Kunnen we nog alleen zijn?
Het is me opgevallen dat ik me vaker alleen voel de laatste tijd. En toch heb ik iedere dag flink wat contact over de mail of de telefoon. Waar komt dat gevoel dan toch vandaan? Onlangs had ik een discussie met een familielid die meende dat het niet alleen mijn, maar het probleem van ‘onze generatie’ is, dat we niet meer alleen kunnen zijn. Nou ben ik een grote fan van ‘onze generatie’ discussies, maar toch zette ik daar enige vraagtekens bij. Als ik niet meer alleen kan zijn en daarom voortdurend contact zoek waarom zou ik mij dan toch alleen voelen? Interessante onderwerpen waar ik alleen niet uit kwam. Vandaar dat ik het vroeg aan twee sociaal psychologen van beide zijden van het kanaal: Dr. Arthur Cassidy, sociaal psycholoog aan de Universiteit van Belfast, en Dr. Aart Velthuijsen, sociaal psycholoog van de afdeling Communicatiewetenschap van de Universiteit van Amsterdam. Het werd een gesprek over virtuele speeltuinen, knuffelcontact, en de oprukkende oppervlakkigheid in onze maatschappij.
Beiden hebben als uitgangspunt dat mensen van nature graag met anderen willen zijn. Alleen kunnen zijn is dus geen must. Beiden doen het idee dat internet of bellen eenzaamheid zou veroorzaken al snel af als wetenschappelijk onbewezen. Wel zien ze een verband tussen internet- en belgebruik en gevoelens van eenzaamheid, maar de theorieën over het waarom lopen uiteen.
Wat betreft het internet wijst Arthur Cassidy erop dat we van nature graag met anderen zijn, van wie we positieve feedback willen. Als dat niet gebeurt, bijvoorbeeld door hoe we eruit zijn of hoe we ons gedragen, leidt dat er soms toe dat we ervoor kiezen om alleen te zijn. Hij denkt dan ook dat mensen die zich toch al alleen voelen, vaak terugvallen op internet om daar virtuele contacten te onderhouden.
Cassidy ziet dan ook vooral het positieve aspect van communicatie over internet. “Veel mensen die het moeilijk vinden om sociaal contact te hebben ‘in het echt’, zoeken hun heil op internet” meent hij. En met succes, aangezien je in deze virtuele speeltuin je eigen voordoen zo kan manipuleren dat je er zelfvertrouwen uithaalt; toch maar even mijn profielfoto op Facebook veranderen denk ik. Zo kan je door internet in theorie dus ook gevoelens van eenzaamheid verminderen.
Aart Velthuijsen meent dat internetten vooral een tijdverdrijf is. Alleen zijn leidt niet tot internetten, internet is één van de manieren om je bezig te houden als je je alleen voelt. Internet prikkelt ons.
Toch vraag ik me af of er bij ‘onze generatie’ ook niet sprake is van een zo voortdurend in contact staan met anderen dat op momenten waarop dat niet zo is, zich er een gevoel van onbehagen zich van ons meester maakt. Ik kan flink balen als ik mijn telefoon vergeet, om nog maar niet te spreken over mijn gewoonte om om de haverklap ‘refresh’ te drukken in mijn email, wat dan natuurlijk tot teleurstelling leidt als er niets binnenkomt. Velthuijsen beaamt dat er gewenning optreedt bij veel bellen en internetten en meent zelfs dat onze generatie zo op zoek is naar prikkels dat we “niet meer niets kunnen doen”. Blijkbaar dus toch een generatieprobleem!
Waar Cassidy het internet vooral als een medium ziet ter compensatie van allerlei sociale onvolkomenheden, waarschuwt Velthuizen dat internet echt ‘knuffelcontact’ (hiermee bedoelt hij niet letterlijk knuffelen maar wel iemand in het echt zien) absoluut niet kan vervangen. Hier kan dus ook de oplossing van mijn constatering over alleen zijn liggen, zo denkt hij. Hij waarschuwt dan ook dat “wie denkt het te kunnen redden met alleen elektronische contact, flink bedrogen kan uitkomen.”. Onze generatie vergeet dat: “Mensen blijven thuis omdat ze denken dat ze compensatie kunnen vinden in krabbelen, chatten of bellen, maar dat is geen echt contact. Echt goede gesprekken bewaar je voor als je bij elkaar bent.”
