Spotlight Effect

Online archief van het ter ziele blog Spotlight Effect

Hoe begin je met datajournalistiek?

05 juli 2011 by Paul Vereijken

Voorlopers als The Guardian en The New York Times presenteren prachtige voorbeelden van datajournalistiek. In Nederland zien de eerste projecten het licht. Ruttes Rapport (RTL Nieuws) is een inspirerend project dat inzichtelijk maakt of de belangrijkste beloftes van het kabinet ook waargemaakt worden. Helaas heeft het gros van de journalisten niet de tijd of de (technische) kennis om zulke datajournalistiek te bedrijven. Maar misschien hoeft dat ook niet.

Om een start te maken met datajournalistiek is het volgens mij belangrijk om klein te beginnen. Tuig geen grote projecten op om te starten, maar houd het behapbaar en concreet.

Hoe dan precies? Daar heb ik wel ideeën over, maar ik ben ook slechts een beginneling ben op dit terrein. Dit artikel is in eerste instantie dan ook bedoeld als aanzet tot een discussie. Wat zijn goede onderwerpen om op te pakken? De juiste toepassingen om je te helpen? Wie kan je verder helpen? Het volledige antwoord op deze drie vragen heb ik niet. In dit artikel geef ik een aanzet en de discussie die hopelijk ontstaat onder dit artikel – in de reacties – en elders zorgt dan vanzelf voor een volledig(er) beeld.

Welke onderwerpen?

Klein beginnen vraagt om behapbare onderwerpen. Journalisten zouden dus kunnen kijken naar werk dat ze al doen en waar ze met een kleine moeite op termijn meer uit kunnen halen. Een paar maanden geleden spraken journalist Arjan Dasselaar en ik hierover. Snel hadden we een korte lijst met onderwerpen. Voor politieverslaggevers is het waarschijnlijk een kleine moeite om bij te houden waar wietplantages worden opgerold. Gemeenteraadsverslaggevers zouden gemakkelijk het stemgedrag van raadsleden kunnen turven. Na een paar maanden kunnen journalisten uit beide overzichten conclusies trekken die mogelijk weer nieuwe verhalen opleveren.

Welke toepassingen?

De eerste toepassing die in mij opkomt: Google Docs. Voor veel kleine projecten zullen spreadsheets als basis dienen om de data te ordenen. De mogelijkheden die Google Docs daarvoor biedt zijn meer dan voldoende. Natuurlijk kun je spreadsheets opzetten en vullen naar wens, maar met een paar keer klikken deel je ze ook met anderen – zij kunnen je weer helpen met vullen – of maak je een grafiek op basis van de verzamelde gegevens.

Wie kan je helpen?

Datajournalistiek is absoluut geen domein van journalisten alleen. De grootste actieve voorvechter van openbare (overheids)data is misschien niet eens de journalistiek, maar de  Open Data-beweging die in Nederland sterk groeit. Denk aan Hack de OverheidApps for Amsterdam en Het Nieuwe Stemmen.

Om met datajournalistiek in Nederland voet aan de grond te krijgen is het belangrijk samen te werken. Organisaties als Hack de Overheid en Het Nieuwe Stemmen hebben de technische kennis om data te ontsluiten, analyseren en presenteren. Journalisten beheersen de vertelkunst en de podia om het nieuws dat daaruit naar voren komt te verspreiden.

Vul aan

Dit zijn mijn eerste two cents. De aanvullingen die op deze aanzet die worden achtergelaten onder dit artikel en elders blijf ik verwerken in dit bericht.

Illustratie door bionicteaching.

Paul Vereijken

Paul Vereijken is journalist en houdt zich dagelijks bezig met de verandering van zijn vak.

More Posts - Website - Twitter

Paul Vereijken is journalist en houdt zich dagelijks bezig met de verandering van zijn vak.

5 comments | Categories: Featured, Journalistiek | Tags: , , , , , , , ,

Comments (5)

  1. Tijdens mijn research voor mijn afstudeerproductie (check: http://www.smaldeel5.nl) was ik op zoek naar gegevens van de marine uit de jaren ’50, ’51 en ’52. Mijn eerste vraag was dan ook: ‘Waar vind ik deze informatie?’.

