Een beetje onhandig
Wouter Bos noemde de uitspraken van zijn fractievoorzitter Jacques Tichelaar in NOVA “een beetje onhandig”. Hij reageerde hiermee op uitspraken van Tichelaar in het maandblad Opzij. Tichelaar uitte zijn vrees voor het wegsturen van partijleider Bos door het partijcongres van de PvdA. “Ik hoop van ganser harte dat zich (red: op het partijcongres) geen richtingstrijd ontwikkelt over de koers van de partij die men denkt te kunnen oplossen door Wouters vertrek als partijleider te eisen”. Na het vertrek van partijvoorzitter Michiel van Hulten en het voltallige partijbestuur is Bos nog de enige persoon die ter verantwoording kan worden geroepen voor de verkiezingsnederlaag van november.
Gisteren reageerde Tichelaar al door te zeggen dat hij deze uitspraken al enkele weken geleden had gedaan, toen de situatie binnen de partij nog een stuk somberder was dan nu. “Het spijt me zeer dat ik verwarring heb laten ontstaan over het leiderschap van Bos.” Op het eerste oog lijkt het een (zoals zo vaak in de politiek) klein bedrijfsongevalletje. Een ondoordachte opmerking van een politicus, die meteen wordt afgezwakt als er commotie blijkt te ontstaan.
Nu lijkt er toch meer aan de hand. Tichelaar sprak namelijk niet alleen zijn vrees uit voor het, in zijn ogen onterechte, wegsturen van Bos maar bekritiseerde hem ook. Hij geeft in Opzij aan dat hij nooit camera’s had toegelaten, aangezien het partijbelang er niet mee is gediend. Verder bekritiseerde Tichelaar ook de manier waarop Bos als minister van Financiën is omgegaan met het aanpakken van de topinkomens.
Tijdens de verkiezingstijd een belangrijk punt op de PvdA-agenda, maar in het conservatieve christelijke kabinet door Bos niet dusdanig uitgevoerd. In de verkiezingstijd viel Bos Balkenende nog aan met de vraag of hij drie maatregelen kon noemen hoe hij de topinkomens had aangepakt. Balkenende kon er toen geen drie, geen twee en zelfs geen één noemen. Eén van de weinige keren dat Bos destijds Balkenende de baas was. Van de beloofde maatregelen is niks meer over, het bleef bij een moreel appèl op de topbestuurders. Tichelaar: “Dat was inderdaad niet best. Een ernstige inschattingsfout en een gebrek aan politieke intuïtie. Dat had ik beter gedaan.”
Zo begint bij mij toch het idee te dagen dat Tichelaar denkt het allemaal veel beter te kunnen, en dan ook op Bos zijn plekje aast. Ondanks dat hij dit zelf ten stelligste ontkent; het zal moeten blijken hoeveel zijn belofte waard zal zijn. Als het een echte politicus is, bar weinig.