Interview met NOS Londen-Correspondent Tim Overdiek
Vanuit het land van de droge humor en het natte weer volgt hier de Engelse variant in de serie Amerika-correspondenten. Spotlighteffect interviewde NOS-correspondent Tim Overdiek die sinds januari 2006 gestationeerd is in Londen. Hij vertelde over het wel en wee van de multimediacorrespondent, het verschil tussen Amerika en het Verenigd Koninkrijk en de uitdaging je als journalist te blijven vernieuwen.
Hoe ben je buitenlandcorrespondent geworden?
“Ik heb journalistiek gestudeerd in Tilburg, rond 1984, 1985. Ik ben begonnen als schrijvend journalist bij verschillende kranten, en niet te vergeten bij ‘het Kerkklokje’ een huis aan huis blad in Oosterwijk, waar ik vandaan kom.”
“Daarna werkte ik voor de NRC als stagiair, en toen voor een persbureau. Voor de NRC heb ik tweeëneenhalf jaar gewerkt bij de sportredactie, en toen bij het Parool in vaste dienst. Eind 1994 heb ik ontslag genomen bij de Volkskrant en ben ik naar New York gegaan als freelance journalist. Dat had vooral een privéreden, want mijn huidige vrouw, toenmalige vriendin, is Amerikaanse, en die ging terug naar New York.”
“Ik ben medio ‘99 in vaste dienst gekomen van de NOS en dat heb ik zes jaar gedaan. Ik ben toen van New York naar Washington gegaan om radiocorrespondent Amerika te worden. Buitenlandcorrespondent was een logische keuze. Ik ben ooit begonnen met sport, maar toen ik naar New York ging ben ik veel meer dingen gaan doen want van sport alleen kon ik niet leven.”
Welke journalisten zijn jouw voorbeelden?
“Een voorbeeld was Oscar Garschagen van de Volkskrant, met wie ik in Amerika samenwerkte. Hij was de vaste correspondent in Washington. Ik vond het heel knap hoe hij als buitenlandcorrespondent het nieuws volgde. Hij combineerde nieuws met achtergrondreportages, was altijd bezig, produceerde twee, drie verhalen per dag af en toe. Ik vond dat heel knap omdat het heel lastig is om als buitenlandcorrespondent een heel land te kunnen bestrijken en toch goede verhalen te maken.”
Hoe werk jij? Hoe genereer je ideeen?
“Het is een kwestie van bijhouden. Vroeg ‘s morgens opstaan met de krant en de radio. Al het nieuws volgen, veel te reizen, en veel mensen te zien, dan stuit je vanzelf op achtergrondideeën voor verhalen.”
“Nieuws wijst zich vanzelf, want in Hilversum zien ze ook meteen wat het nieuws is, ze hebben daar ook Sky aanstaan, en ze zien de telexen. Voor de achtergronden is het proberen de link te leggen met Nederland. Er zijn hier heel wat maatschappelijke ontwikkelingen die ook in Nederland spelen; immigratie vanuit Oost-Europa, de moslimdiscussie, dat speelt hier ook.”
Hoe vergelijk je je correspondentschap in Amerika met je correspondentschap hier in Londen?
“Je bent hier even klein als in Amerika, even onbelangrijk. In de VS wist je wie je was, je speelde geen enkele rol van betekenis. Dat is hier ook zo, al is het hier wel makkelijker.”
“Het is een grote stad, maar het politieke wereldje is klein, binnen de vierkante kilometer van Westminster loop je iedereen tegen het lijf. Als je op het grasveldje gaat staan waar ik mijn kruisgesprekken doe en het is een drukke dag, dan zie je iedereen langskomen, en hoef je ze alleen maar aan te schieten.”
“Ik moet daar alleen wel bij zeggen dat het niet zo eenvoudig is om Gordon Brown of Tony Blair te interviewen. Ik heb nu twee keer een vraag kunnen stellen aan Tony Blair.”
Hoe bepaal je of een item geschikt is voor Nederland?
“In Washington was het vrij simpel, daar ging het om drie dingen: het grote politieke nieuws vanuit Washington, dat kon over Bush gaan of Clinton in die tijd, of de verkiezingen. Dan het wereldnieuws: het Midden Oosten, de VN, China, daar zat altijd wel een Amerikaanse invalshoek bij. En het derde, en dat vond ik eigenlijk het leukste: het maatschappelijke verhaal, waarbij je het land in gaat en de Amerikaanse samenleving laat zien en horen. Al kwam ik daar vaak ook niet aan toe, omdat je voor de radio zo gebonden was aan het dagelijkse nieuws. Maar ik probeerde het wel.”
