De controversiële vorming van Balkenende IV
Ahmed Aboutaleb werd vooraf getipt als minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW), dan wel
Sociale Zaken (SZ). Uiteindelijk ging het ministerie van SZ naar CDA, maar werd OCW wel door de PvdA binnengehaald. Velen prezen het goede werk dat Aboutaleb als Wethouder in Amsterdam heeft verricht op het gebied van Onderwijs, vooral met betrekking tot MAVO en VMBO scholen, die de laatste jaren voor steeds meer problemen zorgden in Amsterdam. Daarnaast omschreef Wouter Bos Aboutaleb in zijn verkiezingsboekje Wat Wouter Wil als “het prototype van de moderne sociaaldemocraat: streng en rechtvaardig. Ik zou hem graag naar Den Haag halen”, aldus Bos. Tot ieders verbazing werd Aboutaleb echter door de PvdA gepasseerd als minister en kreeg hij het staatssecretariaat van SZ toegewezen.
Hier valt hij onder de nieuwe minister Piet-Hein Donner van het CDA, die toch weer een nieuwe kans krijgt. Ondanks de alsmaar terugkerende problemen omtrent zijn falende beleid rond het verlof van TBS’ers, het feit dat Justitie in de Schiedammer parkmoord opzettelijk en bewust bewijsmateriaal had achtergehouden, maar bovenal zijn negatieve rol in de Schipholbrand en zijn hierop volgende ontslag als minister van Justitie in Balkenende III mag Donner het toch weer proberen. Jan-Peter Balkenende lijkt zijn ‘persoonlijke vriend’, die elkaar kennen van de Amsterdamse studentenvereniging L.A.N.X. (het verhaal gaat zelfs de ronde dat Donner Balkenende heeft voorgesteld aan zijn huidige vrouw) krampachtig de hand boven het hoofd te houden. Het mag toch op zijn minst vreemd worden genoemd dat de CU en vooral PvdA hebben toe gestemd met deze benoeming. Balkenende blijkt echter een ‘breekpunt’ te hebben gemaakt van de benoeming van Donner, waardoor de twee kleinere partijen zich genoodzaakt zagen om toe te stemmen.
De partijtop van de PvdA kwam uiteindelijk verrassenderwijs met wetenschapper Ronald Plasterk op de proppen als minister van OCW. De benoeming van deze gerespecteerde maar controversiële hoogleraar moleculaire genetica zal bij velen de wenkbrauwen hebben doen fronsen. Ten eerste heeft Plasterk veel ervaring op het gebied van Wetenschap maar weinig affectie met Onderwijs in brede zin. Een VMBO-school of een school voor moeilijk opvoedbare kinderen heeft hij nog nooit van binnen gezien. Na zijn aanstelling gaf hij dan ook aan dat zijn staatssecretarissen (Marja van Bijsterveldt van de CDA en Sharon Dijksma van de PvdA), en zijn ambtenaren het grootste deel van het beleid omtrent Onderwijs voor hun rekening nemen. Toch vreemd dat een minister van Onderwijs niks met Onderwijs heeft. Verder vormt de overtuigend atheïst een duidelijk contrast met de christelijke partijen CDA en CU. Bovendien krijgt het overwegend christelijke kabinet nu een minister van OCW die openlijk zijn twijfels heeft uitgesproken over het bestaansrecht van het bijzonder onderwijs. Opvallend is ook dat hij vorig jaar veel kritiek had op de uitwerking van het herstructureringsplan voor de Publieke Omroep door toenmalig staatssecretaris van OCW Medy van der Laan. Voor een van zijn columns in de Volkskrant schreef hij vorig jaar: “Als kijker die primair is geïnteresseerd in nieuws, actualiteiten, achtergronden en discussies, kan ik mijn televisie eigenlijk wegdoen; de programmering is erop gericht het kijken onmogelijk te maken. Je ziet de hele avond geen actualiteiten meer! Hoe de omroep werkt, is voor een normaal mens niet te snappen, maar ergens moet toch iemand achter een bureau zitten die dit heeft bedacht.” Nu moet hij dus zelf dit plan voor de Publieke Omroep gaan uitvoeren. Een uitermate vreemde gewaarwording, waarvan het slagen verre van zeker is. Genoeg stof voor discussie. Bos gaf aan dat sommige staatssecretariaten echter zwaarder wegen dan bepaalde ministeries. Vandaar dat hij graag Aboutaleb op het staatssecretariaat van SZ wilde. Het lijkt er eerder op dat Bos en zijn partijtop hun oren hebben laten hangen naar Geert Wilders, partijvoorzitter en –leider van de Partij voor de Vrijheid (PVV).
