In Manhattan zijn wildvreemden je beste vrienden
Zodra ik het IPS kantoor verlaat en over VN-terrein forty-second street inloop, sta ik midden in het hart van de wereld, Manhattan. Af en toe vragen mensen mij weleens waarom ik zo lyrisch ben over dit eilandje in het noord-oosten van Amerika. Natuurlijk kan ik dan vervallen in cliché’s als het beschrijven van de indrukwekkende skyline en de decadente winkels aan Fifth Avenue. Ik vermoed echter dat het interessanter is als ik die kleine dingen beschrijf die de stad zo geweldig maken. Een voorbeeld is de communicatie van New Yorkers onderling.
In de bushaltes, straten en metrostellen van New York wordt opvallend veel gepraat. Kijkt de doorsnee Amsterdammer nors voor zich uit in het openbaar vervoer, New Yorkers storten hun hart uit bij degene die naast hen zit. Toen ik tijdens mijn korte periode aan NYU een van mijn docenten hier op aansprak, legde hij mij uit dat dit hem enkele decennia geleden ook verbaasde. Maar nu doet hij, Ted Magder, hetzelfde. Hij legt uit: “In zo’n grote stad als New York heb je af en toe behoefte om met iemand te praten over je alledaagse beslommeringen. Als je hier een wildvreemde vraagt hoe zijn dag was antwoordt hij niet met een afgemeten goed. Nee, hij vertelt je gelijk welke collega er nu weer vervelend deed. Zo voelen mensen zich minder snel verloren in deze enorme stad.” Het mooie van Manhattan is dat naast deze, in mijn ogen, hartverwarmende houding New Yorkers zich ook nog gespecialiseerd hebben in een andere opstelling. Het bemoeien met je eigen zaken, het ‘mind your own business’. Alleen om die reden zijn in de hondertachtig nationaliteiten tellende wereldstad weinig tot geen raciale problemen. Mijns inziens is het prachtig dat New Yorkers die twee houdingen zo combineren dat iedereen er uiteindelijk het beste van wordt.
Hoi Ernst-Jan,
Fijn dat je goed bent aangekomen! Wel even een kleine cultuurshock denk ik. Hoe is je kamer/appartement? En je huisgenoten? Ik ben erg benieuwd.
Dag, heel veel plezier, geniet er van en werk ze!
Dikke kus van Anita