    Onderzoeker Eric Hennekam tipte me om een abonnement te nemen bij de Koninklijke Bibliotheek. Via de website van deze bibliotheek kreeg ik toegang tot ontzettend veel historische en actuele binnen- en buitenlandse archieven. Voor mij erg handig, want op deze manier kon ik mijn bevindingen, die ik elders had gevonden, verifiëren. Voor iedere journalist een aanrader om hier eens te gaan neuzen wanneer je op zoek bent naar data.

    Verder kan het natuurlijk ook geen kwaad om naar een fysiek archief te gaan. Het archief van het NIMH heeft me in mijn geval verder op weg geholpen. Daar vond ik namelijk informatie die niet via online archieven te verkrijgen is.

  2. Op het gevaar af te groot te beginnen, zou ik zorgen voor goed databasemanagement. Zorgen dat je een goed systeem hebt om kwantitatieve gegevens (van misdaad of stemgedrag oid) in op te slaan, met een goed gedisciplineerde architectuur, zodat het opslaan van data eenvoudig en snel kan. Vervolgens hoef je niet veel research te doen als je de data voor een los verhaal wil gebruiken.

  3. Nog fundamenteler dan programmeren moet je als journalist denken in termen van proceduraliteit (wat eigenlijk een ander woord is voor programmeren, maar ook meer dan dat). Dus niet denken in termen van content die je wilt produceren, maar in termen van processen die leiden tot verhalen, content, inzicht en processen die je samen met anderen kunt invullen.

    De onderwerpen, de data-verzamelregels en wat je daarmee wilt doen, dat zijn je procedures. Start ze op zo licht-gewicht als je kunt en kijk maar wat eruit komt rollen.

  4. Allereerst is het belangrijk om een goede en journalistieke vraag te formuleren waarmee je aan de slag gaat en je goed af te vragen wat het einddoel van je onderzoek is. Dat lijkt een open deur maar zeker bij grote onderzoeken is het goed om dat in het achterhoofd te houden omdat je het oorspronkelijke doel van het onderzoek al snel uit het oog kunt verliezen als je op interessante zijwegen stuit.
    De makkelijkste stap is dan om naar je eigen journalistieke werkgebied te kijken bijvoorbeeld naar hoe vaak rukt de brandweer uit voor loos alarm in een bepaalde gemeente? Dat is makkelijk de controleren aan de hand van brandweeralarmeringen op internet. En hoeveel kost dat die gemeente jaarlijks? Of je bekijkt op welke wegen/kruispunten vaak ongelukken gebeuren en wie zijn daar bij betrokken (vrachtwagen, auto, fiets, brommer, voetganger). En hoe staat dat in verhouding tot een ander gevaarlijk punt in een stad?
    Bij grotere onderzoeken kunnen meer mensen helpen om data te verzamelen. Je kunt collega’s vragen ieder op hun eigen werkterrein de gegevens voor jou te verzamelen. Dat werkt zeker als zij zelf bijvoorbeeld ook gebruik kunnen maken van jouw onderzoek in de vorm van een artikel of de resultaten van het onderzoek op zich. Ook enquêtes kunnen een goed hulpmiddel zijn waarbij deelnemers via bijvoorbeeld google docs informatie achter kunnen laten. Het is natuurlijk wel afhankelijk van het aantal mensen dat meewerkt of de gegevens ook gebruikt kunnen worden.
    Archiefstukken gebruiken is een verhaal apart. Archieven zijn vaak niet volledig online toegankelijk. Allereerst is het zaak uit te zoeken in welk archief stukken zich bevinden. Vaak heeft ieder archief z’n specialiteit; denk daarbij ook een aan universiteiten, die hebben ook vaak interessante gegevens. Ook als niet-student kun je daar vaak wel terecht met een dagpas. Kijk welke studierichtingen een universiteit aanbiedt en zij hebben daar ook allerlei informatie over.
    Tenslotte is het nuttig bij het verwerken van alle informatie tot bijvoorbeeld een grafiek hulp te krijgen van iemand die veel verstand heeft van statistiek om na alle moeite van het verzamelen van gegevens geen foute conclusies te trekken. Datajournalistiek biedt ontzettend veel mogelijkheden maar heeft ook veel valkuilen.