Spotlight Effect

Online archief van het ter ziele blog Spotlight Effect

Eerder wist ik nog aan een bestelbusje uit Oekraïne te ontsnappen

25 oktober 2008 by Philip Rouwenhorst

ZaterdagcolumnHoewel de zon een mooie lentedag deed vermoeden, stond er een behoorlijke wind. Met twee volle tassen en een kapotte trapper onder mijn rechterschoen deed ik mijn best geen overtreding te begaan op de massaal aanwezige toeristen en dagjesmensen. Eerder had ik op het Damrak twee vrouwen met een kleurrijke driekwartbroek, een klein meisje met leuke vlechtjes, een Chinees met een lekkende HEMA-worst en drie Spanjaarden met een vlasbaardje weten te ontwijken. Op de Vijzelgracht kreeg zelfs een losgeslagen Caesar-hondje me niet van mijn zadel en had ik uit de dode hoek van een bestelbusje uit Oekraïne weten te ontsnappen. Op enkele honderden meters van de fietsflat ging het toch mis. Juist bij de overgang van een zebrapad moest ik me gewonnen geven.

Uit mijn iPod klonk de soundtrack van Lost in Translation. Het nummer dat je in het keuzemenu van de dvd hoort. Het nummer waar je zo lekker bij in slaap valt als je het menu eindeloos aan laat staan. Ik was slechts fysiek aanwezig in Amsterdam. Daar vlak voor het Victoria Hotel waande ik mij in de nog veel drukkere straten van Tokio. Maar nu lag ik op de grond. Voor heel even hield Amsterdam haar adem in. De Bulgaar die mensen naar zijn hotel probeerde te lokken. Het zwaar opgemaakte meisje met hoofddoek. De bouwvakker met zijn vale Hardcore-petje. Het meisje met haar hockeystick. De twee vrouwen met hun kleurrijke driekwartbroek.

De dromerige Japanse projectie was met een directe klap van mijn ziel getrokken. In een keer was ik terug in Amsterdam. In mijn ooghoek zag ik het voorwiel nog draaien. Toen ik iets verder naar rechts keek realiseerde ik mij wat de reden van mijn eerste hoofdstedelijke valpartij was geweest. Ik had vol op mijn achteruit-trap-rem gestaan toen ik een oudere meneer zag oversteken. Hij had net als vroeger een kroketje bij de FEBO gehaald en leek geen notie van zijn omgeving te hebben: de nu volledig gescheurde trapper lag enkele meters verderop. De rechterhoek van mijn fietskrat was kapot, terwijl mijn voetbaltas als een jonge kat precies uitgelijnd met het station naast me stond te wachten om opgepakt te worden.

Precies één meneer vroeg naar mijn situatie. De anderen keken slechts om, hielden een hand voor hun mond of begonnen puberaal te lachen. De tramchauffeur van Lijn 5 leek zijn best te moeten doen niet triomfantelijk met zijn belletje te rinkelen. Ik likte de wonden aan mijn rechterhand en liep naar de fietsflat. Iedereen met een fietskrat weet: het is onmogelijk je grootste vriend netjes weg te zetten in dit gebouw vol ijzer. Alsof de stad haar excuses aan wilde bieden vond ik echter na enkele minuten een riante plek. Rond plaatsnummer 126 heb ik hem tot morgenavond op laten nemen. De patiënt ontvangt bezoek. Misschien de Chinees met zijn lekkende HEMA-worst?

Reageren uitgeschakeld | Categories: Zaterdagcolumn | Tags: ,