Maar wat doet onze steeds groter wordende communicatiezucht met de maatschappij? Velthuijsen denkt dat één van de effecten is dat je steeds minder mensen op straat ziet ‘s avonds. “Vroeger sprong je op je fiets en ging je zo bij iemand langs, nu blijf je thuis en bel je iemand op” zegt hij. “Mensen krijgen steeds minder feitelijk contact, en het contact wordt oppervlakkiger” voorspelt hij dan ook. Dus: vergeet niet aan ‘echt’ contact te doen, is de boodschap.
Ik denk dat ik mijn telefoon en computer maar eens uit ga zetten en de straat op ga om wat mensen te knuffelen, iemand moet onze generatie toch redden…
Oeps, er zitten toch wel een aantal herkenbare aspecten in…
Inderdaad!
Ik heb net een relatie achter de rug waarin we enorm verschilden, ik was graag samen misschien wat te graag en mijn vriend graag alleen achter zijn pc misschien wat teveel.Die twee combineerden niet zo goed. Waar ik vooral last van had was het feit te moeten wedijveren dacht ik met zijn pc maar dat was het probleem niet. Niet de pc maar mijn vriend en zijn houding zelf. Zijn onafhankelijkheid en mijn afhankelijkheid was het werkelijke probleem. Ik vond het prima dat hij zijn hobby pc internetten etc had. at wilde ik niet afpakken maar ik miste overleg rekening houden met. Ik hoorde hem zeggen ik wil morgen achter mijn pc alleen zijn thuis prima maar niet op die manier dus het werkelijke probleem zat hem in de aanpak van mijn vriend. Er was veel ruimte voor hem en zijn pc maar er bleef weinig over voor mij. Ik had zo graag de zin gehoord: Ik heb een voortstel vanavond gaan we dansen dan lekker samen in bed knuffelen en zo daarna lekker slapen ontwaken samen leker ontbijten en wat vind je ervan als ik dan even ga computteren en daarna in het begin van de avond terug kom wat eten en misschien ff eruit naar de bios of zo. Niks mis mee hij komt dan aan zijn trekken en ik sta niet in de kou. Maar zo is het helaas niet gegaan. Door de andere manier kwam bij mij het gevoel hij is er zijn pc en ik waar sta ik als ik niet oppas in de kou en daar kwam ik tegen in verweer. Misschien wel wat te fel maar goed gedane zaken nemen geen keer. Gr. Carli en bedankt voor het lezen luisteren
Hoi Carli,
Wat een vervelend verhaal, maar zo te lezen heb je er wel goed aan gedaan het niet meer te accepteren. 24/7 online zijn is prima, maar wanneer je omgeving eronder lijdt is verandering nodig. Bovendien klinkt hij niet onafhankelijk, maar juist afhankelijk van zijn pc. Het lag in ieder geval niet aan jou.
Sterkte!
24/7 online zijn is prima?
24/7 online zijn is prima?
24/7 online zijn is prima, zolang iemand zich daar gelukkig bij voelt en zijn of haar omgeving er niet tot last mee is. Moet kunnen toch?
Ik denk te kunnen stellen dat 24/7 online zijn juist een gevolg is van ongeluk, sociale isolatie uit een gebrek aan zelfvertrouwen, angst voor de ‘echte’ wereld of een gebrek aan sociale vaardigheden.
… de grote vraag is nu natuurlijk of Carli iets heeft aan deze Spotlight-discussie en bepaalde zaken misschien inziet.
Ik denk dat ik het met Phil eens ben inzake deze comment-reeks.
Daar sluit ik me bij aan. Ook al heeft je omgeving er geen last van, 24/7 online zijn gaat toch echt (misschien zonder dat je het zelf doorhebt) ten koste van je lichamelijke en mentale gezondheid. Een beetje frisse lucht en echt menselijk contact is best prettig…
Na de internetloze week is het wellicht leuk als experiment 24/7 online te zijn.
Hai Carli,
Ik denk ook dat je er goed aan gedaan hebt om je vriend en zijn pc achter te laten. Het lijkt alsof hij een ongezonde relatie met dat ding heeft (en jij je je prioriteiten prima op een rijtje hebt als je niet accepteert dat hij zijn pc op de eerste plek zet!)
Mijn doel met dit stukje was dan ook om mensen bewust te maken dat contact met anderen leuk kan zijn en via internet een positief effect kan hebben (contact houden met mensen in een ander land, sociale vaardigheden opdoen) maar dat je niet moet vergeten dat real-time contact uiteindelijk gelukkiger maakt!