Eind vorig jaar al sprak Wilders zijn twijfels uit over enkele politici in Nederland die een dubbele nationaliteit bezitten. Nu er twee in het kabinet plaatsnemen, is deze discussie vooral door toedoen van de PVV en in mindere mate de VVD weer aangewakkerd. Sietse Fritsma, Tweede Kamerlid voor de PVV trachtte op 15 februari van dit jaar een motie in te dienen om te voorkomen dat de PvdA-politici Nebahat Albayrak en Ahmed Aboutaleb (die naast de Nederlandse de Turkse respectievelijk Marokkaanse nationaliteit bezitten) tot staatssecretaris worden beëdigd in het kabinet Balkenende IV. Dit leidde tot veel verontwaardiging onder de andere fracties. Kamervoorzitter Gerdi Verbeet (overigens lid van de PvdA) dreigde zelfs het geluid van zijn microfoon uit te zetten. Een bijbehorende motie die Fritsma had willen indienen werd onder druk van de Kamer ingetrokken. Ook al ben ik het eens met de verontwaardiging onder de fracties over het standpunt van de PVV vind ik het veel te ver gaan zoals de Kamer met de fractie van Wilders omgaat. Nederland is een democratie en dat zorgt er voor dat ook dit soort partijen helaas hun stem mogen laten horen. Maar ze moeten wel de kans krijgen om hun stem te laten horen. Dat deed Wilders dan ook. Op 1 maart, tijdens de regeringsverklaring, kwam de PVV opnieuw over dit onderwerp in het geweer, toen beide politici inmiddels waren beëdigd. Fractievoorzitter Wilders diende een motie van wantrouwen in tegen Albayrak en Aboutaleb, met als argument dat hun dubbele nationaliteit tevens een loyaliteit jegens hun geboortelanden met zich mee zou brengen. Staatsgeheimen zouden in de handen komen van ‘buitenlanders’, Wilders voerde zelfs op dat een achterneef van Aboutaleb in Marokko is opgepakt wegens vermeende terroristische activiteiten. De motie werd door geen enkele andere fractie gesteund, maar leidde binnen en buiten het parlement wel tot veel discussie over het verschijnsel dubbele nationaliteit.
Door het aanstellen van Albayrak en Aboutaleb als staatssecretaris is er een hoop commotie ontstaan, laat staan als de PvdA Aboutaleb als minister naar voren had geschoven. Conclusie: de meest geschikte kandidaat voor het ministerie van OCW is gedegradeerd tot staatssecretaris. En niet omdat het zo’n belangrijk staatssecretariaat is. Omdat Wouter Bos bang is voor Geert Wilders.
Interessant punt, zou Wilders dan echt zoveel invloed hebben? Misschien was het wel de CU die er een stokje voor heeft gestoken, geen mensen uit moslimlanden als ministers.
Die Plaskerk gaat het trouwens nog zwaar te verduren krijgen. Over als heeft hij ongeveer een column geschreven, die journalisten gretig opduikelen uit het archief. Zo ook op SLE.
Nee, de CU heeft er niks mee te maken. Net zoals alle andere fracties steunde ook CU de motie van wantrouwen jegens Albayrak en Aboutaleb niet. Bovendien heeft de CU niks tegen moslims, dat het een christelijke partij is betekend niet per definitie dat het andere religies niet kan luchten of zien.
Over Plasterk heb je gelijk, hij heeft zoveel columns geschreven en uitspraken gedaan die hem nu allemaal gaan achtervolgen. Ik ben benieuwd of hij zich wel helemaal gerealiseerd heeft waar hij in is gestapt. En of de PvdA zich wel realiseert dat op dit moment een hoop mensen stokken zoeken om de PvdA mee te slaan (kijk maar naar de PS-verkiezingsuitslag), en de controversiële Plasterk zorgt voor een hoop stokken.