Spotlight Effect

Online archief van het ter ziele blog Spotlight Effect

Ad Monday: de vlieger van Veilig Verkeer Nederland

15 juni 2009 by Tim van Letht

Wie kent de commercial niet waarin een jongetje zijn vlieger aan een meisje geeft om ook even te mogen vliegeren. Het moment waarop hij zegt “Wil jij hem even hebben? Het mag wel.” is een van de meest bekende fragmenten op televisie, helaas loopt de commercial uiteindelijk minder goed af voor het jongetje. Een harde boodschap die Veilig Verkeer Nederland 20 jaar lang op televisie bracht. Deze week is de commercial weer te zien, maar dan in een modern jasje met gelukkig een goede afloop. En in Ad Monday nu twee commercials in plaats van één, zodat je ze zelf nog even kunt vergelijken.

YouTube voorvertoningsafbeelding YouTube voorvertoningsafbeelding

Tim van Letht

Tim is mede-eigenaar van Spotlight Effect. Werkzaam bij Interpolis op het gebied van Online Strategie & Innovatie. Adviseert daarnaast één dag per week organisaties, spreekt op congressen en geeft colleges aan studenten.

More Posts - Website - Twitter

Tim is mede-eigenaar van Spotlight Effect. Werkzaam bij Interpolis op het gebied van Online Strategie & Innovatie. Adviseert daarnaast één dag per week organisaties, spreekt op congressen en geeft colleges aan studenten.

1 comment | Categories: Ad Monday | Tags:

One Comment

  1. Is “Wil jij hem even hebben? Het mag wel.” één van de meest bekende fragmenten van televisie? Dat kan ik me bijna niet voorstellen. Volgens mij zijn er heel veel bekendere fragmenten van televisie, maar ook uit reclames. Ik noem een: “Dan wil je vast wel boer worden.” “Ja, en schaatser.” Maar er zijn er meer, die volgens mij veel bekender zijn.

    Maargoed, nieuwe commercial, ik vind de nieuwe niet echt sterk, komt denk ik door het vervelende, spannend bedoelde achtergrond geluid. Alsof ik naar de film Jaws kijk.
    Ik kan het fout hebben, maar het lijkt of ik op 0:18 al een remgeluid hoor. Op 0:20 zie ik pas dat er geremd wordt.

    De oude vind ik toch beter in elkaar zitten.

    Maarja, wie ben ik?

    Groeten,
    Gerrit Hartman