie.
Dinsdagavond bevestigden David Villa en Zlatan Ibrahimovic hun reputatie als dodelijke aanvalsleiders ook in hun nationale elftallen. Villa profiteerde van het snelle, korte combinatiespel dat het creatieve middenveld van Spanje op de mat legde. En Zlatan trok zijn teamgenoten uit het slop door vanaf twintig meter keihard raak te schieten. De prijs voor creativiteit gaat tot nu toch echt naar ons eigen Oranje. Het doelpunt van Wesley Sneijder hoort tot de mooiste goals ooit gescoord in de geschiedenis van het EK voetbal.
Hét hoogtepunt van de eerste speelronde was voor mij de wanhoop die uit de ogen van sommige Italiaanse spelers sprak. De desperate blik van Marco Materazzi, toen hij vlak voor de tweede helft van Nederland – Italië in de camera keek, sprak boekdelen: “Hoe gaan we in godsnaam van die Hollanders winnen?” Gennaro Gattuso’s non-verbale communicatie met scheidsrechter Fröjdfeldt stond eveneens bol van Italiaanse machteloosheid. Nadat de middenvelder van AC Milan in de tweede helft met een overtreding op Van Bronckhorst naar een tweede gele kaart solliciteerde, keek hij de Zweedse arbiter smekend aan. Toen die met een kort doch streng oogcontact aangaf dat Gattuso mocht blijven staan maar het niet nog een keer hoefde te flikken, verscheen een brede lag op het gezicht van ‘De Dalton’. Een man, een man. Een woord, een woord. Gattuso heeft daarna niet één overtreding meer gemaakt.