Tot in de dood verbonden, part deux
Dit artikel is geschreven door Nieuwe Media student Marijn van Herpt, het artikel verscheen eerder op Metareporter, een blog dat een kritische blik op de berichtgeving van nieuwe media geeft. Ook meeschrijven aan Spotlight Effect? Klik dan hier.
Alsof de Metro-redactie de Metrogerichte analyse (waarin ik de krant geen voorloper in nieuwe mediaberichtgeving noemde) van 23 november had gelezen, stonden de eerste paginaâs van het gratis dagblad dinsdag plotseling vol met berichten over internet(verslaving). In de wekelijkse rubriek Dot ging Ton Broekhuisen woensdag nog eens in op de artikelen die de dag daarvoor werden geplaatst. Het onderwerp is het opkomende probleem van internetverslaving. Klaas Boomsma schreef hierover meerdere artikelen, naar aanleiding van een interview met Bram van Leeuwen, mede-oprichter van een onderzoeksbureau voor verslavingen en de bijbehorende maatschakkelijke ontwikkelingen. Daaronder behoort ook het zogenaamde verwaarlozen van sociale contacten.
Van Leeuwen lijkt zelf nog niet echt zeker te zijn waar hij mee te maken heeft. Hij zegt dat er nog geen eenduidige definitie is van internetverslaving, maar stelt wel dat het vooral gaat om overmatig chatten, gamen en surfen. Bovendien zegt hij dat er van verslaving sprake is ââŠals je de controle verliest over het gebruik. Symptomen zijn langer gamen dan je van plan was, verwaarlozing van sociale contacten en je werk.â. De symptomen komen overeen met die van al langer bekende verslavingen en wijzen vooral naar een vlucht uit de realiteit. Een trip die oneindig lang kan duren, omdat het internet oneindig veel mogelijkheden en contacten met andere gebruikers biedt. De grens tussen verslaving en niet-verslaving is dus nogal vaag. Wanneer kun je je nu het beste aanmelden voor behandeling bij de Brijder verslavingszorg? Als je geen twee uur zonder e-mail kunt of als je iedere vijf minuten een Tweet achterlaat op Twitter?
Ton Broekhuisen gaat in zijn artikel âNiet zonder internetâ gelukkig iets genuanceerder om met het onderwerp en komt met wat harde cijfers en passende conclusies. Voor één op de vier Nederlanders is verbonden zijn met het internet de hoogste prioriteit na het opstaan en vrijwel iedere Nederlander is minstens één uur per dag online; een vijfde deel zelfs minstens vijf uur. Broekhuisen ziet dit echter niet als reden om meteen massaal te gaan afkicken. Onze bezigheden op het internet bestaan namelijk vooral uit het checken van onze email, chatten (bijvoorbeeld op MSN), sociale contacten onderhouden (op Hyves of Facebook), nieuws volgen en online gamen. Maar dit valt helemaal niet onder de noemer âverslavingâ die Bram van Leeuwen opstelde: âlanger gamen dan je van plan was, verwaarlozing van sociale contacten en je werkâ. Ons internetgebruik lijkt juist gericht te zijn op het onderhouden van sociale contacten en het up-to-date blijven van nieuws. Zelfs online gamen gaat om interactie met andere spelers die geĂŻnteresseerd zijn in dezelfde game. En hoeveel mensen zijn online voor hun werk of kunnen gewoon thuis werken met behulp van internet?
Hoewel er vast mensen zijn die werkelijk niet zonder internet kunnen en hier wel wat hulp bij kunnen gebruiken, moet de definitie van internetverslaving nog een stuk verfijnder worden voordat een kliniek voor verslaafden zin heeft. We leven immers in een maatschappij die meer en meer verbonden is met het internet en waarin afzijdigheid van het netwerk bijna hetzelfde is als âer niet bij horenâ. Misschien moet Brijder niet kijken naar de maatschappelijke gevolgen van internetverslaving, maar naar de maatschappelijke impact die het internet op iedere laag van de bevolking heeft. Zelfs al zou een âverslaafdeâ cold turkey-style afkicken, dan zou hij vrijwel onmiddelijk weer vervallen in zijn oude gewoontes, simpelweg omdat we het internet en het online-zijn niet kunnen ontwijken alsof het een gokkast of drugsdealer is. Onze technologie is tegenwoordig zoân beetje het fundament van onze maatschappij, mogen we dan niet allemaal een beetje verslaafd zijn? Als het uit de hand loopt, wil ik best een cursusje volgen. Online natuurlijk.