Spotlight Effect

Online archief van het ter ziele blog Spotlight Effect

Twee problemen in internationale communicatie

23 november 2006 by Ernst-Jan Pfauth

United Nations International Student Conference Amsterdam (UNISCA)Momenteel worden ongeveer honderd studenten uit verschillende hoeken van de wereld klaargestoomd voor de United Nations International Student Conference Amsterdam 2007. In de RAI spelen zij begin Januari een week lang de Verenigde Naties na. Ik behoor ook tot dit groepje VN-enthousiastelingen. Een betere voorbereiding op mijn stage kan ik me niet wensen.

Vorige week gaf professor Cees Hamelink een gastcollege over de Verenigde Naties in relatie tot internationale communicatie; een pessimistisch relaas over het egoïsme van de lidstaten. Het werd echter geen moment saai door de bijzonder charismatische verschijning van Hamelink. Als geen ander kan hij bevlogenheid overbrengen op de toeschouwers. Hij eindigde het college met twee belangrijke problemen, inclusief oplossing:

  • de noodzaak van het dialoog
  • de levensgevaarlijke gevolgen van haatpropaganda

De noodzaak van het dialoog
Als partijen in een democratie van mening verschillen, gaan ze in debat. Het is een heilig fenomeen in de politiek. Minister van der Hoeven kondigde onlangs zelfs aan meer geld te steken in debatles voor scholieren. Hamelink verwondert zich over het vertrouwen dat mensen in het debat hebben. Volgens hem heeft debatteren een verkeerd doel, namelijk winnen. Deelnemers aan een debat proberen elkaar te overschreeuwen en luisteren amper naar elkaar. Het gevolg is dat een debat slechts een polariserende werking heeft en niet aanstuurt tot een oplossing.

Het dialoog is een beter alternatief. In dialoog gaan vergt moed. Je moet immers luisteren naar de tegenstander en hem of haar op enkele punten zelfs gelijk geven. Dit gaat volkomen tegen de natuur van de huidige wereldburger in. Zonde, volgens Hamelink, want:”The world needs dialogues“. Daarom heeft hij de handen uit de mouwen gestoken en zet hij zich momenteel in voor een wereldwijd project waarin kinderen wordt geleerd deel te nemen aan een dialoog. Daarmee probeert hij te voorkomen dat de volgende generatie zich verliest in het debat.

De levensgevaarlijke gevolgen van haatpropaganda
De gevolgen van de genocide in RwandaDe afgelopen jaren heeft genocide een groot aantal slachtoffers geëist. Zo vermoordden Hutu’s in 1994 honderdduizenden Tutsi’s en dreigde vorig jaar in Ivoorkust zich een zelfde soort ramp te voltrekken. Deze massamoorden zijn vrijwel altijd het gevolg van effectieve haatpropaganda. “Het begint nooit zomaar dat mensen op een dag besluiten elkaar te vermoorden” vertelde Hamelink. In Rwanda werden Hutu’s opgehitst door journalisten van het radiostation Radio Television Libre des Milles Collines.

Volgens het internationaal recht is het aanzetten tot genocide strafbaar. De Rwandese journalisten zijn inmiddels levenslang achter de tralies verdwenen. Maar wel te laat, de genocide had al plaatsgevonden. Daarom pleit Hamelink voor een International Media Alert System (IMAS). Propaganda wordt in conflictgebieden gecontroleerd en zodra er sprake is van haatpropaganda wordt dit doorgespeeld naar het Internationaal Strafhof. Door deze aanpak redt de internationale gemeenschap een groot aantal mensenlevens.

Momenteel is professor Hamelink bezig met het financiering van IMAS. Hij had een partner in Zwitserland gevonden maar deze is onlangs failliet gegaan. Hamelink is echter vastberaden en stort zich vol overgave op een nieuw projectvoorstel: “Ik ben een buitengewoon optimistisch mens en ga er vanuit dat het in de tweede ronde wel lukt. Als het niet lukt, begin ik gewoon aan een derde ronde. Het plan is voldoende belangrijk om het echt op de rails te krijgen”

Ernst-Jan Pfauth

Ernst-Jan Pfauth (1986) raakte halverwege zijn studie communicatiewetenschap verslaafd aan bloggen. Toen hij een ruzie tussen Balkenende en Witteman vastlegde, werd zijn blog Spotlight Effect ook daadwerkelijk gelezen. Na een stage bij de Verenigde Naties in New York reisde hij voor Web 2.0 blog The Next Web een jaar de wereld rond. Voor nrc.next verkocht hij zijn ziel aan de dode-bomen-industrie, vinden zijn oud-collega's. Zijn persoonlijke blog is DutchProblogger.nl.

