Het levensgevaar van haatpropaganda
by Ernst-Jan PfauthEen afweging tussen het redden van mensenlevens en de vrijheid van meningsuiting
Door Ernst-Jan Pfauth voor het communicatiewetenschappelijk tijdschrift Medium
Een Hutu-meerderheid vermoordde in Rwanda tussen april en juni 1994 ruim 800.000 Tutsi’s. Jarenlang hadden deze bevolkingsgroepen in vrede met elkaar geleefd. Maar een vriendelijke buurman bleek te kunnen veranderen in een nietsontziende moordmachine. De oorzaak van deze metamorfose is te vinden in haatdragende propaganda, ook wel hate speech genoemd. “Elk jaar wordt een groot aantal mensen slachtoffer van genocide, veroorzaakt door effectieve propaganda,” aldus Cees Hamelink, hoogleraar Internationale Communicatie aan de UvA en de VU.
De meeste mensen moorden niet uit zichzelf, het wordt ze aangeleerd. Propaganda is een instrument dat door de geschiedenis heen zijn ‘nut’ in dat leerproces bewezen heeft. De genocide in Rwanda was een direct gevolg van de systematische haatcampagne die Hutu-extremisten via de radiozender Radio Television Libre des Milles Collines (RTLM) voerden. De belangrijkste boodschap die de zender verkondigde, bestond uit een waarschuwing aan de Hutu’s dat de Tutsi-gemeenschap een levensgevaarlijke en verschrikkelijke vijand was. De internationale gemeenschap kan volgens Hamelink geweldexcessen als in Rwanda voorkomen door verspreiders van hate speech voortijdig te berechten. Daarbij is het kiezen tussen twee kwaden, stelt Hamelink in het boek Media en Politiek: “Het kwaad van het beperken van de vrijheid van meningsuiting enerzijds, en het kwaad van toelaten van schadelijke uitingen anderzijds.” Continue Reading →