SLE-redacteur houdt internetloze week
Om de overgang geleidelijk te laten verlopen besluit ik op een zaterdagmorgen aan de grote test te beginnen. In een e-mail leg ik aan een groep mensen uit wat ik van plan ben en verantwoord ik me vast voor eventueel schuldig gebleven reacties op berichten. Direct bekruipt mij het gevoel hoe treurig de noodzaak eigenlijk is om zo een boodschap te moeten versturen. Even heb ik geprobeerd een aantal mensen in mijn experiment mee te krijgen. Iedereen bedankte echter vriendelijk voor de eer. Meer dan eens werd ik uitgelachen dat ik het überhaupt durfde voor te stellen. Een van mijn vrienden wilde echter wel op een andere manier helpen. Hij kon mijn internetverbinding zodanig verbreken dat ik het zonder zijn hulp nooit meer aan de praat zou krijgen. Nog volledig vertrouwend op mijn eigen integriteit wijs ik het voorstel af.
De eerste twee dagen zitten er op en ik kan stellen dat ik me er tamelijk glansrijk doorheen heb geslagen. De neiging om een paar keer per dag mijn inbox te openen blijkt het meest vervelende te zijn. Ik ben benieuwd of ik nieuwe berichten heb en bedenk me tevens een Skype-afspraak te hebben gemaakt die ik niet na zal kunnen komen. Een belachelijk duur telefoongesprek met Azië voorkomt een scheef gezicht bij de desbetreffende persoon. Omdat ik de afgelopen dagen bij mijn ouders heb doorgebracht en dit dagboek ook hier op de computer heb opgeslagen, lijk ik direct tegen het eerste échte probleem aan te lopen als ik zondagavond huiswaarts keer. Hoe krijg ik het bestand op mijn eigen laptop als ik het niet via e-mail kan versturen! De USB-stick van een buurman biedt uitkomst, de oplossing is gemakkelijker dan vooraf aangenomen.
De echte test begint eigenlijk nu pas. Een nieuwe studieweek is aangebroken en mijn agenda toont als verwacht verschillende studieverplichtingen die via internet ingeleverd of besproken dienen te worden. Ik wist vooraf dat dit probleem zich zou gaan voordoen, maar als het moment daadwerkelijk daar is begint het toch vervelend te worden. Voor een van mijn seminars werk ik in een subgroep en kan ik dus onmogelijk verstek laten gaan. Het door mij voor een week afgezworen medium doet dienst als ultiem en noodzakelijk communicatiemiddel. Ik zal er nu toch echt gebruik van moeten maken! Dag 3, en nu al afhaken? Wanhopig ga ik op zoek naar mazen in de wet van het experiment. Ik geef mijn gebruikersnaam en bijbehorend password van mijn e-mailadres aan een vriend en vraag hem de correspondentie uit te printen. Mijn eigen inbreng verwerk ik in een Word-bestand en vraag het hem vanaf mijn computer naar de groepsgenoten te sturen. Ik ben opgelucht dat ik niet voor de druk heb hoeven zwichten, maar ik realiseer me dat ik na drie dagen al behoorlijk manipulatief te werk ben gegaan.
De situatie begint er somber uit te zien. Voor iemand die toch verre van een computerfreak en internetverslaafde genoemd kan worden, begin ik zorgwekkende verschijnselen te vertonen. Als ik wil ontbijten ontdek ik een lege broodtrommel. Ik besluit op de UvA te gaan eten, het brood uit mijn vriesvak dient immers nog ‘gedownload’ te worden. Bij het aanzetten van de televisie bedenk ik me of dat dan wél mag, en ik sta op het punt een bioscoopbezoek af te zeggen omdat ik een week zonder internet leef. Op de noodgedwongen oplossing voor alle studiegerelateerde communicatie na, red ik me nu al vier dagen zonder internet. De gedachte dat mijn inbox vol met leuke berichten staat en dat driekwart van al het voetbalnieuws aan mij voorbij gaat, begint me steeds meer tegen te staan. Ik realiseer me tevens dat het contact met sommige mensen een volledig nulpunt heeft bereikt. Met een fles Chileense wijn vraag ik me af wat zo een digitale vriendschap eigenlijk voorstelt. Wat moet deze week een ramp zijn voor mensen die zich slechts op een dusdanige manier in de sociale wereld begeven. Een internetloos bestaan zou een complete sociale isolatie voor hen moeten betekenen. Aangeschoten ga ik slapen.
Noem het zwak, weinig volhardend of juist het meest verstandige. Op donderdagavond heb ik er schoon genoeg van en beëindig ik vroegtijdig mijn week zonder internet. De laatste 60 uur, 3600 minuten of 216000 seconden zijn te veel van het goede. Ik zal het eerlijk toegeven, een week lang zonder internet hou ik met geen mogelijkheid vol. In sommige gevallen is er simpelweg een noodzaak gecreëerd om er gebruik van te maken. Als je dit weigert is het óf onmogelijk om als student en moderne jongeman te functioneren, óf je stelt je dusdanig afhankelijk van je omgeving op dat ze je vanzelf zullen uitkotsen. Elke e-mail die ik open voelt als een bevrijding, zelfs de spam-berichten ontvang ik met een glimlach. Ik omhels een digitale vriend met duizend armen en geef hem een elektronische zoen.
Je poging verdient al een standbeeld Phil! Het artikel overigens ook :)
thnx!
“Ik omhels een digitale vriend met duizend armen en geef hem een elektronische zoen.”
Kan je niet beter spreken van een liefde en zij-vorm? Je kan nog geen week zonder haar!