More Posts - Website

Ernst-Jan Pfauth (1986) raakte halverwege zijn studie communicatiewetenschap verslaafd aan bloggen. Toen hij een ruzie tussen Balkenende en Witteman vastlegde, werd zijn blog Spotlight Effect ook daadwerkelijk gelezen. Na een stage bij de Verenigde Naties in New York reisde hij voor Web 2.0 blog The Next Web een jaar de wereld rond. Voor nrc.next verkocht hij zijn ziel aan de dode-bomen-industrie, vinden zijn oud-collega's. Zijn persoonlijke blog is DutchProblogger.nl.

8 comments | Categories: Internationaal

Comments (8)

  1. Cees Hamelink vind ik ook een erg begaafd en grappig spreker (heb hem een keer als dagvoorzitter mogen meemaken.)

    Op de middelbare school bedankte ik voor het debatteam. Niet zozeer vanwege het kneuzen imago. Omdat het een soort schaken was waarbij er al twee absolute waarheden waren: een stelling, en een verwerping van die stelling. De winnaar was nooit de waarheid in het midden, maar de gene die zijn stelling zo goed mogelijk behartigt. Als je halverwege het debat zegt: “Okee, daar heb je eigenlijk wel gelijk in, ik verlaat mijn stelling,” ben je een verliezer.

    In de afgelopen verkiezingen leek het mij meer dan ooit gegaan te zijn over het voeren van een media campagne: om partijprogramma’s ging het niet zo zeer als om de Kay’s en de Jack’s. Met als gevolg dat bij coalitieonderhandelingen het niet gaat om “we hebben verschillende ideologieën en prioriteiten, maar laten we een middenweg vinden waar zo veel mogelijk kiezers een beetje hun zin krijgen.” Het lastigste is nu dat partijen elkaar voor rotte vis hebben uitgemaakt en nauwelijks geloofwaardig samen kunnen werken.

    Dat IMAS klinkt als een geweldig streven. Maar wat moet het IS met een melding van haatspraak? Wat voor macht heeft ze? En wat is de grens? Moet Nederland nu ook aangedragen worden omdat er negen haatdragende zetels zijn in het parlement (even andere partijen voor de gevoeligheid niet mee geteld)? Wat kan je in een land als Rwanda doen, als er nauwelijks van overheid sprake is?

  2. De omschrijving die ik hier van IMAS gegeven heb is vrij beknopt. Ik heb echter voor Medium, een communicatiewetenschappelijk tijdschrift, een achtergrondartikel over dit onderwerp geschreven. Zodra de desbetreffende editie uit is, zet ik deze hier online. Daar worden veel van de vragen uit je laatste alinea beantwoord.

    (ik mail je het artikel trouwens wel even)

  3. Dank je wel voor je pre-print. Leuk om te lezen, maar niet al mijn vragen worden er in beantwoord.

    Het is mij nog niet duidelijk wie je zou willen vervolgen. De journalisten? Het omzeilen van een rechtssysteem in het land zelf lijkt me een directe aanval op de betreffende staat. Misschien is het beter landen te verplichten op te treden tegen ‘hate speech’, zodat burgers tegen veel lagere kosten en met eerbiediging van meer lokale gebruiken worden berecht. Monitoring moet natuurlijk er voor zorgen dat dit ook naar onze maatstaven gebeurt. Heikel punt dáárbij is natuurlijk wie je vervolgt als een land niet optreedt, aangezien internationaal behoorlijk weinig wil schijnt te zijn om hard in te grijpen als mensenrechten niet worden eerbiedigt.

