Ansichtkaarten uit de hel

Catherine Philip van The Times schreef 24 april een opiniestuk over de discussie die ontstaan was omtrent de World Press Photo van 2006 (zie hierboven). Deze foto toont een gepolijst plaatje van de oorlog in Libanon. Prachtige dames, gewapend met zakdoekjes en fotomobieltjes laten zich in een rode cabrio door een verwoeste wijk rijden. Volgens de fotograaf Spencer Platt is het een “unieke foto van de oorlog. Het toont aan dat het leven, zelfs in oorlogstijden, prachtig en sexy kan zijn”. En dat is naar ik meen precies het probleem van de foto.
Begrijp me niet verkeerd, ik vind het een prachtige foto. De dames zien er bijzonder aantrekkelijk uit en vormen een confronterend contrast met de chaos die de Israëlische strijdmachten hebben aangericht. Maar deze foto geeft geen goed beeld van de verschrikkingen die plaatsvonden. De andere prijswinnaars die Libanon vastlegden, deden dat wel. Die toonde een lijdend volk, slachtoffer geworden van een genadeloze buurman en een terroristische organisatie binnen eigen gelederen. De foto van Platt echter, toont een geromantiseerd beeld van het conflict. Zijn foto prikkelt gevoelens van schoonheid in plaats van gruwel.
Charles Groenhuijsen levert op de Nieuwe Reporter ook een aardige bijdrage aan deze discussie. Hij schrijft over het tonen van geweld in de media en betoogt dat beelden moeten laten zien wat zich echt afspeelt in oorlogsgebieden.
Ik ben het met je eens dat het een mooie foto is, maar niet om de redenen die Platt ervoor aanvoert. Het gaat niet om de verschrikkingen die hier zijn vastgelegd, hier is namelijk sprake van een bijna schokkende situatie: rijken die ramptoeristje spelen in de getroffen gebieden.
Het schrijnende is tegelijk juist het sterke aan de foto: het contrast tussen arm en rijk, tussen slachtoffer en buitenstaander. Waarschijnlijk is dat precies wat Platt dacht toen hij de foto nam, alleen jammer dat hij later wat anders stelt.
De foto geeft ook, zoals Catherine Philip zegt, mooi de opmars vh mobieltje als journalistiek hulpmiddel weer. En dat is toch één van de primaire doelen v WPP: het promoten van fotojournalistiek.
Ik zie niet helemaal in waarom alle foto’s uit oorlogsgebieden schokkend en naar moeten zijn. Dit is (na ik aanneem) een situatie die zich werkelijk heeft voorgedaan, dus is het een realistisch beeld uit een oorlogsgebied.
Dat staat toch los van wat degene die de foto bekijkt ervan vind.
Elja
Maar Elja, vind je niet dat deze foto voor veel mensen de oorlog een soort van romantiseert?
Ik ben bang dat je wel gelijk hebt, maar het stuit me tegen de borst dat van een gruwelijke en onterechte oorlog zo’n glossy-achtige foto wordt uitgekozen. Ik denk dat het onvermijdbaar is dat een groot aantal mensen n.a.v. deze foto denkt, “ach het viel ook wel mee in Libanon, ze rijden er nog steeds rond in cabrio’s”. Terwijl heel veel gezinnen verscheurd zijn. Stel je voor dat NL gebombardeerd werd, en dat ze dan vervolgens zo’n foto er van zouden publiceren.
@Jerry, inderdaad ik heb vooral problemen met de motivatie die hij vooruitschuift.
En van dat fotomobieltje, dat is inderdaad mooi. Maar hadden de Abu Graib foto’s dat niet al genoeg gepromoot?
Het is overigens wel zo dat de vrouwen op de foto een goede afspiegeling vormen van een flink aantal vrouwen daar. Dit is in ieder geval het beeld dat ik via een vriend aldaar krijg voorgeschoteld: ‘hoog in de make-up’, opgeblazen borsten en grote zonnebrillen. Vanuit dat perspectief representeert het dus wel degelijk de manier waarop een groep mensen in Libanon die tijd beleefde.