Gebruik angst, in plaats van dat het jou gebruikt

Afgelopen vrijdag nam ik deel aan een discussiepanel van INHolland. Dit was georganiseerd voor de feestelijke opening van het nieuwe schooljaar. In de discussie stond een onderzoek over de (hersen)ontwikkeling van een jong persoon centraal.
Samen met mijn homie Len en een dame van de Pabo-opleiding dienden wij als jonge personen onze visie op het onderzoek te geven. Hoe beleef jij dit zelf en vooral: hoe ben je de persoon geworden die je nu bent?
Nu weet ik van mezelf dat ik een enorme drang heb om te presteren. Het leven trekt aan me. Ik wil alles weten en snappen. Deels komt dit door mijn karakter, dat zich gevormd heeft door mijn opvoeding. Mijn pa reisde de halve wereld af, zonder diploma’s, om in Nederland te komen en daar een aardig succesvol fashion man te worden. Mijn moeder voedde in de bijstand twee kinderen op, werkte daarnaast en haalde ook nog eens haar Pabo-diploma. Dan leer je dat erg veel dingen mogelijk zijn.
Maar dat is maar 70 procent van wat mij beweegt. Het andere wat in mij zit, en mij hard laat werken, is angst.
Van jongs af aan ben ik bang om een failure te worden. Iemand die alles mooi kan verkopen maar niet kan leveren. Iemand die iedereen kent als die aardige jongen, maar ziet als loser. Dus iedere keer als ik het gevoel heb dat ik verslap – al is het maar een pietsie -, dan denk ik meteen aan dat gegeven. Waardoor ik stevigere grip pak en nog wat extra gas geef.
Persoonlijk weet ik niet of dit de beste manier is. Misschien kijk ik zodra mijn haren grijs zijn terug en denk ik: ,,Jongen, waar maakte jij je druk om?” Maar vooralsnog gebruik ik die angst in de meest positieve zin. In plaats van dat ik het me laat bevriezen, zet ik het in om die extra boost te geven.
Fotokrediet: Kevin N. Murphy
Leuk, weer zo’n stukje over hoe bijzonder Omar Kbiri is. Een ding wordt er wel duidelijk uit: Pabo schrijfkunsten worden blijkbaar wel overgedragen van moeder op zoon.
Misschien is dat het enige wat ‘ie wel kan. Zonder iets te kunnen, zn brand builden. Maar jongens, wie prikt die ballon eens goed lek?