    Wat je heel terecht aankaart is het dilemma: beperking van meningsuiting versus aanzetten tot rassenhaat. Het zijn altijd dunne lijntjes. Maar, als je traditioneel zingt dat alle negers dood moeten, mag het dan wel?

  4. Je onbeantwoorde vragen zijn ongeveer de velden waar nog veel onderzoek moet worden gedaan. Vooral je laatste vraag. Hoe ontwerp je een methode waarbij je systematisch kan analyseren of bijvoorbeeld een lied amusument of hate speech is?

    Volgens mij is er geen sprake van het omzeilen van het rechtssysteem van een land. Het Internationaal Strafhof wordt namelijk door vrijwel alle landen erkend. (klein detail: niet door VS) Zodra er sprake is van een misdrijf, in dit geval aanzetten tot genocide, moet de verdachte uitgeleverd worden. In dit geval een journalist. Maar mag je nog van een journalist spreken als hij of zij simpelweg oproept tot moorden?

    Grote vraag is natuurlijk of het aanzetten tot genocide op zichzelf al strafbaar kan worden? Of moeten er eerst doden vallen?

    Kortom, voor dit plan in werking gezet kan worden, moet er nog heel wat onderzoek gedaan worden. En daar is veel geld voor nodig. Vandaar dat Hamelink’s eerste stap de financiering is.

  5. De vraag of aanzetten tot genocide strafbaar is voordat er doden vallen stel ik in ieder geval niet ;-)

    Ik betwijfel of landen er blij mee zullen zijn als het IS mensen laat oppakken in een land waar (nog) geen oorlog woedt, ook al hebben ze het strafhof erkend (ik begreep overigens dat de VS landen er toe aanzet iig geen Amerikanen uit te leveren.)

    Als een journalist niet opgeleid is volgens onze normen, alleen geleerd heeft het andere volk te haten, is het een slechte journalist maar nog steeds een journalist?

    Dat er onderzoek naar moet worden gedaan lijkt moeilijk te weerleggen, maar of het ooit iets opbrengt weet ik niet.

  6. Normen en waarden voor journalisten zijn inderdaad verschillend over de wereld. Maar als een land deel neemt aan de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, erkent het ook de Verklaring voor Universele Rechten van de Mens. Zodra journalisten een recht schenden, bijvoorbeeld het beperken van andermans vrijheid, is er rechterlijke grond om ze op te pakken.

    Er moet inderdaad veel onderzoek gedaan worden. Misschien wel zonder dat het ooit wat opbrengt. Maar ik vind het lovenswaardig dat Hamelink zich daar toch voor in wil zetten.

  7. Pingback: The Spotlight Effect - Communicatieblog door Ernst-Jan Pfauth

  8. @Dwizzy: ik moet me toch enigzins teweer stellen tegen het beeld dat je hier levert van debatteren. Gedurende het spel is het inderdaa zo dat je de aangewezen positie niet mag verlaten. Dat brengt een belangrijke plicht met zich mee voor de spreker: die moet er alles aan doen om dat standpunt ten volle te verdedigen. Gedurende het debat kan dat misschien de suggestie wekken dat er voor begrip en nuance geen plek is, maar achteraf blijkt iets heel anders: door deze format is in ieder geval alles boven tafel gekomen en kun je achteraf een redelijker oordeel vellen.

    Stel bijvoorbeeld dat je tegen abortus bent, maar in een speldebat moet je voor abortus argumenteren. Als tegenstander ken je de voor-argumenten misschien niet eens, en dit dwingt je je te verplaatsen in de ander. Als je ze wel kent, dan ken je ze halfhartig en zwak, en wederom dwingt dit je die argumenten zo sterk mogelijk te maken. Het gevolg? Na afloop van het debat denk je genaunceerder over abortus en begrijp je je eerdere “tegenstanders” beter.

    Het in het onderscheid debat/dialoog is dat veel mensen hun normatieve oordeel over de emotionele toon van een dialectische bezigheid verwarren met hun oordeel over het specifieke procedurele format van een dialectische bezigheid. Een debat is alleen maar anders dan een dialoog vanwege de procedurele format – de emotionele toon is iets dat geschiedt door de intenties van de deelnemers zelf en is format-onafhankelijk.