De comeback van de directory?
Dit artikel is geschreven door Nieuwe Media student Niels Kerssens, het artikel verscheen eerder op Metareporter, een blog dat een kritische blik op de berichtgeving van nieuwe media geeft. Ook meeschrijven aan Spotlight Effect? Klik dan hier.
Op het afgelopen Picnic festival toonde nieuwe media onderzoeker Richard Rogers een video over de teloorgang van de Google directory zoekingang. Binnen tien jaar is de directory met kleine stappen – en voor de gebruiker vrijwel onopgemerkt – via de frontpage naar, ‘meer’ en vervolgens ‘nog meer’ verhuist, om ten slotte geheel uit de interface te verdwijnen, en ironisch gezien alleen nog vindbaar te zijn met de zoekingang ‘directory’ in Google’s eigen zoekmachine. Het algoritme lijkt daarmee de expert voorgoed te vervangen. De Elsevier expert is echter nog niet uit geordend, want alweer voor de zesde keer presenteert Elsevier de ‘60 sites waar u niet omheen kunt‘. In mijn eerste gedachten domineren de woorden verleden tijd, pretentieus en onmogelijk, echter, geheel onverwacht, blijkt de Elsevier ‘directory’ toch een aantal interessante links te bevatten. Is er met de onopgemerkte ondergang van de directory als online zoekingang dan misschien toch meer verloren gegaan dan in eerste instantie verondersteld?
Elke wijze van ordenen betekent een proces van categoriseren, selecteren en uitsluiten, waarmee elke ordening per definitie gekenmerkt wordt door onvolledigheid. Elsevier ordent in éénentwintig categorieën die elk drie sites bevatten; een ‘klassieker’, een ‘nieuw’ en een ‘geheime tip’. Ook deze poging van Elsevier is echter hopeloos onvolledig en roept een continue stroom van mogelijke aanvullingen, wijzigingen en kritiek op. Waarom zijn er bijvoorbeeld categorieën als muziek en televisie maar ontbreken de categorieën games en film? Waarom is de klassieker Youtube terug te vinden onder amusement en niet zoals Wikipedia onder kennis, of anders onder televisie? En waarom is Flickr überhaupt een klassieker? Waarom Elsevier een extra tekstblokje met alle ‘top’ sites van zijn uitgever Reed Business tussen de categorieën in plaatst, mag in ieder geval duidelijk zijn.
Onder de categorie kennis bevindt zich voor mij echter ook het onbekende Howstuffworks.com. Een laagdrempelige site die informatie verschaft over de werking van vanalles en nogwat, en antwoord geeft op vraagstellingen die mogelijk door Wikipedia’s encyclopedische criteria worden uitgesloten. Wie is er momenteel nou niet geïnteresseerd in ‘how Barack Obama works‘ of ‘how debt works‘? Het voorbeeld is misschien enigszins banaal, echter niet het voorbeeld zelf maar de wijze waarop Elsevier een ingang geeft tot dit voorbeeld, herbergt de toegevoegde waarde van de directory als zoekingang. Namelijk iets vinden terwijl je nergens naar op zoek bent. Op het moment dat je naar iets zoekt, beredeneer je vanuit de gedachte dat het gezochte mogelijk bestaat, alhoewel het misschien nooit gevonden zal worden. Echter hoe vind je iets waar je niet van weet dat het bestaat? Waar Google’s algoritme een zoekterm vereist, en dus veronderstelt dat de gebruiker iets zoekt en op zoek is, vereist de directory geen enkele zoekingang. In de directory zijn alle mogelijke zoekingangen al aanwezig, is de gebruiker niet in de veronderstelling dat iets bestaat en vindt hij misschien sneller iets waar hij niet naar op zoek is.
Wie weet maakt de directory, al dan niet in geinnoveerde vorm, in de nabije toekomst zijn comeback op Google’s frontpage. Zodat naast de huidige algoritmische zoekfunctie dan toch weer eens iets is te vinden zonder dat er naar gezocht wordt. Niet dat ik in de veronderstelling leef dat de directory beter is dan het algoritme, of dat de expert nodig is voor het verkrijgen van goed resultaat, nee, voor mij part wordt het een algoritmische directory. Echter zoals bij alle dingen die plaats maken voor iets nieuws, is het soms verhelderend om niet alleen stil te staan bij wat het nieuwe ons brengt, maar ook bij wat met het verdwijnen van het oude vergaat.
Goed stuk. De directory moet denk ik gezien worden in het licht van de ontwikkeling van Google. Google is niet meer alleen een zoekmachine voor websites, maar ook een zoekmachine voor video’s, nieuws, afbeeldingen en onderdeel van een groter geheel van Google diensten, zoals e-mail, blogs en discussiegroepen (dit is op zich al een soort directory). Tevens is er de ontwikkeling van de websites zelf. Waren ze vroeger nog vrij basis met een paar pagina’s, tegenwoordig is alles klikbaar en stikt het van de links. Deze twee punten maken de directory overbodig.
Een ander punt, wat lijkt op het punt dat jij maakt over de uitgevers van Elsevier, is dat de commercie een belangrijke kracht is op het huidige internet. Een directory is meer dan ooit gevoelig voor reclame en is het in deze vorm wel een gewilde functie? De enige oplossing die ik zie is dat gebruikers zelf een directory samenstellen en dat deze in een netwerk circuleren, waar sociale druk van invloed is. Zelf ben ik lid van htforum en daar worden geen nutteloze of buitensporige reacties geaccepteerd, die je derhalve nooit tegenkomt. Een lijst met websites van een gebruiker zal daar zeker een functie kunnen hebben. Een andere richting zijn sociale netwerken, zoals Hyves, waar gebruikers onderling (vrienden) een directory kunnen samenstellen.
De directory is op het huidige internet geen vruchtbare applicatie om op de Google zoekpagina te staan. Hij heeft zijn incarnaties gevonden in allerlei functies en de klassieke vorm zal zich alleen nog elders kunnen nestelen, dus in plaats van te zeggen dat de directory verloren is gegaan, kunnen we troostend zeggen dat hij voortleeft in onze huidige functies op het web en in onze aller harten.
Pingback: Aan de slag met het informatieve web – carrièremagazine Spotlight Effect