Omdat hij nu eenmaal Hij is en nooit vergeten mag worden
Leven is vergankelijk. Zo snel als schoonheid zich aan kan dienen, zo snel is het gevlogen. Na 1986 leek het elk jaar een beetje minder met Hem te gaan. Afgelopen week scheen de zon in mijn hart. Het was groter dan woorden kunnen beschrijven en ongrijpbaar in al zijn pracht. Jaren heb ik er op moeten wachten: Hij is terug. Terug op aarde na jaren van halve dood, eenzaamheid en een verslaafde ziel. Hij is terug. ‘Welkom in mijn wereld, welkom in mijn tijdperk’, had hij gezegd. ‘Welkom bij mijn ideeën. Jouw geluk is mijn geluk bij al het nieuwe dat gaat komen.’ Woorden die eer deden aan zijn afkomst, Argentijnse poëzie in druilerig Glasgow. Mijn vingers dansen als een gepasioneerd uitgevoerde tango over het toetsenbord.
Volgens romantici, zij die leven met een traan op de ziel, kon het alleen maar tegenvallen. De droom in het ware leven is vaak niet meer dan een desillusie. Er moest gewonnen worden, meer eiste hij vanavond niet van zijn spelers. In het land waar hij ooit zelf zijn eerste doelpunt had gemaakt, kwamen de Albicelestes al na zeven minuten op voorsprong. Als toeschouwer had hij vaak het shirt van het zieke lichaam getrokken. Zwaaiend liet hij zich door de wereldmedia vangen. Eerder had hij nog op ze geschoten, zij die de zwakke geest gek hadden gemaakt. Nu was het anders. Zich bewust van een verantwoordelijke taak. De taak 41 miljoen Argentijnen van geluk te voorzien. Zich bewust van de wereld. Ijzig kalm hield hij de armen over elkaar gevouwen.
Al snel werden de pibe’s onrustig. De bonkige roodharigen ontregelden de Zuid-Amerikaanse frivoliteit en bleven overeind. Maar zijn eerste punten waren een feit, de onoverwinnelijke kwam wederom als sterkste uit de strijd. Aanbeden door een volk en aanbeden door zijn eigen manschappen. Een heerser die de aandacht naar zich toetrekt terwijl hij zich geforceerd aan het oog probeert te onttrekken, zit op een brandende stoel. Een stoel die brandt door vurig verlangen, maar tevens door torenhoge verwachtingen. Over twee jaar is het precies 24 jaar geleden dat hij de wereldbeker zelf met handen van God richting de hemel reikte. Doe het La Pelusa. Doe het El Diez. Doe het. Doe het voor 41 miljoen Argentijnen, doe het voor mij.
Vergeten zijn de fouten. Vergeten zijn al die keren dat je ons onterecht hoop gaf. Al die keren dat je ons liet zitten omdat de geest niet sterk genoeg was. Dat je bijna dood was, en dat je als een krankzinnige door het leven ging. De zoete herinneringen zullen blijven. De eerste gambeta op de stoffige veldjes van Villa Fiorito, de honderd doelpunten voor Boca Juniors. De buitenaardse dribbel tegen de Engelsen en de manier waarop je een vergeten Italiaanse stad tot het middelpunt van de wereld wist te maken. Ondanks alle fouten geef je ons nog één keer hoop, vergeten zijn de fouten. Want Hij is terug: Diego.
Jij zou sportjournalist moeten worden, of romanschrijver.
Sportjournalistiek gehad, misschien is een roman dus wel een optie :)
Ik zou lekker je columns bundelen en blijven vechten tegen de vergelijking met Bril.