“Hier is het wat anders. Hier werk ik als multimediacorrespondent, wat betekent dat ik radio, tv en internet doe. Daar komt bij dat ik voor tv zelf film en monteer. Het is echt een eenmanscircus. Dat kan hier, omdat je niet zoals in Amerika zoveel nieuws hebt. Je kunt wat vaker het land in, zo ben ik deze week naar Wales geweest.” “Hier is het soms moeilijker: zo’n verhaal over Wales dat moet ik echt verkopen, uitleggen waarom ik dat wil doen. In Amerika was dat veel makkelijker, omdat het een groter land is waar mensen zich veel meer aan spiegelen. Amerika is dichter bij in de beleving van de nieuwsconsument dan het Verenigd Koninkrijk.”
Hoe bevalt het om een multimediaman te zijn?
“Ik ben de eerste voor de NOS die het op deze manier doet. Het is een soort experiment, al wordt het al niet meer zo genoemd. Want ik hier doe is alles in mijn eentje. Ik heb wel een achtervang voor de radio, Arjen van der Horst. Hij vervangt me in de weekenden of als ik op pad ga. Dat heb ik ook wel nodig, want het is ontzettend veel werk. Het is toch wel zwaarder dan ik dacht.”
Heb je een voorkeur voor radio of televisie?
“TV is leuk, omdat het weer iets heel nieuws is voor mij. Het is beroepsmatig een grote uitdaging om als mediacorrespondent tv, radio en internet te combineren. Je hebt het gevoel een beetje aan het pionieren te zijn als correspondent.”
‘Ik heb er in een paar jaar echt twee, drie nieuwe vakken bijgeleerd; tv maken en zelf draaien, monteren en regisseren, dat heb ik de afgelopen twee jaar met vallen en opstaan geleerd, vooral met veel vallen.”
Hoe kijken Engelsen tegen Nederland aan?
“Je merkt wel dat er een zeetje tussen zit. Het is niet zoals in Amerika waar ze vaak geen idee hebben waar Nederland ligt”.
“De meeste mensen hier zijn wel in Nederland geweest, alleen weten ze heel weinig wat er gebeurt. Ze kennen het vooral van het stappen in Amsterdam en de clichés: de abortus, drugs en euthanasie. Ze zijn wel nieuwsgierig hoor, ze zijn wel geïnteresseerd in wat er leeft.”
“Ik heb wel gemerkt dat ik hier meer kranten moet lezen dan in Amerika, daar volstond het de Washington Post en the New York Times te lezen, dan had je een redelijk beeld van wat er in Amerika en in de rest van de wereld gebeurde. Om hier een idee te krijgen van wat er in het land gebeurt heb je meer kranten nodig. Ik heb thuis de Financial Times, de Guardian, de Daily Mail, de Daily Telegraph, en The Times, en dan de weekendkranten. Kranten met verschillende doelgroepen en een verschillende politieke kleur.”
Wat was voor jou het dieptepunt en het hoogtepunt totnogtoe?
“Het zijn vaak kleine dingetjes: neem een internetproductie die de tv niet wilde hebben en die ik toch ben gaan maken, met video, audio, beeld en tekst over twee moeders die allebei een zoon hebben verloren in Irak en heel anders denken over de oorlog. Toen het op internet stond zei de televisie, waarom hebben wij dit niet? Dat was voor mij een hoogtepunt, ook omdat het een nieuwe vorm van journalistiek was.”
“Als je naar de VS kijkt, de verkiezingen in 2000 en de aanslagen op 9/11 die ik verslagen heb, de oorlog in Irak, dat waren journalistieke inkoppertjes. Wat dat betreft is het nog tamelijk rustig geweest hier. We hebben wat voorkomen aanslagen gehad, verkiezingen in Schotland, dat was wel nieuws maar het was niet gigantisch.”
“Dieptepunten, ja, je maakt wel eens een miskleun. Het moeilijke van dit werk is dat je wel heel erg alleen bent, je staat af en toe in de regen in Schotland te prutsen en dan vraag je je af wat je aan het doen bent. Maar goed daar leer je ontzettend veel van. Ik hou me voor dat je jezelf moet blijven verbeteren als journalist.”
Hoe ziet de toekomst er uit?
“Ik ben nu op de helft van mijn verblijf hier in London, in de zomer van 2010 ben ik klaar, en dan ga ik iets anders doen.”
“Ik heb altijd gemerkt dat als je lekker bezig bent er zich na verloop van tijd weer iets nieuws aandient. Maar wat, dat zien we dan wel weer.”
Wat goed dat Overdiek zo gebruik gemaakt van het internet. Hij is van de weinigen die het belang van het wereldwijde web in ziet.
Los daarvan is het een geweldige vakman, zo is mij verteld. Al zijn collega’s die ik interviewde in Amerika waren lovend over hem.
Ik vraag me af waar hij meer voldoening uit haalt, die mooie verhalen in het binnenland maken, of verslag doen van enorme gebeurtenissen.
de achtergrondverhalen zo vertelde hij mij (staat ook ergens in het interview)
Hij zegt toch dat hij verslag doen van nieuws minder interessant vindt dan achtergrondverhalen?
Wat ik me afvraag is of dat ook op gaat wanneer het om zo’n adrenalineklus als een aanslag gaat?