In 72 uur redde ik de wereld van duizenden dromers
Veel langer kon ik het niet aanzien. De kop van Hofland die bij elk nieuw tegendoelpunt jaren ouder leek te worden, terwijl de vaseline op zijn wenkbrauwen uit schaamte steeds verder in zijn ogen liep. De vracht aan gemaskeerde fouten die Timmer inmiddels op zijn naam heeft staan. Gepeinigd door zijn leeftijd laat hij zich enkel nog vanuit stand een hoek in vallen, terwijl zijn strakke gele keepershirt en witte koltrui steeds viezer worden van de blubber die als een gitzwarte sluier over de Rotterdamse Kuip is neergedaald. Van Bronckhorst die als Feyenoorder van het eerste uur nog hoop probeert uit te stralen, maar diep van binnen weet dat Feyenoord zwaar verkouden is. Veel langer kon ik het niet aanzien.
De speelse hertenogen van Wijnaldum zijn kleine zwarte kraaltjes geworden, terwijl El Ahmadi zich steeds meer af moet vragen waarom hij FC Twente dit seizoen geen kampioen wilde maken. Makaay die bijna niet meer scoort. Wiens gezicht nu niet meer dat van een vleesgeworden Spanjaard is, maar dat enkel nog om genade na zoveel ongeluk schreeuwt. En het is het verhaal van zij die er niet zijn. Zij die er niet zijn, er maar heel even waren, en Rotterdam door Europa zouden leiden. Tomasson klonk als de Deense toverspreuk tot heroïsche avonden aan de Maas, Landzaat als stylist die de liefhebber weer in vervoering zou kunnen brengen. En De Guzman als voorbeeld voor al die kleine jongetjes die ooit droomden van een carrière in Zuid. Maar ze zijn er niet.
Ik kon het niet langer aanzien. Omdat ik mezelf afgelopen week niet beter kon maken, besloot ik tenminste een poging te wagen Feyenoord beter te maken. Een helpende hand vanuit het bed, een toegeworpen reddingsboei vanuit de haven. In mijn herinnering had Feyenoord eerder baat gehad bij een harde hand en ook tijdens mijn bewind zou ik geen tegenspraak dulden. De ene na de andere speler vloog er uit, en ik besloot op het sentiment van de ware fan in te spelen. Geen onnodig grote selectie en met polyvalente spelers slechts dubbelbezette posities. Ik trainde uren lang met mijn mannen. En ineens ontstond het magische, maar oh-zo vieze woord waar heel de voetballerij zo wanhopig naar op zoek is: chemie. Er ontstond chemie tussen 22 schakels en de trainer. Feyenoord wordt kampioen.
Dudek vloog en rolde als in zijn beste jaren van links naar rechts, Drenthe gaf ik de kans eindelijk zijn talent in eigen stad te etaleren. Bruno Silva was ik met de fiets op komen halen in Amsterdam, terwijl Sankoh en de weer fitte Vlaar na 18 wedstrijden slechts drie spitsen hebben laten scoren. Wijnaldum en Fer besloot ik te koesteren. Parels die zelfs onder een gitzwarte sluier blijven glinsteren. Schöne zorgde voor de toevoer naar drie bloedsnelle spitsen die vooral op naam en afkomst werden geselecteerd. Succestrainer Gullit zei immers ooit over een speler dat ’ie een goeie kop voor op de foto’ had. Een selectiebeleid naar mijn hart. Wat dacht u van de drie-eenheid Eren Derdiyok, Kâzim-Kâzim Richards en Víctor Sánchez? Ze hebben er in ieder geval al 78 doelpunten inliggen. Feyenoord is beter. En het is het aanzien meer dan waard.
Mooi. Fifa en ProEvo als een soort secondlife voor teleurgestelde fans. Ga zometeen zelf ook maar is Ajax – Heerenveen spelen. Dan laat ik Cvitanich in ieder geval wel staan!
Hoe speelde Pranjic?
Goed uitzieken totdat je écht beter bent blijft een goed advies….
En na gister gezien te hebben zou ik maar weer eens op ziekenbezoek gaan als ik jou was..
Chemie.
Het woord dat de afgelopen weken de vocabulaire voetbalarena domineerde. Iets wat we een tijd terug ook ervaarden met het belachelijke woord ‘gogme’. Of gochme. Of chochme. Weet ik veel.
Chemie.
Een misselijkmakend woord dat in de voetballerij enkel bruikbaar blijkt in tegenspoed. Een woord dat onderhevig is aan uitbreidingsdrang. Het woord ‘chemie’ kreeg laatst een nieuwe, Eindhovense dimensie: “click”. Er was geen click tussen Stevens en zijn spelersgroep, dat leidde tot vroegtijdig opstappen.
Chemie.
De complete nationale voetbaljournalistiek duikt op het nieuws van de week: het ontslag van Gert-Jan Verbeek bij Feyenoord en, even later, van Huub Stevens bij PSV. De pelgrimtocht naar antwoorden wordt drastisch en gehaast ingezet. Waarom blijkt het niet te werken tussen de trainer en de spelers? Waarom blijven de verwachte resultaten uit?
Opmerkelijk genoeg wordt die pelgrimtocht door slechts enkelen volbracht. Het merendeel kijkt vertwijfeld en hoopvol naar de verklaring die andere journalisten geven, zodat zij, bij gebrek aan inspiratie, wil, moeite, energie of enige vorm van journalistieke integriteit, HET ANTWOORD overnemen. De waarheid.
Chemie.
Een zucht van verlichting. Een oplossing voor het probleem is gevonden. Het voer voor de kolommen is bereid. In no-time lezen we HET ANTWOORD in de krant, op internet, in tijdschriften, op fora en horen we het van de nationale, journalistieke voetbalelite op televisie. HET ANTWOORD. Geen interpretatie. Geen alternatief. Geen bedenking. Geen context. Geen mening. Geen moeite. Geen integriteit. Geen kwinkslag. Geen hoop. Geen originaliteit. Geen journalistiek.
Napraten. Kakelen. Hypen. Opzwepen. Dan is de chemie heel even weg. De chemie tussen mij en de voetbaljournalistiek.
Jammer.